*

 
dossier

Archief

Toch hield André Baillon niet van valsspelen

JORIS VERMEULEN − 16/01/99, 00:00

Henry Boulant, het neefje van Mademoiselle Autorité, heeft al een jaar of tien gedwee zitten toekijken hoe zijn woelige levensloop onbeschaamd uit de doeken is gedaan door een zekere André Baillon, Franstalig schrijver, in 1875 in het Vlaamse Antwerpen geboren. Henry windt zich op, neemt zelf de pen ter hand.

Want welk recht heeft deze meneer, “me af te schilderen als een slappeling, een bangerik, een zenuwzieke, die zich door een of andere vloedgolf van losbandigheid laat meeslepen. . . Wat zegt hij over de oorsprong, over de oorzaak van dit alles? Geen woord over mijn prilste jeugd, een paar over mijn negen collegejaren, nauwelijks meer over mijn familie en dan - patsboem - meteen ertegenaan. Is het echt zo gegaan? Ach, waarde heer, de manier waarop een mens zijn mond opendoet om zijn eerste kreet te slaken wanneer hij ter wereld komt, zegt al iets over hem. Die mond spert hij rond of vierkant open. De dokter heeft het gezien, de vroedvrouw heeft het gezien. Niets kan nog maken dat hij hem anders heeft opengedaan. Er zijn daden uit voortgevloeid, gedachten. De eerste schakels van een lange ketting. . .”

'Het neefje van Mademoiselle Autorité' is het eerste deel van wat een drieluik moest worden. Deel twee, 'Roseau' (Riet), verscheen begin 1932, net voor Baillons zelfmoord. “Ik denk aan de liefde van de bijen, aan de mannetjesbij, die, nadat hij alles gegeven heeft, niet meer levend op de aarde zal terechtkomen. Mijn Teergeliefde. Je André”, mag zijn jonge minnares Marie de Vivier nog in een laatste brief lezen.

André Baillon, bijna 57 jaar oud, is uiteindelijk toch ten onder gegaan aan zijn angsten, zenuwziekte en 'vloedgolf van losbandigheid'. Wat voor vorm die angsten en dergelijke hadden valt, min of meer natuurgetrouw, terug te lezen in Baillons sterk autobiografische romans, zoals het onthutsend mooie 'Boek van Marie' (1921) en 'Een doodeenvoudig man' (1925). De jeugdjaren van Baillons literaire alter ego Henry Boulant, de ouverture van het drama, waarin dus de oorzaak van dit alles verscholen zou gaan, vinden we in 'Het neefje van Mademoiselle Autorité'.

Alleen al het prille begin van Henry B. komt verdacht veel overeen met dat van André B.: in april 1875 in Antwerpen geboren. “Wanneer je vertelt, speel je altijd een beetje vals”, waarschuwt de verteller ons. Toch hield Baillon afgezien van een enkel evident pseudoniem voor vrienden of familie niet zo van valsspelen hield. Is de oorzaak daarvan misschien dat hij al jong als wees door tante Louise van Bellingen (Mademoiselle Autorité) naar een jezuïetencollege werd gestuurd? Waar de vleeszonde een doodzonde was en er lustig op los werd gebiecht? En dat hij meteen vanaf zijn meerderjarigheid op een weinig zedelijk pad raakte?

Op z'n eenentwintigste had Baillon de niet onaanzienlijke erfenis van zijn moeder verbrast in gezelschap van het hoertje Rosine Cheret. Hij trouwde met Marie Vandenberghe, van niet veel zwaardere zeden, die op zijn aandringen weer ging tippelen. Ondertussen had hij een relatie met muze-pianiste Germaine Lievens (Germaine Levine in zijn boeken) en haar dochter Eve-Marie. Hij leidde hij een moeizaam leven als kippenfokker-schrijver-journalist met bijbehorende zelfmoordpogingen. Die van 7 april 1932 maakt drie dagen later een einde aan dat leven.

Het is allemaal niet voor niets geweest. Hoewel hij na zijn dood in de vergetelheid is geraakt, begint André Baillon sinds een jaar of tien dankzij vertalerFrans Denissen in ieder geval in Nederland en België weer bekend te worden. En terecht. Het zijn mooie boeken. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat 'Het neefje van. . .' een van de mindere is. Onderhoudend genoeg, daar niet van, met fijne beelden van het laat-19de-eeuwse België, en een onmisbare schakel in Baillons autobiografie. Maar de magie van bijvoorbeeld 'Het boek van Marie' ontbreekt.

Dat komt denk ik voornamelijk doordat Boulant-Baillon zijn memoires vanuit een nogal gewoontjes aandoend ik-perspectief heeft genoteerd en het ritme van zijn tekst niet strak in de hand heeft gehouden, doordat hij ongeduldig het woord heeft overgenomen van de meneer die hem eerder had geportretteerd als 'een slappeling, een bangerik, een zenuwzieke'. Wat dondert het. Misschien is het een idee om bij wijze van ouverture met de jonge Henry-André te beginnen en dan gaandeweg zijn grotere werken aan te pakken.

mailIcon print |