Hoe het werkt weten we nog niet maar dàt het werkt wel. Bijdrage in de discussie over homeopathie na het artikel 'Slappe koffie' in de wetenschapsbijlage van 8 januari. De auteur is arts.
Mijn verwondering werd nog groter toen ik ervoer dat zelfs - of juist - met verdunningen boven de moleculaire grens uitstekende resultaten konden worden bereikt, mits het middel zorgvuldig werd gekozen. Als wetenschappelijk gevormd mens vraag je je dan af: hoe kàn dit in vredesnaam?
Het is dan ook geen wonder dat in gesprekken tussen homeopathische en reguliere artsen altijd weer die kleine doses het struikelblok vormen. Men weigert vaak feiten te erkennen waarvoor men geen verklaring heeft, maar vergeet dan dat oorspronkelijk elke wetenschap voortkwam uit verwondering over feiten die men niet kon verklaren.
Het juiste criterium voor wetenschappelijkheid is echter niet de verklaarbaarheid, maar de exactheid en de objectiviteit bij de waarnemingen. De bewering 'er zit niets in, dùs het kan niet werken' is onwetenschappelijk, want gaat niet uit van exacte waarneming maar van menselijk voorstellingsvermogen.
Overigens is het niet de eerste taak van de arts wetenschap te bedrijven maar zieken te genezen. Het oude adagium 'Wer heilt, hat recht' geldt nog steeds. Niettemin zijn er zo langzamerhand wel degelijk wetenschappelijke methoden waarmee men hoogpotente 'oplossingen' kan onderscheiden van het zuivere oplosmiddel.
Hoe deze hoogpotenties werken weten we (nog) niet, maar dat ze uiterst werkzaam zijn ervaren we dagelijks. Er is dan ook maar één reden waarom artsen en dierenartsen nu al twee eeuwen homeopathische middelen toepassen: omdat ze werken.
In de discussie over homeopathie komen uiteraard vaak de suggestie en het placebo-effect ter sprake. Die spelen natuurlijk een rol, zoals bij iedere therapie. Maar homeopathie fungeert vaak als 'vierdelijns-geneeskunde'. Na de vele stations die de patiënt passeerde, wint zijn scepsis het vaak van zijn suggestibiliteit. Tegen suggestie en placebo-effect pleit ook de begin-verergering, een fenomeen dat iedere homeopaat regelmatig ziet en dat óók optreedt bij patiënten die er niet over zijn voorgelicht. Een variant hierop is het opnieuw verschijnen van vroegere klachten, vaak in omgekeerde richting als waarin ze destijds optraden. Ook kan het zijn dat bepaalde symptomen verdwijnen en andere blijven bestaan. Partiële suggestie is een vrij onwaarschijnlijke zaak. Ook ongewoon lang aanhoudende of blijvende verbetering pleiten niet voor een placebowerking, omdat die meestal niet van lange duur is. En wat misschien nog een veel overtuigender argument is tegen suggestie: de vaak zeer goede werking bij heel jonge kinderen en bij dieren.
Een homeopaat die met de toepassing van zijn middelen zou willen wachten op een 'wetenschappelijke' verklaring, lijkt op een boer of tuinder die wil wachten met het uitzaaien van zaad tot de biologie hem het wonder van het kiemende leven heeft verklaard. Gelukkig staan deze agrariërs dichter bij de natuur dan de meeste wetenschappers. De boeren weten niet waarom hun gewassen ontkiemen en de homeopaten weten niet waarom hun middelen genezen.
Homeopathie is geen wondergeneeskunde met een middel tegen elke kwaal. Maar de andere benaderingswijze èn de kleine doses maken wel dat een aantal ziekten beter en veiliger met homeopathie kunnen worden behandeld. Anderzijds zijn er evengoed aandoeningen die beter allopathisch kunnen of zelfs moeten worden behandeld èn er zijn ziekten waarvoor in welke geneeswijze ook, nog geen kruid is gewassen.
Homeopathie bedoelt dan ook niet een alternatieve maar een additieve geneeswijze te zijn. Een erkende plaats naast of liever in de reguliere geneeskunde zou onze gezondheidszorg zeer ten goede komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.