De Anglicaanse bisschop Masimango Katanda uit Congo had zich zijn reis naar Europa toch wat anders voorgesteld. Al in juni vertrokken hij en zijn vrouw naar Europa voor een reis die zou eindigen met de Lambeth-conferentie in Canterbury, waar Anglicanen aller landen elkaar om de tien jaar ontmoeten.
De conferentie ging vorige week uiteen zonder overeenstemming te bereiken over een gevoelig onderwerp: de vraag of homoseksualiteit zonde is. En thuis in Congo (voorheen Zaïre) is ondertussen een burgeroorlog uitgebroken, waardoor het geheel onzeker is wanneer de Katanda's hun zes achtergebleven kinderen zullen weerzien.
Niet dat de Lambeth-conferentie wat hem betreft erdoor mislukt is, maar de media-aandacht voor het vraagstuk van homoseksualiteit heeft de bisschop wel enigszins verbaasd ('de Lambeth-conferentie was voor alles een homo-conferentie', oordeelde Trouw).
“We hebben daar zo veel belangrijke onderwerpen besproken, zoals de schuldenlast van de Derde-Wereldlanden, de verhouding tussen christenen en moslims (zeer actueel in Soedan en Nigeria) en wat wij Afrikanen, met onze springlevende, nog steeds groeiende kerken, kunnen bijdragen aan het keren van de ontkerstening in het Westen.”
Ook bisschop Katanda betreurt het, dat de werkgroep die zich in Kent boog over de homoseksualiteit er niet uitkwam. Maar het vraagstuk had wat hem betreft een al even lage prioriteit als bijvoorbeeld euthanasie. Ook op dat punt bleven de verschillen tussen vertegenwoordigers uit het Westen en die uit de Derde Wereld onoverbrugbaar. “Ik had voor Canterbury nog nooit zelfs maar van euthanasie gehoord. Dat is ook niet bepaald een praktijk waar we in Afrika aan toe komen. Homoseksualiteit en euthanasie, dat zijn toch meer problemen van de Amerikaanse en Nederlandse samenleving dan van de Anglicaanse kerk? Dáárvoor was ik niet naar Canterbury gekomen.”
Begin deze maand, nog tijdens de conferentie, hoorde de bisschop een nieuwsbericht over Congo, dat hem aanvankelijk als nogal onschuldig voorkwam. President Laurent Kabila, die een jaar geleden aan de macht kwam door de gehate dictator Mobutu te verdrijven met militaire hulp van buurland Rwanda, had gezegd dat de Rwandezen in de top van zijn leger en regering terug naar huis moesten. “Ik had niet het gevoel dat er een probleem was. Ik dacht gewoon dat de Rwandezen hun missie hadden volbracht, en dat de president hen daarvoor nu bedankte.”
Maar de boodschap van de president had in werkelijkheid een grimmiger karakter. Al een tijd lang groeiden er spanningen in de regering. Volgens zijn critici begon president Kabila zich allengs meer te omringen met familie- en volksgenoten. Dat ging ten koste van zijn oude bondgenoten, waaronder veel Tutsi's (het volk dat ook de dienst uitmaakt in Rwanda). De woorden van de president vormden het startsein voor een nieuwe oorlog, tussen rebellen die de steun genieten van Rwanda, en het regime van Kabila.
Het 'hartland' van de rebellen ligt in de veelgeplaagde provincie Kivu, aan de grens met Rwanda, een streek die de bisschop goed kent. Twee jaar geleden woonden de Katanda's in Goma, de stad die werd overspoeld door vluchtelingen uit Rwanda. De bisschop werkte zelf in de vluchtelingenkampen, in dienst van internationale hulporganisaties waaronder de Nederlandse SOH (Stichting Oecumenische Hulp). Bij de SOH is de bisschop momenteel te gast.
Bisschop Katanda, geboren en getogen in een provincie die grenst aan Kivu, begon zijn carrière in de Anglicaanse kerk in Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu. “In 1986, pal na mijn theologiestudie, was ik daarheen gestuurd als catechist: ik moest daar een kerk van de grond af opbouwen, want behalve een houten huis dat ik kon betrekken en enige tientallen Anglicaanse gelovigen, was er niets. Drie voorgangers hadden de opdracht te zwaar gevonden, en waren uit Goma weggevlucht. Het was moeilijk, zonder salaris, en zonder kerkgebouw, maar ik heb de opdracht aanvaard omdat het nu eenmaal mijn roeping was om geestelijke te worden. Ik had nota bene medicijnen kunnen studeren in Kinshasa, maar ik heb bedankt voor die eer.”
