Bijna onopgemerkt heeft de Acht-meibeweging haar briefhoofd veranderd: zij noemt zich geen platform meer maar 'forum'. Een subtiele verandering als een programma: van een trefpunt met een actieplan naar een marktplaats, een plek voor openbare discussie en verscheidenheid van visie.
In het Congresgebouw te Den Haag komen de Acht-meigangers vandaag weer met hun duizenden aanzetten. Een tent, een veemarkthal, zoals in de voorgaande jaren, past beter bij het beeld van een forum, maar de organisatie zal zich gelukkig prijzen dat zij zich zo goed tegen de IJsheilige van vandaag heeft gewapend. Het weer herinnert aan de gure elementen, precies tien jaar geleden, toen paus Johannes Paulus II Nederland bezocht.
Het bezoek toen vormde de aanleiding voor enkele tientallen katholieke organisaties om samen iets te doen. Zo divers van aard en omvang als zij waren hadden ze één ding gemeen: zij waren vóór vernieuwing in de kerk en zij vreesden met reden dat het pausbezoek het zoveelste middel was om die door hen gewenste vernieuwing te verdonkeremanen en dwars te zitten.
Wat in 1985 niet per se was beoogd gebeurde: het initiatief zette door. De Acht-meibeweging (AMB) ontstond, een 'platform' van inmiddels honderd organisaties, een jaarlijkse manifestatie met rond of ruim tienduizend deelnemers en een permanente staat van koude oorlog en irritatie met de bisschoppen.
Tien jaar later is er iets veranderd. Eindelijk, eindelijk is het gelukt dat tenminste twee bisschoppen, tenminste even de voet over de drempel komen zetten. De reacties lopen uiteen. “Leuk,” zegt oud Acht-meivoorzitter Wies Stael-Merkx, maar zij vindt de komst van die twee net zo leuk als de komst van ieder ander. Voor anderen betekent de aanwezigheid van de bisschoppen een doorbraak in de jarenlang stagnerende dialoog, een doorbraak die ook van de kant van de AMB om een royale reactie vraagt.
De Acht-meiers zijn sinds 1985 tien jaar ouder geworden, nu zestigers voor een groot deel. Dat is geen schande, maar de vraag prangt: hoe nu verder?, waar blijft de jeugd?, hoort 'Acht mei' bij de jaren zestig/tachtig, kan zij beter verdwijnen of wat heeft zij dan te bieden - over de drempel van de nieuwe eeuw? moet het roer om?
Confrontatie
“'Acht mei' is op een keerpunt, gelooft godsdienstsocioloog Gerard van Tillo. Hij ziet niets in een voortdurende ruzie met bisschoppen over futiliteiten als al dan niet goedgekeurde liturgieteksten. De weg van de confrontatie zou men moeten verlaten, want de positieve kracht van zo'n beweging is zinniger aan te wenden en er is veel te doen in vormgeven, mogelijkheden bieden met het oog op de religiositeit van de toekomst.
Van Tillo's vakgenoot prof. L. Laeyendecker ziet een manco in de AMB, omdat de diverse organisaties het er voor het zeggen hebben. Deze participanten houden elkaar als het ware tegen. Hij ziet nog een andere spanning: de verleiding van de 'nieuwe innerlijkheid' en ook van 'new age', eventueel tegenover maatschappelijke betrokkenheid. 'Acht mei' heeft het allemaal in huis: moet zij een keus maken, met alle gevaar van eerste afbrokkeling, vraagt Laeyendecker zich af.
Pater Jan van Kilsdonk, de oud-peetoom van de AMB, waarschuwt voor ongewenste en onvruchtbare afbrokkeling nu. “Werk met je gemengdheid, het crediet van je getal krijgt gezag, want honderd heiligen zijn minder waard dan honderdduizend iets minder heiligen,” gelooft hij. 'Acht mei' moet het van hem niet zoeken in interne zuivering. Liever wapene men zich tegen de 'arrogantie' van de kardinaal die voorwaarden stelt aan een gesprek met AMB. “Stel je voor dat 'Acht mei' wèl in de smaak viel bij bisschoppen! Laat 'Acht mei' helderheid verbinden aan dissidentie en elegantie,” is zijn advies.
