*

 
dossier

Archief

OPVALLEN IN TOKIO

WIM JANSEN − 26/08/95, 00:00

Op het platteland en in de provinciesteden van Japan lopen ze er ook wel modieus bij, de jongeren van Japan, maar allemaal in het nette en tamelijk uniform. Dit jaar schreef de mode daar fragiele dracht voor met heavy footware. Dus dunne en korte rokjes voor de meiden en halflange broeken met T-shirts voor de jongens, hoofdzakelijk in zwart, grijs en kaki. En daaronder van die zwaar ogende hoge schoenen van canvas of leer, met extra dikke zolen.

In Tokio laten ze zich minder de wet voorschrijven door de Japanse confectiebazen. Hoewel de meesten daar natuurlijk ook keurig in het gareel lopen, zijn ze er minder bang dan 'in de provincie' om op te vallen. Misschien ook wel omdat in Tokio de mensenmassa's zo groot zijn, dat afwijkende kleding het enige middel is om het gevoel te behouden dat je tussen al die honderdduizenden metropassagiers wel degelijk een individu bent.

Het was de massaliteit van Tokio die de Nederlandse fotograaf Adri Mouthaan naar Japan dreef. Werkend aan een fotoboek over mensenmassa's was hij al in India, Thailand en Hongkong geweest; Tokio was een logische volgende stap. Al werkend in de drukte van het centrum van één van 's werelds grootste en dichtstbevolkte steden zag hij tussen die massa van geüniformeerde schoolkinderen, geüniformeerde winkelbediendes en geüniformeerde sararimen (kantoorbedienden) onverwachte flonkeringen. Jonge mensen die duidelijk alle tijd en aandacht hadden genomen om op te vallen. 'Straatmode', noemt Mouthaan dat.

In de modieuze winkel- en uitgaanswijk Shibuya posteerde hij zich tegen de schemering (vanwege het licht) op straat en probeerde die pareltjes voor zijn camera te krijgen. Dat was geen eenvoudige klus. Mouthaan sprak amper een woord Japans, al die goed opgeleide en westers uitgedoste Japanners amper een woord Engels. Maar bovenal bleken de vaak woest geklede jongeren in de praktijk buitengewoon schuchtere personen, die niet wisten wat ze met de belangstelling van de fotograaf aanmoesten. Dus deden ze alsof ze het echt niet begrepen of zeiden ze dat ze niet op de foto durfden. Meer verlegenheid dan onwil, merkte Mouthaan. Want vaak gingen ze na lang aandringen in gebarentaal alsnog overstag.

Er uit springen in de massa lijkt inderdaad het hoofddoel van deze Japanners. Van een trend zoals punk of house, die althans binnen de eigen groep de geborgenheid van wederzijdse acceptatie biedt, is geen sprake. Alles is mogelijk, alles loopt ook door elkaar. Een slordige skinhead met een scala aan piercings kan hand in hand lopen met een modepop in een peperduur en minstens zo opvallend mantelpakje van Coco Chanel. Een superkort spijkerbroekje naast een lederen motorpak.

Maar wat zo ook dragen, na een avond vol aandacht waarin de oudere Japanners het hoofd bijkans van de romp hebben gedraaid en soms zelfs een afkeurend gesis hebben laten horen, wordt de individualiteit weer keurig opgeborgen in de kast van een piepklein appartement in een verre buitenwijk van Tokio. Want de volgende dag gaan de meeste van deze opvallende Japanners braaf naar het werk. In uniform.

mailIcon print |