*

 
dossier

Archief

Pirates steunt vooral op hechte achterban

ERIC HORNSTRA − 16/04/94, 00:00

AMSTERDAM - Een schel geluid weerkaatst tegen het clubgebouw als een aluminium knuppel de bal beroert. Onder de spoorlijn aan de Jan van Galenstraat wordt ontspannen geslagen en geworpen. De doffe plof van de bal in de handschoen, het trainen in de kooi, het schudden van handen als weer iemand het complex betreedt. Het is het voorspel voor weer een nieuw honkbalseizoen. Met het Amsterdamse Pirates als verrassende deelnemer aan de hoofdklasse-competitie.

In het Kaperschip, het clubhuis van Pirates, hangen de relikwieen uit het verleden. Een pupillenfoto in zwart-wit met hele kleine jongetjes trekt de aandacht. “Kijk, daar zit mijn zoon Rikkert”, wijst Jose Faneyte naar een van de pupillen. Hij schudt de overige namen achteloos uit zijn mouw. “Jeffrey Cranston, Edsel Martis, Dennis van Houten, Martin Faneyte. En daar zit Byron Ward, die komt nu weer terug.” Weer terug. Terug in de familie, bedoelt Jose Faneyte. Pirates is een honkbalvereniging, maar nog meer een familie. Daarom staat Faneyte in de zomermaanden patat te bakken en ook is hij niet te beroerd waar nodig een verfkwast in zijn hand te nemen. Het is die instelling die Pirates gered heeft, is de stellige overtuiging van voorzitter Lex van Zaane. De hechte achterban die altijd bereid is, de handen uit de mouwen te steken.

“Pirates is geen rijke club, laten we dat voorop stellen”, verwoordt Van Zaane. De voorzitter maakte de zwartste periode van Pirates niet persoonlijk mee, maar weet hoe kritiek de situatie geweest is. Twee jaar geleden verkeerde de club bijna in dezelfde situatie als Haarlem Nicols een paar weken geleden. Het faillissement leek slechts een kwestie van tijd. De oorzaak van de ellende? Van Zaane hoeft over die vraag nauwelijks na te denken. “Het landskampioenschap in 1990, zonder enige twijfel. Wie succes heeft, gaat op te grote voet leven. De inkomsten hielden geen gelijke tred met de uitgaven.”

Pirates sneed keihard in de begroting en kwam daardoor met de schrik vrij, maar moest vorig seizoen wel de tol betalen. De Amsterdammers, die in 1982 debuteerden in de hoofdklasse en twee keer landskampioen werden, wisten zich niet op het hoogste niveau te handhaven. Van Zaane: “We hebben een heel streng jaar gehad, waarin we de puntjes op de i hebben gezet. De degradatie was een rechtstreeks gevolg van het dichtdraaien van de geldkraan.”

Telefoontje

Op de zondag voor pasen kreeg de voorzitter een telefoontje van de bond. “Wesselman van de KNBSB informeerde me over de problemen in Haarlem en vroeg me of Pirates in staat was de opengevallen plaats in te nemen.” Pirates was kandidaat en ook Sparta werd uitgenodigd na te denken over een overstap. De argumenten van de Amsterdamse club bleken het zwaarst te wegen. Van Zaane: “Dat er geen Amsterdamse club meer op het hoogste platform meedeed was een overweging, maar de sanering van onze schulden was nog een veel sterkere troef. Ik vind het alleen maar logisch, dat een vereniging die na een moeilijke periode het budget weer goed onder controle heeft, daarvoor beloond wordt. We kunnen nog steeds niet met geld smijten, maar afgezien van de hypotheek op het clubgebouw staat er geen enkele schuld meer open.”

Enkele spelers keerden hun club vorig seizoen de rug toe. Voor Callenbach was het pitchen op lager niveau in verband met zijn aspiraties op internationaal niveau onaanvaardbaar en ook Cohen en Boon stuurden een bedankbrief. Na het verdwijnen van Nicols keerden de oudgedienden Ward, Van Huffel en Bijvank weer terug naar de plek waar ze het spelletje onder de knie kregen. Ook Yearout en Robert John (de zoon van Hudson) verhuizen naar de ploeg die onder leiding van coach Louis Hover het verloren gegane terrein willen herwinnen.

De gang van zaken rond de transfers schoot in het verkeerde keelgat bij een aantal andere hoofdklassers. Met name Neptunus toonde zich verbolgen over het feit, dat de Nicols-selectie uitwaaierde naar de omliggende verenigingen in Haarlem, Hoofddorp en Amsterdam. Het bestuur van de Rotterdamse club had liever een hoofdklasse van zeven teams gezien en stelde onomwonden dat het instellen van een nieuwe overschrijvingstermijn een vorm van ernstige competitievervalsing was. De KNBSB heeft de klacht van de landskampioen ongegrond verklaard.

Van Zaane reageert luchtig op de verwijten van Neptunus. “Het is alleen maar goed voor de competitie, dat we ons alsnog hebben kunnen versterken. Zo krijg je tenminste een flink aantal interessante duels. Daar profiteren alle clubs van.”

De sportieve doelstelling van Pirates, dat vandaag de competitie start met een thuisduel tegen HCAW, blijft voor het komende seizoen bescheiden. “We willen ons in ieder geval handhaven”, verkondigt de voorzitter. “We hebben nog geen ambities om kampioen te worden.” Door schade en schande wijs geworden, opteert het Pirates-bestuur voor een gefaseerde opbouw. Van Zaane is een warm voorstander van de Kinheim-formule. “Wij zijn de enige ploeg in de hoofdklasse zonder hoofdsponsor. Tas Detach is afgehaakt, maar we hebben een breed sponsorpakket. Zover als Kinheim zijn we nog lang niet, maar het idee van risicospreiding spreekt ons aan. Je kunt beter honderd subsponsors hebben dan een hoofdsponsor. De animo om bij Pirates te spelen is enorm. We hebben 450 leden en door onze beperkte accommodatie moeten we al sinds 1991 een ledenstop hanteren. Ons zwaartepunt ligt bij de jeugdopleiding. Als je die feiten op een rijtje zet, moet je concluderen dat er muziek in de club zit.”

mailIcon print |