Voor zijn tegenstanders is hij een terroristenvriend, die met junkies verkeert en anarchisten financieel ondersteunt. Voor zijn aanhangers is hij daarentegen de goedheid zelve: warm, menselijk en eerlijk. Eén ding is zeker: hoewel hij amper een maand minister van binnenlandse zaken is, is Caspar Einem (47) nu al tot een centrale persoonlijkheid in de Oostenrijkse politiek geworden.
Zijn werkelijke doorbraak had hij uitgerekend aan een mislukte bomaanslag te danken. Twee terroristen hadden getracht een hoogspanningsleiding op te blazen en waren daarbij zelf om het leven gekomen. Zoals bleek, waren de twee bewoners van het Ernst-Kirchweger-Haus, een centrum van de autonomen in Wenen.
Bij de huiszoeking deed de politie echter een pikante ontdekking. Niemand minder dan de minister van binnenlandse zaken had twee keer geld overgemaakt voor het TAT-Blatt, de spreekbuis van de Weense kraakbeweging. In 1992 had Einem vijfduizend schilling gegeven voor de koop van een drukpers. In maart van dit jaar, toen hij staatssecretaris was, nog eens duizend voor het voeren van een proces. Hoewel Einem de giften niet ontkende, had hij volgens eigen zeggen het tijdschrift nooit gelezen. “Wie voor de vrijheid van meningsuiting is, hoeft niet elke publikatie te lezen.”
Van beide kanten stamt de minister uit schatrijke adellijke families. Zij vader is Gottfried von Einem, de bekendste nog levende componist van Oostenrijk. Zijn moeder was Liane von Bismarck, een verwante van de roemruchte kanselier. Na zijn rechtenstudie ging de jonge Einem niet zoals de bedoeling was in het bankwezen, maar werd hij reclasseringswerker. Van een erfenis kocht hij een boerderij, waar drugverslaafden konden afkicken. Ook zijn eigen woning stelde hij hiervoor ter beschikking. Over het feit dat de junkies als dank zijn platen en munten stalen, kan hij enkel zijn schouders ophalen.
Einem werd ombudsman bij de vakbeweging, waar hij voor enkele spectaculaire onthullingen zorgde. Uit onvrede over de conservatieve koers van de vakbeweging stapte hij over naar de energiemaatschappij üVM, waar hij het binnen een jaar tot directeur bracht.
Dat kanselier Vranitzky uitgerekend Einem als minister van binnenlandse zaken uitkoos, had ook symbolische betekenis. Om het verlies van stemmen aan de rechtse Jörg Haider tegen te gaan had zijn voorganger Löschnak een restrictieve politiek ten opzichte van buitenlanders ingevoerd. Een tactiek die averechts effect had: terwijl de aan Haider verloren stemmen niet terugkwamen, liepen steeds meer jonge en progressieve kiezers over naar de Groenen en het Liberale Forum.
Met de komst van Einem leek daar verandering in te komen. Op voorstel van de nieuwe minister werden de meest omstreden immigratiewetten versoepeld. “Wij blijven bij het beperkte aantal immigranten, maar maken de praktijken menselijk.” Bovendien kondigde hij aan werk te maken van de 'misstanden' bij de politie. Met name in Wenen zou die geïnfiltreerd zijn door rechts-extreme groeperingen.
Misschien was het daarom ook niet verwonderlijk dat de affaire met het TAT-Blatt voor sommigen een welkome gelegenheid was om een heksenjacht op de minister te openen. “Einem is een gevaar voor de republiek. Hij is een bondgenoot van het linkse terrorisme”, tierde Jörg Haider. Een stuk pijnlijker voor Einem was dat ook een meerderheid van de personeelsraad van de Weense politie tegen hem was. Zowel de christen-democratische fractie als de AUF, de politievleugel van de rechtse Freiheitlichen, wensten zijn aftreden.
Enige tijd leek het er dan ook op dat zijn dagen geteld waren. Het boulevardblad Kronenzeitung - “Weg met deze minister!” -, maar ook het links-liberale wekblad Profil vond dat hij moest opstappen. “Iedereen kan het zich permitteren de spreekbuis van de autonomen te ondersteunen, enkel de minister van binnenlandse zaken niet”, vond de hoofdredactie van Profil in een commentaar.
Eén televisiestation was echter voldoende om het tij te keren. Wat de kijkers zagen was geen wilde anarchist, maar een minzame heer die niet ontkende dat hij een fout had gemaakt en tegelijkertijd op overtuigende wijze de reden hiervoor duidelijk maakte. Tegenover deze zelfbewuste Einem maakte Haider een verbeten en bijna hulpeloze indruk.
Degene die Haider en co de doodsteek toebracht was echter Peter Pilz van de Groenen. Zoals Pilz aantoonde had het TAT-Blatt jarenlang overheidssubsidies gekregen, met instemming van de Freiheitlichen. Terwijl de links-extremisten dit jaar één mislukte aanslag tegen een hoogspanningsleiding gepleegd hadden, zou extreem-rechts voor 62 aanslagen en pogingen tot aanslagen tegen mensen goed zijn geweest.
Daarmee was niet alleen Einems kop gered, bovendien was de minister voor de socialisten tot een waar idool geworden. Bij de 1 mei-demonstratie werden talrijke spandoeken voor hem meegedragen. Volgens een opinipeiling zou meer dan veertig procent willen dat Einem in de toekomst een belangrijkere rol speelt.
Daarmee laat hij met uitzondering van Vranitzky alle socialistische politici achter zich. Hij lijkt dan ook de natuurlijke opvolger van Vranitzky te zijn, als die aftreedt als kanselier. Einem is charismatisch en kan met iedereen omgaan. “Einem symboliseert datgene waar het de socialisten de laatste jaren aan ontbroken heeft: warmte en menselijkheid”, constateert een opiniepeiler. “Hij is de ideale tegenpool van de mensenverachtende demagogie van Jörg Haider”, vindt een socialistisch parlementslid.
Voorlopig zal hij echter de handen vol hebben als minister van binnenlandse zaken. Niet alleen wil Einem dat eindelijk successen worden geboekt bij de bestrijding van het terrorisme, bovendien wil hij een radicale hervorming van de politie: hogere lonen, een betere opleiding en een vreedzamer imago.
Met de aanhangers van Haider zal hij het daarbij nog moeilijk krijgen. “Wij zien niet in dat wij een minister hoeven te gehoorzamen die een tijdschrift ondersteunt dat tot geweld oproept en ons smerissen noemt”, liet de voorzitter van de AUF al weten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.