AMSTERDAM - Overrompelende charme, ratelend repeterende nootjes in een razend tempo en een meer dan overtuigende belcanto-techniek deden een verloren gegane zangtraditie herleven. Cecilia Bartoli, de jonge Italiaanse mezzo-sopraan is er in haar eentje verantwoordelijk voor!
Maandagavond was zij terug in het Concertgebouw alwaar een immense schare fans de zangeres bejubelde na een fantastisch recital. Bartoli trad één keer eerder hier op; verder is haar naam haar vooruitgesneld via diverse zeer goede opnames, niet in de laatste plaats de verscheidene malen bekroonde 'Cenerentola' onder leiding van Riccardo Chailly. Die opname en enkele zeer geslaagde Rossini-recitals geven aan dat Bartoli gespecialiseerd is in de duivelse kunsten van die Italiaanse componist.
Dat maakt een vergelijking met de grote Teresa Berganza (die decennia geleden voor een Rossini-renaissance zorgde) mogelijk. Bartoli lijkt trouwens ook in andere opzichten op haar illustere Spaanse collega: klein van stuk, kordaat in haar optreden, geweldig in de omgang met haar publiek en ook de stem heeft af en toe iets Berganza-achtigs.
Al bij haar opkomst sloeg Bartoli oprecht haar gebalde vuist tegen haar hart om het publiek te danken voor het enorme welkomstapplaus. De verwachtingsvolle spanning werd gebroken met een motet van Vivaldi: zoetige piëteit vermengd met duizelingwekkende coloraturen.
Bartoli werd voor de pauze (helemaal gewijd aan Vivaldi) begeleid door het Italiaanse strijkkwartet I Delfici. Een enkelvoudige bezetting dus van het strijkorkest dat Vivaldi voor ogen had, maar de musici van I Delfici speelden dusdanig, dat het gemis aan volume ruimschoots gecompenseerd werd. Het volume was als het ware aangepast aan dat van Bartoli, want hoe goed en mooi Bartoli ook zingt, veel volume heeft ze niet. Dit compenseert zij door een fabelachtige projectie, waardoor het pregnante geluid toch goed de zaal instroomt.
Vivaldi's beroemde wereldlijke cantate 'Cessate, omai cessate' werd met veel drama voorgedragen. De kokette versierinkjes van het motet daarvoor hadden plaatsgemaakt voor vlammende coloraturen, waarvan de virtuositeit alleen nog overtroffen werd door een aria uit 'Griselda'. Ongelooflijk wat Bartoli daar uithaalde met de versieringen op het woord 'naufragar' (vergaan). Het was prachtig om te zien hoe zij haar strottenhoofd als het ware kantelde (met een vooruitgestoken kin en hals) om alle nootjes op hun plaats te krijgen.
Na de pauze volgden de 'Chants populaires' en drie andere liederen van Ravel. Bij het 'Chanson espagnol' en de 'Vocalise en forme de Habanera' doemde het beeld en geluid van Berganza levensgroot op, maar Bartoli interpreteerde de liederen ook met veel persoonlijke inbreng. In het Rossini-gedeelte ('La regata veneziana' en de beroemde slotaria uit 'La donna del lago') was Bartoli op haar best. Met humor, schitterend gevoel voor de tekst (het is haar moedertaal) en de geweldige techniek bracht zij het publiek op de stoelen. Een avond om niet licht te vergeten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.