*

 
dossier

Archief

Het heel speciale ritme van het carnaval op Curaçao

JEANNETTE VAN DITZHUIJZEN − 08/02/97, 00:00

De stad Rotterdam organiseert op 26 juli het Zomercarnaval: een straatparade in de Caribische carnavalstraditie. Informatie: 010-4141772.

Pa tapa tapa solo (Ter bescherming tegen de zon) heet een van de naar schatting vijftig carnavalsgroepen die morgen meelopen in de gran marcha. Niet gehinderd door de brandende zon en de vaak benauwde kledingstukken zullen de deelnemers uren achtereen dansen en swingen op de muziek. Opgezweept door de duizenden toeschouwers die in de carnavalstijd al net zo onvermoeibaar zijn.

Ik ontmoet enkele leden van Pa tapa tapa solo in december, wanneer ze volop met de voorbereidingen bezig zijn. Aan de voet van fort Nassau, in het kantoortje van een havenaannemer (“Een van onze sponsors, een echte carnavalsfreak”, volgens voorzitter Ramiro Schotborgh), zwoegen ze op een fors uitgevallen drakenkop. Een meegenomen koelbox met drankjes zorgt voor verkoeling, want ook in december is het 's avonds zweterig warm op Curaçao.

De beschilderde draken, met glittertjes en lichtjes, worden door de leden van de groep op een stok meegedragen in de gran marcha. Gekleed in glimmend blauw en turquoise met twee praalwagens vol drakenkoppen beeldt de groep het thema 'China' uit. Van elke groep wordt jaarlijks een origineel thema verwacht. En wat het onderwerp ook is, de uitwerking is steevast kleurrijk, en glanzend, wat vooral de tweede mars op dinsdagavond (de despedida) een feeëriek aanzien geeft.

HET COSTUUM Vanaf eind oktober zijn steeds enkele leden van de carnavalsgroep op woensdag- en zaterdagavond in het 'hoofdkwartier' te vinden. “Hoe meer je hebt gewerkt, hoe groter je korting op het jaargeld voor het daarop volgende jaar”, legt Ramiro uit. “Bij ons is dat 575 gulden. Maar wij zijn een middengroep. Er zijn ook groepen waar de contributie 1500 gulden bedraagt.”

Die hoge prijs heeft te maken met het kostuum. Daar zijn ze op Curaçao niet kinderachtig in. De stoffen worden vaak in Miami of Caracas ingekocht. Pa tapa tapa solo gaat zelfs jaarlijks naar New York. Een reis die niet al te zeer in het jaarbudget van krap anderhalve ton hakt, omdat de groep het geluk heeft door de KLM te worden gesponsord. Na kerst begint de naaister aan de enorme klus van 400 kledingstukken voor de negentig leden en de band. “We work like crazy”, vertelt zij. “Maar in het carnavalsseizoen krijg je extra energie. Dan werk je achter elkaar door.” Ook de leden van de groep maken dan toptijden. Wendell Josepha: “Je komt elke avond hier naar toe, werkt tot diep in de nacht, praat met elkaar en scheldt elkaar uit. En de volgende dag moet je weer werken. Je ziet er beroerd uit, maar iedereen weet het: 't is carnaval. Die sfeer mis je daarna echt heel erg.”

Wendell raakt een gevoelig punt. Het is alom bekend dat je in de weken vóór carnaval op Curaçao niets gedaan krijgt, omdat ieders hoofd bij het naderend feest der feesten staat. Wie iets wil organiseren, kijkt wel uit om dat in de eerste twee maanden van het jaar te doen. Als het niets met carnaval te maken heeft, komt er geen hond opdagen.

DE TUMBA In januari, op het tumbafestival, als de Curaçaose musici hun tumba presenteren aan het publiek, begint het carnavalsseizoen. De vertaling 'carnavals-hit' voor tumba doet nauwelijks recht aan het heel speciale ritme dat zo kenmerkend is voor de eerste maanden van het jaar. De winnaar van het festival heeft onherroepelijk een hit gescoord, die je vanaf dat moment uit alle luidsprekers van het eiland hoort schallen.

