UTRECHT - Marjo Eitjes zit thuis; tot het laatst heeft het bestuur van het Katholiek bureau voor vorming en toerusting omtrent seksualiteit en relaties (KBSR) fondsen gezocht om het werk voort te zetten, maar het is niet gelukt. Het bureau is deze week gesloten, de secretaresse werkt nog wat zaken af, staflid Eitjes zit thuis.
Zij verzekert bij herhaling dat het niet om haarzelf gaat. Na zoveel jaar werken op het gebied van godsdienst en incest, seksueel misbruik in het pastoraat, is zij best toe aan iets nieuws. Maar de klus is nog geenszins geklaard, vindt zij. Er is nog steeds dringend behoefte aan een onafhankelijk bureau, waar men terecht kan voor alle vragen op het terrein van godsdienst en seksualiteit. Zo'n bureau is er nu niet meer. Het kantoortje in Utrecht voerde ook het secretariaat voor een aantal verwante organisaties, als het Landelijk werkverband 'Godsdienst & incest', wat veel versnippering en dubbel werk voorkwam, voorbij.
Vorig jaar viel het doek al voor de protestantse zusterorganisatie PSVG. Toen was de hoop dat het kleinere KBSR, met steun van enkele gulle zustercongregaties, drie jaar kon blijven. Maar ook bij de zusters zijn eigen en andere noden te hoog gestegen.
Beeldvorming
Marjo Eitjes schreef samen met de gereformeerde predikant Gideon van Dam een boek over seksueel misbruik door pastores 'Een pastor moet je toch kunnen vertrouwen' (uitg. Meinema, 1994). Zij is zeven jaar verbonden geweest aan het KBSR. Voordien werd het bureau sterk geïdentificeerd met het toenmalige staflid mevrouw Wies Stael-Merkx, tevens voorzitter van de Acht-meibeweging.
Die beeldvorming is hardnekkig en heeft ons misschien ook wel de das omgedaan, peinst zij nu, terwijl de werkwijze en de klandizie sterk zijn veranderd. Eitjes heeft zich toegelegd op het toerusten van Vrouw- & -geloofgroepen en van mensen die als vrijwilliger of beroepshalve met problemen rondom godsdienst en seksualiteit te maken hebben.
Eigenlijk is er een netwerk nodig, zodat mensen overal in de eigen regio terecht kunnen bij iemand die uit de voeten kan met zowel de seksuele problematiek als met het godsdienstige aspect, schuld, religieuze crisis.
Marjo Eitjes voelt haar pionierswerk nu als het ware in de knop afgebroken. Het was echt haar bedoeling zichzelf overbodig te maken, maar er is gewoon nog te weinig deskundigheid en wie er wèl iets van weet is er niet voor vrijgesteld, vat zij haar ergernis samen.
Is haar deskundigheid echt zo uniek? Zij is bescheiden: ze heeft oprecht het idee dat ze het wereldje goed kent. Genoeg mensen die veel over God weten, genoeg die alles over seks weten, maar mensen die thuis zijn op de kruising: zij weet nu niet naar wie zij verwijzen kan. Mensen laten barsten kan zij evenmin. “Het zal wel onbetaald vrijetijdswerk worden.”
Zij erkent dat in haar kerk nu een grotere openheid is, vooral voor het probleem van seksueel misbruik door pastores. Er zijn vertrouwenspersonen, een 06-nummer enz. Maar, legt ze uit, dat is voor na de ongelukken, als het te laat is. Haar bureau werkte voor een groot deel preventief, wilde een open houding helpen creëren, in het spreken niet alleen over, maar ook mèt betrokkenen. Daar heerst nog grote verlegenheid. Uit alles blijkt volgens haar duidelijk dat geen parochie of gemeente kan beweren dat incest, geweld in het huwelijk, er niet spelen. Maar lang niet overal wordt dat gezien: je moet het leren zien.
De klemtoon van het werk lag steeds bij de slachtoffers, maar er zijn ook trainingen voor de plegers. Wie bedenkt dat bovendien niet altijd alles zo duidelijk en zwart-wit ligt zal graag instemmen met de behoefte aan kritische deskundigheid. Marjo Eitjes is ervan overtuigd dat als het nu ophoudt binnen tien jaar het idee opkomt een bureautje te beginnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.