Nog niet de helft van diens bijna tachtig jaar telt Annelies de Bont, kaderbegeleidster jongerenwerk in het bisdom Breda. Zij ziet het 'grijze' imago van Acht mei. Moet deze zich sterker richten op de jongeren? Naar het AMB-jongerenprogramma is zij nog nooit gaan kijken, bang daar alleen andere jongeren-functionarissen te treffen. Jongeren hebben geen energie over voor de dingen waar de ouderen zich kwaad over maken. Hen betrekken bij 'Acht mei'? De kunst is ze hun verhaal te laten doen, over waar zij naar zoeken, mee zitten en hen voor de rest maar met rust te laten.
Marcel Kok (27) bereidt het Acht-mei-jongerenprogramma voor. Zijn generatie ziet met verbazing hoe de ouderen van vóór het Vaticaans concilie, van vóór 1965 blijven steken in een gevoel van zich afzetten. Groot was het onbegrip toen de jongeren een onderdeel 'gregoriaans zingen' wilden inlassen (druk bezocht). Hij gelooft niet dat degenen die de dagen van de (behoudende) Werkgroep Katholieke Jongeren bezoeken zo anders zijn; wel staat die organisatie hem tegen met haar houding van: wij staan ìn de kerk, jullie erbuiten; samenwerking is dan ook nog ver weg. Jongeren willen iets kunnen ervaren, voelen - symbolen, mystiek, geen gepraat, getheoretiseer. Ook op de (jonge) Koreaanse theologe Chung Hyun Kyung vandaag verwacht Marcel Kok geen stormloop van jongeren.
Verkreukeld
Vandaag presenteert de AMB ook een eigen, veelstemmige visie op de toekomst in de bundel Katholieken in de moderne tijd (uitg. De Horstink, Zoetermeer, ¿ 39,90), redactie Erik Borgman e.a. Zij hebben aan de vorig jaar overleden dichter Lucebert hun motto ontleend: 'Het hoog heelal ligt verkreukeld tussen het kleumend kruid.'
Katholieken moeten volgens hen geen nieuwe muren proberen te bouwen tegen de postmoderne wereld, zich niet koesteren in de 'schittering van de waarheid' - een kat richting die encycliek. Hun kerk van de toekomst pantsert zich niet tegen “het verkreukelde heelal”, acht zichzelf geen groot samenhangend kunstwerk van spiritualiteit, theologie en organisatie, maar zij leeft in en met de veelvormige en versplinterde wereld van gebroken beelden. Op de katholieke ziel zijn alle lagen afgezet: de oude traditie, het vooruitgangsgeloof van de jaren '60, de skepsis van daarna, moderniteit, postmoderniteit. Ook katholieken leven 'na God', zonder vastgegeven zinsverband.
Voor de Acht-mei-ideologen is dat geen droeve constatering. Hun perspectief is deze “historische bibliotheek”, waar ook de katholieke traditie een kostbare collectie heeft ingebracht, een rijke schat om uit te putten - met de kerk, of Acht mei als een 'forum' om het verworvene met elkaar te delen.
Katholiek op de drempel van 2000, hoe kan dat? Door te vluchten in de ivoren toren van zekerheid en heilig gelijk. Door aanpassing aan de wereld. Door ons “eigen verhaal” als een boodschap uit te dragen. Borgman en de zijnen pleiten voor een nog andere, vierde weg: vanuit onze eigen situatie van vragen, dilemma's, gebroken beelden een toegang zoeken tot de traditie, de 'historische bibliotheek', die vanouds een bonte verzameling is vol zin en onzin, zonder dat in één aanwijsbare kast de Waarheid staat te schitteren. Die traditie is er voor de AMB niet om te bewaken en te bewaren, maar om te hanteren en om - vrij naar Lucebert - het huwelijk te vieren 'van het schone en het voze'.
Twee bisschoppen zetten vandaag de eerste voet op de heilige bodem van 'Acht mei'. Reken maar dat met argusogen op hen wordt gelet, wat zij doen, wat zij zeggen, en ook of zij tot het eind blijven en samen met de theologe Chung hun schoenen uitdoen voor de afsluitende viering. Of dat zij zich dan liever uit de voeten maken en het pastorale hazepad verkiezen. Ondertussen blijft voor Acht mei de vraag of zij de sprong kan maken naar de volgende eeuw en wie mèt Acht mei (en Lucebert) zullen geloven dat “de afgrond het hoogland baart”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.