Tijdens de marcha's, op zondag en dinsdag, heeft bijna elke groep een band bij zich. Die speelt afwisselend de eigen en de winnende tumba van dat jaar, terwijl de leden in hun fraaie kostuums erachteraan swingen. Doordat de stoet zich vaker niet dan wel beweegt, sta je regelmatig minutenlang oor in oor met de levende muziek die vanaf een trailer (vanuit een andere wagen worden voortdurend drankjes geserveerd) over je heen knettert. Als je geluk hebt staat er net een echte brassband voor je neus. Horen en zien vergaat je, maar mooi is het wel.

Een andere voorbode van het naderend carnaval zijn de zogenaamde jump-ups. Als argeloze Nederlander weet je niet wat je overkomt, wanneer je zoiets voor het eerst meemaakt. Het is voor de carnavalsgroepen een manier om geld te verdienen. Zij organiseren de muziek, de route die gelopen wordt en het feest achteraf. De betalende deelnemers krijgen een drankje en een T-shirt en mogen daarvoor meeswingen achter de muziek aan. Een hele avond lang. Zelfs als je van je levensdagen niet mee zou willen dansen, is het toch een belevenis om een jump-up tegen het lijf te lopen. Blijf staan en kijk je ogen uit naar zoveel sierlijke gratie. Dat de politie voor de jump-ups de wegen afzet, spreekt haast vanzelf.

Tijdens het carnaval vallen rangen, standen, of verschillen in huidskleur weg. Iedereen viert het op dezelfde manier. Van over de hele wereld komen Curaçaoënaars en Nederlanders speciaal naar het eiland voor het ritme van de tumba, de opzwepende dans en de sfeer langs de route. De KLM-vluchten zijn lang tevoren al volgeboekt en er is ook geen hotelkamer meer te krijgen.

DE LIMBURGERS Tussen de glanzende kostuums, de wuivende carnavalskoninginnen en de muzikale explosies vormen de 'Limburgse Kabrieten' (=geiten) altijd een wat vreemde eend in de Caribische bijt. Deze carnavalsgroep werd in de jaren vijftig door een Limburger opgericht. De Kabrieten dragen Limburgse carnavalskledij en hebben muziek van een boerenblaaskapel. Bij de leden van Pa tapa tapa solo valt een pijnlijke stilte, wanneer de Kabrieten ter sprake komen. “Ze mogen zich best een beetje aanpassen. Ze zien er elk jaar hetzelfde uit”, vindt Magno Sintiago. En dan, onder luid gelach: “Het is wel goedkoop, natuurlijk. Echt Hollands.” Er zijn meer Curaçaoënaars die de Kabrieten (met ook Curaçaose leden) liever zien gaan dan komen: die zetten de muziek van de tribune oorverdovend hard, zodra de blaaskapel in aantocht is.

Het waren ook Nederlanders die eind vorige eeuw het carnaval naar het eiland brachten. Maar de huidige 'Caribische' vorm kreeg het pas later onder invloed van Shell-werknemers van de naburige eilanden. En zo trekken sinds 1971 jaarlijks de grote parades door de straten van Willemstad. Twee weken tevoren begint men al met het opbouwen van de tribunes. Die kunnen variëren van professioneel gebouwde zitplaatsen tot gammele keukenstoeltjes die met kettingsloten aan een verkeersbord zijn vastgemaakt. Ondernemende Curaçaoënaars bouwen standjes waar ze tijdens de marcha's drankjes en hapjes verkopen. Vaak inclusief zitplaatsen.

Het mooist is de despedida, op dinsdagavond, vanwege het kunstlicht dat op de vele glitters schijnt. Bovendien is de zondagse gran marcha - op het heetst van een tropische dag! - alleen voor de echt fanatieke toeschouwers vol te houden. Na de despedida wordt het feest afgesloten met het symbolisch verbranden van een pop.

Dan is het echt voorbij. Hoewel, twee weken later houdt Pa tapa tapa solo alweer haar eerste vergadering over het carnaval van 1998.

mailIcon print |