*

 
dossier

Archief

Bauke Snoep: 'Couzy gaat altijd voor zijn mensen staan'

HUIB GOUDRIAAN − 09/02/96, 00:00

DEN HAAG - Talleyrand moet hebben gezegd dat 'oorlog een te ernstige zaak is om aan militairen over te laten'. Maar luitenant-generaal H. A. Couzy lijkt al enkele jaren oorlog te ernstig te vinden om aan politici over te laten. Zijn rebelse uitspraken in het verleden en de recente heimelijke bevordering van Karremans doen dit in elk geval vermoeden.

Couzy verwekte al gauw commotie en verontrusting in politiek Den Haag na zijn benoeming in 1992 tot bevelhebber van de landstrijdkrachten. Vanaf het begin hing hij aan de broekspijpen van defensie-bewindslieden. Allereerst met zijn waarschuwing in 1992 dat chaos zou toeslaan als er verder op de landmacht werd bezuinigd. Een jaar later met zijn verklaring dat Navo-optreden in ex-Joegoslavië tot een tweede Vietnam zou leiden. En in 1994 met zijn dreigement dat de landmacht weleens haar loyaliteit jegens het kabinet zou kunnen verliezen.

'Tweede Vietnam'

Na zijn uitspraak over een 'tweede Vietnam' riep de minister van defensie hem op het matje. Publiekelijk mocht de generaal daarna alleen nog iets zeggen na ruggespraak met de bewindsman. Het PvdA-Kamerlid Zijlstra vond al in 1993 dat 'generaals er zijn om troepen te commanderen en niet om politiek te bedrijven'. Consequent die lijn doortrekkend, zei Zijlstra deze week dat Couzy onmiddellijk, en niet op 4 juli aanstaande, de status van buiten dienst moet omarmen.

Maar de bevelhebber der landstrijdkrachten zal blijven. Volgens zijn baas, minister Voorhoeve van defensie, geeft hij op zo'n 'goede wijze leiding aan de veranderingen binnen de landmachtorganisatie'. De bewindsman blijkt met dit argument ten gunste van Couzy op één lijn te zitten met Bauke Snoep, zes jaar voorzitter van de Algemene Federatie Militair Personeel. Volgens Snoep kan de generaal ondanks zijn bloedstollende uitspraken, moeilijk stuk kan bij 'zijn mensen'.

“Couzy probeert een wagen waarvan steeds spaken uit het wiel worden getrokken, rijdende te houden. En daar heb ik respect voor”, zegt Snoep. Hij ziet in hem een stootblok tussen 'politiek' en 'onzeker wordend personeel'. “De landmacht is door de vele ingrijpende hervormingen hypergevoelig geworden en Couzy probeert nu de frustraties van zich bedreigd voelende mensen nog een bedding te geven.”

Snoep omschrijft de landmacht-chef als bliksemafleider voor een organisatie die sinds de val van de Muur in een permanente crisis verkeert. “Eerst was er de Defensienota van 1991 met de contouren van een nieuwe, maar sterk ingekrompen krijgsmacht. Na die reductie van 30 procent voor de krijgsmacht als geheel, kwam de Prioriteitennota met een reductie van 42 procent voor de landmacht, die erop was toegesneden dat Nederland tegelijkertijd aan vier vredesoperaties moest kunnen deelnemen. Daarop volgde de omschakeling van dienstplichtigen- naar beroepsleger en de versnelde afschaffing van de opkomstplicht, met vorig jaar ook nog de bezuinigingen van de Doelmatigheidsnota. In deze periode van omschakeling heerst er natuurlijk veel onrust onder het personeel. De snaar van flexibiliteit en van loyaliteit staat tot het uiterste gespannen. Couzy heeft dit moeilijke proces goed begeleid.”

Heeft hij zich als ambtenaar niet bezondigd aan politieke uitspraken, zoals direct na 'Srebrenica' met zijn opmerking dat daar geen genocide was gepleegd?

“Dat heeft hij niet zo gezegd. Hij heeft altijd gezegd dat Nederlandse militairen geen getuige zijn geweest van genocide. En ik weet ook niet of Couzy, toen hij dat opmerkte, wist dat de minister inmiddels twee dagen eerder in Londen had gezegd, dat er wel sprake was van genocide. Ook in dit geval bleek dat Couzy altijd voor zijn mensen gaat staan. Hij heeft voordat Dutchbat in Srebrenica werd geplaatst, gewaarschuwd voor de gevaren van de enclave, voor het problematische VN-mandaat. Niemand kan aantonen dat hij daarna de politieke besluitvorming niet loyaal heeft uitgevoerd. Een feit is dat hij niet altijd tactisch optreedt, zich kwetsbaar opstelt tussen de politiek en zijn mensen. Laten we niet vergeten dat de militairen van Dutchbat 3 beschadigd zijn teruggekeerd. Dat drukte een stempel op hen, maar wie van de politici zegt nu medeverantwoordelijk te zijn voor het debâcle?”

Waarom heeft Couzy de minister niet met een kattebelletje op de bevordering van Karremans gewezen?

“Karremans solliciteerde voor een functie in de VS, waaraan de bevordering tot kolonel is verbonden. De selectie hiervoor gebeurde door de Legerraad en de baan werd aan Karremans toegewezen. Misschien was het niet slim de voordracht van de Legerraad tot bevordering van Karremans zonder kattebelletje aan de minister te sturen.

“Maar was er ooit een signaal dat Karremans verder geen carrière mocht maken? Nee, en daarom vind ik het hypocriet dat er nu foei wordt geroepen. Bij alle kritiek op Couzy moeten we niet vergeten dat ook voor hem als militair zeer zeker het primaat van de politiek telt. Maar we leven in 1996, volgzaamheid aan de politiek ten allen tijde heeft grenzen.”

Plicht

“Ik vind het de plicht van een topambtenaar om te gaan roepen als er een verkeerde beslissing wordt genomen. Couzy heeft dat in het verleden gedaan. Hij heeft zich daardoor niet bij iedereen geliefd gemaakt, mede omdat voor hem de belangrijkste afweging is wat goed is voor zijn personeel.

“Maar niemand kan mij aantonen dat Couzy de politieke besluitvorming niet loyaal heeft uitgevoerd.”

mailIcon print |