Nederland is eigenlijk een republiek waarin het presidentschap erfelijk is, legde prins Claus vorige week vrijdag het Duitse volk op de televisie uit. Deze uitspraak wekte hier enige verbazing, maar dat zal vooral komen omdat hij uit de mond van de prins kwam. Want de constatering zelf is al 133 jaar oud en van de hand van de schrijver Conrad Busken Huet.
In een nabeschouwing op de behandeling van de rijksbegroting in de Tweede Kamer schreef hij januari 1865 in 'De Gids' terloops en op een jongensachtige toon: “Men moge het beklagen of er in roemen, Nederland is feitelijk sedert 1848 eene demokratische republiek met een vorst uit het Huis van Oranje tot erfelijk voorzitter.”
Claus deed dus niet anders dan Huet citeren. Het is overigens voor de prins te hopen dat het met hem na zijn uitspraak beter afloopt dan met Huet. Diens beschouwing en de bespreking van de poëziealmanak 'Aurora' (waarbij hij zijn ironisch-scherpe kritiek in de mond had gelegd van koningin Sophie) in hetzelfde nummer schoten zijn mederedacteuren in het verkeerde keelgat. Huet kon als Gids-redacteur opkrassen. Jammer dat Claus niet verder is gegaan met citeren, want na de zin over onze Oranje-republiek vervolgt Huet: “Onze koning is een koning bij de gratie Gods, doch in geen anderen zin dan waarin ook 's konings kleedermaker aan de goddellijke genade het aanzijn dankt.”
Huet had toen hij dit schreef net kerk en christendom verlaten, maar in deze zin klinkt toch nog de echo door van het eeuwenoude huwelijksformulier van de hervormde en gereformeerde kerken, waarin de bruidegom voorgehouden wordt te arbeiden in “uw Goddelijk beroep”. Koning of kleermaker - het is om het even.
Leuk als Claus deze wijsheid van Huet eveneens had doorgegeven, want dat hoort toch ook bij onze Oranje-republiek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.