*

 
dossier

Archief

Joseph Wrsinski

PIETER VAN DER VEN − 13/09/99, 00:00

Bittere armoede, kou, honger kende de immigrantenzoon Joseph Wresinski in het Franse Angers van huis uit. Maar, zei hij later, zijn moeder had het vroeger thuis iets beter gehad en die herinnering gaf haar genoeg ambitie om te zorgen dat haar gezin in het tochtige krot met alle ellende toch niet in de goot wegspoelde.

Als 39-jarige priester werd Wresinski in 1956 aangesteld voor 250 gezinnen, die zaten weggestopt in noodbarakken, dichtbij Parijs. Vanaf dat ogenblik, tot zijn dood in 1988 was Wresinski een grote ijveraar tegen extreme armoede.

Wat begon in de modder van Noisy-le-Grand groeide uit tot de internationale 'Vierde Wereld Beweging', bekend onder de afkorting ATD, Aide à toute détresse, hulp in alle nood.

Hij mocht niet beleven dat wat voor hem de grote schandvlek op aarde was - door mensen veroorzaakte, chronische, extreme armoede van generatie op generatie - merkbaar was weggewist. Maar wel stond hij op 17 oktober 1987 op de Trocadéro, het Parijse plein van de mensenrechten, temidden van honderdduizend mensen. Hij sprak ze toe staande voor een plakaat met zijn woorden erin gegrift: ,,Overal waar mannen en vrouwen worden veroordeeld om in armoede te leven, worden de mensenrechten geschonden. Onze heilige plicht is het om gezamenlijk te verzekeren dat deze rechten worden gerespecteerd.''

Vijf jaar later riepen de Verenigde Naties 17 oktober uit tot Internationale dag voor de uitroeiing van armoede. Hier en daar is zelfs op de 17de van elke maand een vorm van gedachtenis voor allen die lijden onder extreme armoede en een vernieuwing van eigen voornemens er iets aan te doen.

ATD ging de wereld over, met bijvoorbeeld in Nederland de vakantieboerderij 't Zwervel in Wijhe en het Joseph Wresinski-huis in Heerlen. De beweging is er niet allereerst op uit om arme mensen geld te geven. Wresinski geloofde in de kracht van de armen zelf. Het was zaak die kracht op te delven. Dat bereik je niet door van generatie op generatie mensen van aalmoezen en soep te voorzien, zag hij. Wresinski preekte de schande van de armoede, niet de marxistische revolutie van het Lumpenproletariat. Hij wilde verbondenheid.

Wresinski heeft het vaak bevlogen gezegd in retorisch fraaie volzinnen: ,,Ik betuig voor u dat de mensheid tenslotte haar ware bestemming zal vervullen en voor goed zal afwijzen dat de ellende overwint.'' Hij geloofde dat de kerk de kerk van de armen is, sterker: dat de armen de kerk zijn en dat er geen andere kerk is. Hij geloofde in een wereld van solidariteit, waar voor iedereen iets te doen is en niemand kansloos. ,,Wie focust op de armsten, laat geen mens links liggen.'' En: ,,Als wij de arme niet in de steek laten is hij in staat bij het Elysée, het Vaticaan, de Verenigde Naties de trappen op te gaan.

mailIcon print |