*

 
dossier

Archief

Tenor uit duizenden: Roberto Alagna

PETER VAN DER LINT − 28/09/95, 00:00

De vierde tenor! Zo wordt de jonge Frans-Italiaanse zanger Roberto Alagna in advertenties aangeprezen. Hij zou de opvolger zijn van the famous Three waarop de opera-wereld zo lang gewacht heeft. Nonsens uiteraard. Niet alleen is het verre van waar dat de grote drie het non plus ultra in tenorzang vertegenwoordigen (bij één van de drie is het artistieke niveau zelfs tot bedenkelijke waarden gedaald), het is evenzo onjuist dat er geen nieuwe generatie zou zijn. Lopardo, Leech, Margison, Larin, Grigorian, Olsen, Kalt, Armiliato, Dale, Vargas, Canonici; het zijn namen van veelbelovende, jonge tenoren die spontaan uit het geheugen naar boven komen. Maar toegegeven: Alagna is wel een zeer bijzonder talent onder hen.

Wat zouden de opera-critici van een vorige generatie niet over hebben gehad voor een stijlvol zingende Franco Corelli. Het uiterlijk en de opwindende stem van de Italiaan (die leerde zingen door naar de platen van Caruso te luisteren) maakten hem tot de vleesgeworden Roméo, Don José, Manrico en Andrea Chénier. Maar...die larmoyante stijl, die vreselijke uitspraak van het Frans en dat constant luide zingen, wekten afkeer.

En nu is er dan ineens een nieuwe Corelli. Zijn naam: Roberto Alagna. Geen vierde tenor, maar een tenor uit duizenden. Ook hij heeft zich grotendeels zelf leren zingen, ook hij ziet er uit als een jonge god; hij heeft zelfs de opvallende slis van Corelli. Maar...Alagna zingt schitterend Frans, heeft stijlgevoel en kan zacht zingen.

Alagna (zijn ouders zijn in Frankrijk wonende Sicilianen) viel eind jaren tachtig op als Alfredo en Nemorino. Er volgde een sensationeel debuut in de Scala in 1990 (wederom 'La Traviata') en een nog spectaculairder optreden in Gounods 'Roméo et Juliette' in Londen. EMI was er als de kippen bij om een contract te tekenen met als resultaat de eerste recital-cd van ALAGNA (EMI 5554772); bij Sony en Erato verschenen al complete opera's met hem.

Franse en Italiaanse aria's wisselen elkaar af op deze zeer geslaagde disc. Bekende fragmenten uit 'Werther', 'Roméo et Juliette', 'La Bohème' en 'Carmen' staan naast zeer onbekende stukken uit 'Polyeucte' (Gounod) en 'Mârouf' (Rabaud). Alagna kan prachtig in stijl differentiëren; het fragment uit 'L'Arlesiana' klinkt bijvoorbeeld heel anders dan dat uit 'Werther'. Maar altijd is het geluid zeer persoonlijk, de frasering geweldig en de hoogte stralend. En wanneer was de laatste keer dat de slotnoot van Don José's aria pianissimo (zoals voorgeschreven) klonk?

mailIcon print |