Om te voorzien in zijn eigen levensonderhoud, begon bisschop Katanda een school. Mede dankzij de hulp van protestantse en katholieke geestelijken hield hij zichzelf, en de prille Anglicaanse gemeente staande. “Het behoort tot de filosofie van de Anglicaanse kerk dat gemeenten zichzelf financieren. Het was makkelijker geweest als ik me had bekeerd tot het katholicisme of de Pinkstergemeente, dan had ik geld uit Rome of Scandinavië gekregen.”
Hij herinnert zich het Goma van die tijd als een welvarende stad. “Er waren veel westerse toeristen, die kwamen voor de chimpansees en de gorilla's. In de streek werden bonen en aardappelen verbouwd, en al sinds de Belgen wordt er kaas gemaakt.”
Het waren overigens ook de Belgen die de etnische verhoudingen in de regio verstoorden door arbeiders uit het overbevolkte Rwanda op de plantages aan te stellen. Maar Katanda merkte in zijn tijd nooit iets van onderhuidse etnische spanningen tussen de zes bevolkingsgroepen die de streek rijk is. “Nou ja, míí noemden ze een Bakuya-kuya, immigrant in het Swahili.”
Begin jaren negentig brak er oorlog uit in Rwanda tussen Hutu's en Tutsi's. Ook in Kivu begonnen de spanningen tussen Hutu's en Tutsi's op te lopen. Andere bevolkingsgroepen keerden zich tegen deze 'buitenlanders'. In 1994 voerde de Hutu-regering in Rwanda een volkerenmoord uit op Tutsi's, waarna Tutsi-rebellen de macht grepen. Eén miljoen Hutu-vluchtelingen, bang voor wraak, overstroomden Goma en omgeving.
Nog voordat er hulporganisaties ter plekke waren probeerde Katanda hulp te verlenen: “Vluchtelingen bivakkeerden overal, in onze tuin, zelfs in onze wc was een gezin getrokken. In de school, die we hadden opengesteld, en in de kerk markeerden gezinnen met banken hun plek. De stad was vergeven van de rook: mensen kookten een potje op alles wat branden wilde. Nooit van mijn leven zal ik de chaos en de doden vergeten. Na verloop van tijd brak er cholera uit. Ik heb met een vrachtwagen lijken opgehaald, en graven gegraven op het kerkhof, verschrikkelijk.”
Tot 1996 zou Katanda de vluchtelingen in de kampen blijven bijstaan, in dienst van internationale hulporganisaties waaronder de Nederlandse Stichting Oecumenische Hulp. Die kampen waren een doorn in het oog van Rwanda. Hutu-extremisten, dezelfden die in Rwanda honderdduizenden Tutsi's hadden vermoord, hadden er vrij spel. Het leger van Mobutu, die een goede vriend was van het oude bewind in Zaïre, speelde onder een hoedje met de Hutu-extremisten die vanuit Zaïre terreuraanvallen deden in Rwanda; ook de Zaïrese Tutsi's waren slachtoffer.
Dat was de reden dat Rwanda ervoor koos om in zee te gaan met de krijgsheer-diamantsmokkelaar Kabila, die zich ten doel had gesteld om Mobutu te verjagen. In 1996 rolden de troepen van Kabila en Rwanda de kampen op: de vluchtelingen werden teruggejaagd naar Rwanda. Kabila schopte het tot president, en doopte Zaïre om tot Congo.
Katanda: “Ten tijde van de vluchtelingenkampen dreef de hele economie van Goma op de westerse hulpinstanties. Mensen verhuurden hun huizen voor krankzinnige bedragen, zelfbenoemde autoriteiten sloegen overal geld uit voor 'vergunningen'. De verjaging van de vluchtelingen kwam als een totale verrassing, en veroorzaakte totale crisis, honger en gebrek bij de lokale bevolking.”
De vriendschap tussen Kabila en Rwanda duurde niet langer dan een jaar, onder meer omdat ook onder Kabila Rwanda (en ook Rwanda's bondgenoten Oeganda en Burundi) werden geteisterd door guerrilla-aanvallen vanuit Kivu. Het bewind van de ex-rebel Kabila wordt nu bedreigd door een nieuw rebellenleger, met steun uit Rwanda en Oeganda.
Voor velen kwam deze nieuwe oorlog als een totale verrassing - ook voor Katanda, die elf maanden geleden werd benoemd tot bisschop in Kindu, hoofdstad van zijn geboortestreek die grenst aan Kivu. Zijn zes kinderen zijn daar achtergebleven, en hij weet niet hoe ze het maken.“Gelukkig is in Kindu niet gevochten, maar alle verbindingen zijn verbroken.” Deze week vertrekt hij naar Oeganda, waar hij zal wachten op het eerste vliegtuig naar Kindu. “Toen de vorige oorlog uitbrak, duurde het bijna een jaar voordat ik van Goma naar Kindu kon. Ik weet niet hoe lang het nu weer zal duren voordat ik mijn familie terugzie.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.