Door een technisch probleem kon de rubriek 'Drie op vrijdag' op 17 februari j.l. niet verschijnen. Wij drukken de verleden week geschreven tekst van rabbijn Soetendorp van de liberaal joodse gemeente in Den Haag hierbij alsnog af.
God moet hier bijzonder schik gehad hebben tijdens het scheppen. Vanuit deze meest zuidelijke plek van het wonderschone Thailand had ik uitvoeriger willen schrijven over de gedragscode voor de natuur, naar het voorbeeld van de Universele verklaring van de rechten van de mens, die wij vertegenwoordigers van 'Earth council' en 'Green Cross' trachten te schrijven.
Heeft de natuur rechten? Hoe kunnen wij van spirituele tradities leren, die de eerbied voor de natuur meer hebben bewaard dan jodendom, christendom en islam tesamen? Zijn wij in het levensnoodzakelijke proces van 'losmaking' van de aan de natuur gebonden afgodendienst niet te ver van de reverentie voor de aarde in al haar verschijningsvormen geraakt? En moeten wij niet de weg terug afleggen van de verworpen heiligheid van de boom, naar het ingetogen respect voor de boom?
Ik had ook willen stil staan bij een gedurfd plan om religieuze en politieke leiders en vertegenwoordigers van kunst en wetenschap bijeen te brengen in de regio van het Midden-Oosten. Een conferentie van verzoening met als thema o.a. de gemeenschappelijke zorg voor het ecologische evenwicht, het schone water.
Maar gisteravond wist mijn dochter Tamar mij te bereiken met de schokkende mededeling dat Ischa Meijer is overleden. Wij schelen twee dagen. Mijn moeder vertelde mij eens met een olijke glimlach dat zijn vader, Jaap, gedreigd had in de gracht te springen als mijn moeder - 15 jaar - niet met hem wilde gaan.
Zijn vader en mijn vader waren menseneters. Zo werden arme rabbijnenstudenten genoemd, die 's maandags en donderdags bij rijkere families mochten meeëten. Vaak bruine bonen.
Wij werden niet zo ver van elkaar in het rampjaar 1943 geboren. Voor mij werd nog net op tijd een zorgzaam onderduikechtpaar gevonden. Hij werd met zijn ouders naar een kamp getransporteerd.
Wij hebben over het opgroeien als opgedoken kinderen met het verleden op onze hielen gesproken in Amsterdamse café's, toen er nog niet over de eerste en tweede generatie werd gepubliceerd, laat staan over de tussengeneratie waartoe wij behoorden.
“Jullie waren babies in de oorlog, gelukkig hebben jullie bewust niets meegemaakt.”
Hij worstelde toen met het manuscript van het boek dat nu eenmaal geschreven moest worden, hoe verscheurend het ook was. Brief aan mijn moeder.
Vorig jaar hebben wij de zoektocht naar de drijfveer van ons bestaan voortgezet voor het oog van de camera. Een wonderlijke intimiteit werd bewaard. “Soms ben ik rebbe en jij schrijver”, zei hij na afloop met spot, waarin hunkering was vervat. Hij die zich naar het gezegde van Kleerekoper, God zij dank een atheïst noemde, was diep verbonden met de joodse traditie, kende gebeden uit zijn hoofd, citeerde passages uit de Talmoed en wilde tijd vrij maken om te lernen. Eens.
In één van zijn groteske shows grapte hij naar waarheid “elke gezonde joodse jongen heeft weleens gedacht dat hij de Masjiach was”.
Een In Memoriam voor Ischa, die zelf elke dikdoenerigheid doorprikte, moet wel eindigen met een mop: Moos doet mee met een roeiwedstrijd. Hij roeit als een bezetene en komt als eerste bij de finish aan. Tot verbijstering van de omstanders houdt hij niet in, maar blijft hij doorroeien. Als hij eindelijk tot stilstand is gekomen verklaart hij: “Ik wilde laten zien dat wij niet uitgeroeid zijn”...
Ischa was waarachtig deze roeier. Moedig, trots, getormenteerd trok hij rusteloos het razendsnelle spoor.
Ischa vaarwel.
Wij roeien nu zonder jou door.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.