*

 
dossier

Archief

Politiek belooft beterschap: sport krijgt miljoenen extra

JOHAN WOLDENDORP − 20/01/98, 00:00

DEN HAAG - Het eventuele tweede paarse kabinet zal ongeveer honderd miljoen gulden uittrekken voor de sport. Dat is een verdubbeling van de huidige rijksbijdrage, die vorig jaar al tot ruim 50 miljoen werd opgetrokken.

Tijdens het slotsymposium van het nationale debat over de relatie sport-overheid waren de fractievoorzitters van de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 eensgezind in hun standpunt dat de politiek de maatschappelijke betekenis van de sport met iets meer dan fraaie volzinnen en holle frases moet onderlijnen.

Vijftig miljoen meer, het lijken peanuts maar in de geschiedenis van alle welzijnsministeries waaronder de sport ressorteerde, is het een hele dijkdoorbraak. Jarenlang werd het budget bevroren en was er - nog erger - van samenhang in beleid met andere departementen amper sprake. Het ministerie van VWS is bovendien een 'vergaarbak' van geledingen die nu eenmaal ook onder een departementale paraplu moeten schuilen. Bij zoveel versnippering en belangetjes is er per directie maar een beperkt budget beschikbaar. Een treffend voorbeeld was een symposium over sport en ontwikkelingssamenwerking, dat vorige week werd gehouden. Minister Pronk van dat laatste departement zag er na een reis naar Zuid-Afrika zoveel in, dat hij spontaan een miljoen beschikbaar stelde. 'Geïndexeerd' naar het uitgavenpatroon van VWS is dat vijf keer meer dan de directie sport voor dat doel kan uittrekken.

De handreiking van de politiek is het resultaat van jarenlange massage van de kant van NOC-NSF. Het afgelopen decennia werden ministers en kamerleden om de oren geslagen met dure rapporten waaruit de maatschappelijke betekenis en betrokkenheid van de sport werd aangetoond. Bij elke overhandiging werden door de betreffende bewindspersoon zalvende woorden gesproken, waarna de nota in een la verdween. Het slotsymposium in Den Haag was daarom een historische: nog nooit was 't het NOC-NSF gelukt een debat tussen de fractieleiders van de vijf grootste partijen te organiseren.

Aan de andere kant lopen de verkiezingsprogramma's niet over van aandacht voor de sport. D66 heeft er, in een poging de sterk neergaande lijn nog iets om te buigen, inhoudelijk nog het meeste werk van gemaakt. Maar Paul Rosenmöller (GroenLinks) merkte op dat een woord van een lijsttrekker vaak veel meer zegt dan een paragraaf over welk onderwerp dan ook in een programma. “We hebben toch veel bereikt”, keek secretaris Wim de Heer van NOC-NSF terug op het boeiende symposium. “Nog niet zo lang geleden werden we weggelachen als we de landelijke overheid om meer geld vroegen.”

De kleur van het kabinet dat Nederland over de drempel van het millennium heen moet tillen, doet voor het te voeren sportbeleid niet eens zoveel terzake. De Hoop Scheffer (CDA) wilde als enige geen bedrag noemen, maar refereerde wel aan het fonds voor de breedtesport, dat aan de boezem van zijn fractie ontsproot. Eensgezind waren de heren ook over de noodzaak het zwem- en gymnastiekonderwijs op basisscholen weer door vakleerkrachten te laten geven. Wallage (PvdA) zei het gek te vinden dat een scholier wel een goede leerling is als hij goed kan rekenen, maar niet als hij uitblinkt op gymles.

Wallage zou het niet onlogisch vinden dat de meerjarennota van het kabinet Kok, 'Agenda 2000 plus', buiten de paden van de harde infrastructuur gaat treden. “We hebben te lang gedacht dat het buurthuis en de verenigingen de problemen zelf wel konden oplossen. De rijksoverheid staat op een te grote afstand waar het gaat om het leiden van hoofdprocessen.” Ook zijn collega's trokken het boetekleed aan. Bolkestein (VVD): “Ouders moeten kinderen aanmoedigen aan sport te doen. Ze moeten zich vooral onthouden van onheus gedrag aan de rand van het voetbalveld.” De Graaf (D66): “De maatschappelijke betekenis van sport is te veel gemarginaliseerd.”

De sport heeft in een aantal opzichten het tij mee, al lijkt de toegenomen aandacht van 'Den Haag' voor dat fenomeen grotendeels te zijn ingegeven door het 'verkeerslichteffect'. Pas wanneer er bij het oversteken een dode valt, wordt het gevaarlijke kruispunt beveiligd. De Utrechtse korpschef Peter Vogelzang (die een kort verleden als directeur betaald voetbal heeft) stelde in zijn nieuwjaarstoespraak dat een wijkagent zinvoller bezig is door op zaterdagochtend als jeugdleider van een voetbalelftal op te treden dan door twee uur door de buurt te surveilleren. Met andere woorden: door hangjongeren tot bewegen te stimuleren, wordt een deel van de jeugdcriminaliteit bestreden. Zo denkt 'stadsdeel-wethouder' Tiemersma uit Amsterdam-Zuid er ook over. “Jeugdbeleid is nu te veel gericht op criminaliteit. Het lijkt wel alsof we verantwoording moeten afleggen aan justitie in plaats van aan VWS.”

Volgens Bolkestein moet de politie gewoon boeven blijven vangen, en ook De Graaf ziet niet in hoe de geweldsspiraal wordt doorbroken door jongeren meer aan sport te laten doen, maar de uitspraken van Vogelzang en anderen hebben politiek Den Haag kennelijk wel de ogen doen opensperren. Voorzitter Franssen van de Landelijke Contactraad had het over “de inferieure plaats van aandacht voor de fysieke ontwikkeling van kinderen en jongeren.”

Huibregtsen (preses NOC-NSF) refereerde aan de vele miljarden die jaarlijks aan onderwijs en milieu worden besteed. “Maar als het op sport aankomt, laten wij het ineens over aan al die vrijwilligers die niet alleen hun tijd moeten inzetten, maar ook nog het geld moeten opbrengen om voor anderen in de maatschappij te zorgen.” Burgemeester Alma van Borculo, die zich als oud-hockeyer van HDM nog herinnerde dat er getraind werd onder het licht van koplampen van auto's van ouders, ziet tot zijn afgrijzen dat moderne ouders de sportvereniging vooral als kindercreche zien.

Het lijkt het forum dan ook logisch dat de vijftig miljoen extra worden aangewend voor de breedtesport en de professionele ondersteuning van het aan erosie onderhevige vrijwilligersbouwwerk. Tot nu gaat het VWS-geld naar de topsport en de landelijke organisaties. Waar Rosenmöller constateerde dat 'iedereen' de noden van het afkalvende leger vrijwilligers erkent, bevreemdt het hem dat een kamerbrede motie om de belastingvrije onkostenvergoeding op te trekken naar 2000 gulden per jaar (nu 1200), nog steeds niet door het kabinet is overgenomen.

mailIcon print |