Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - Het medisch tuchtcollege in Amsterdam wacht op een teken van het ministerie van VWS dat er mag worden uitgebreid. Uitbreiding is nodig wanneer het college, net als de andere, vanaf 1 december volgens de Wet BIG gaat werken.
“Een geschikte jurist pluk je niet zomaar van straat,” zegt mr. U. W. baron Bentinck, de voorzitter van het Amsterdamse college. “Bovendien moet je iemand wel uitleggen hoe het hier toegaat. Tot dusver horen we van het ministerie slechts dat we ons geen zorgen hoeven maken. Toch moeten we deze zomer de mensen hebben, anders halen we 1 december niet. Ik denk al dat het wat later dan 1 december zal worden.”
De verwachte werklast voor het medisch tuchtcollege is vastgesteld door een extern bureau. “Ik heb nooit gehoord dat VWS dat rapport-Onderwater niet zou hebben overgenomen. Maar we moeten nu wel beginnen. Ik heb er echt zin in om er iets van maken. Anders had ik wel mijn ontslag genomen. Maar we moeten dan wel de middelen krijgen.”
De Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg heeft onder meer als gevolg dat de openbaarheid van het medisch tuchtrecht sterk wordt vergroot en uitgebreid tot nieuwe beroepsgroepen: verpleegkundigen, fysiotherapeuten, psychotherapeuten en klinisch psychologen. Ook dat vereist meer personeel.
De bezetting van het tuchtcollege is niet overdreven zwaar. Elke dinsdag is er een zitting. Voorzitter Bentinck zit één dinsdag per drie weken. De andere dagen wordt hij vervangen door (oud-)rechters. Dagelijks heeft hij contact met mevrouw mr. L. van den Berg-Voermans, de secretaris van het college, die eigenlijk de spil is van het geheel. Zij wordt bijgestaan door een parttime secretaris, een bureaukracht en een aantal plaatsvervangende secretarissen, doorgaans advocaten. Het college behandelt per jaar ongeveer 250 zaken.
Net als nu zal ook na 1 december het merendeel daarvan niet in het openbaar komen. “Het voorlopig onderzoek zal als zeef werken, maar een flinke portie zal toch ter zitting komen. Niet alles. Uiteraard ontvangen wij ook wel eens van die dicht beschreven brieven van zoveel kantjes. Maar ook bij zulke kwesties, waarbij je op je klompen aan voelt dat de klager. . . (kijkt naar buiten, waar het mist), volgen wij zorgvuldig de gewone procedure: we horen de arts, leggen dat weerwoord voor aan de klager en na diens reactie en de dupliek van de arts beslist de raadkamer of de klacht verder gaat naar de rechtszitting. De mogelijkheid bestond al, maar het wordt voorgeschreven dat we klager en verweerder oproepen en bekijken of er een verzoening inzit. De verweerder kan dan nog spijt betuigen en zeggen: 'sorry, dat heb ik verkeerd gedaan'. En de klager kan zijn klacht nog intrekken.
Bentinck is, net als zijn collega's van de vier andere tuchtcolleges, vice-president van de rechtbank. Het medisch tuchtcollege doet hij er bij. De voorzitter van het Centraal medisch tuchtcollege is lid van de Raad van State.
Er schort iets aan de beeldvorming van het medisch tuchtrecht, meent Bentinck. “Het odium dat het er is om artsen de hand boven het hoofd te houden, stoort me geweldig. De fout zit 'm in het verwachtingspatroon. De klager denkt vaak dat zijn klacht bij ons voorop staat en dat is niet zo. De klacht is een startpunt voor een oordeel of het handelen van een arts voldeed aan de standaard van de beroepsgroep. Vooral daarop krijgt de klager antwoord. De eventuele maatregel vinden velen wat mager. Ik kan me dat wel voorstellen van iemand van wie bijvoorbeeld het kind is overleden. Die wil genoegdoening.”
“Er zijn wel eens emotionele situaties op de zittingen, schelden komt zelden voor. Soms gaan klager en aangeklaagde in debat. Dat moet eigenlijk via de voorzitter, maar ik laat het dikwijls even lopen, want dan komen er nog interessante gegevens boven water. Zo'n emotionele episode draagt bij aan een andere bestaansgrond van het college: dat de mensen stoom kunnen afblazen en het gevoel hebben dat ze het er niet bij hebben laten zitten. Maar de klager moet zich niet blindstaren op de maatregel die wij eventueel opleggen.”
“Inmiddels hebben enkelen ontdekt dat een procedure bij het medisch tuchtcollege een goedkope aanloop is voor een civiele procedure. Bij het tuchtcollege krijgt men heel goedkoop een onderzoek door deskundigen en dat helpt in civiele zaken, waarbij het gaat om schadevergoeding. Ik heb dan wel eens het gevoel gebruikt te worden.”
“Dat gaat ook in tegen het doel van het tuchtcollege. Dat moet de kwaliteit van de geneeskunde op peil houden. Wanneer het wordt zou worden gebruikt om gemakkelijker civiele claims tegen artsen in te dienen, zou het medisch tuchtrecht de defensieve geneeskunde in het zadel helpen. Dan gaat een dokter alle mogelijke onderzoeken doen om uit te sluiten dat ie iets over het hoofd ziet. Dan gaan we de verkeerde kant uit.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.