Hij heeft het gehaald, startnummer 6549. Zingend en zwaaiend komt hij over de eindstreep. Zijn doel was genieten en hij hééft genoten. Van Friesland (z'n tweede vaderland), van het schaatsen ('zelden zo mooi ijs gezien') en vooral van de mensen langs de route.
Om half acht is hij in Leeuwarden gestart, bijna een uur te laat. Zijn schaatsmaatje heeft bij het ijselijk vroege ontwaken in de zenuwen de rits van z'n jack stuk getrokken. De hospita heeft het probleem provisorisch verholpen. Op weg naar de stad blijkt dat een rugzak in Stiens is achtergebleven; terug. Bij het FEC-gebouw botsen ze op de stroom schaatsers, die al op weg zijn naar het ijs van de Zwette. Hun zoektocht naar een oranje deelnemers-armband mislukt, doordat de organisatie er te weinig heeft. En zo is al veel tijd verloren voor hun tocht begint.
Op het ijs heeft toerrijder 6549 de slag snel te pakken, maar z'n maatje is sneller; bij Sneek zijn ze elkaar al kwijt. Niet voor lang, want bij Woudsend treffen ze elkaar weer, bij z'n tante die naast de brug woont. Ze heeft de chocolade warm en de koek gesneden. Tante vindt dat ze wat gehaast zijn, maar ze moeten nog zo ver.
Het is intussen licht en het wordt gezelliger langs de route. Van de kou heeft hij geen last. Hij heeft meer bewondering voor de toeschouwers en de vrijwilligers die de route aangeven en aanmoedigen. Zíj staan in de ijzige wind en klappen en zingen voor elke rijder die langs komt. Wat is hij blij dat hij rijdt. Op ruime vlaktes kan hij prima uit de voeten. Met 'n diepe zit en goeie slag haalt hij soms hele 'bussen' toerschaatsers in.
Rijp en groen rijdt door elkaar, valt hem op, harkers en geoefende rijders. Vooral op de smalle stukjes is het zaak een goeie 'bus' te kiezen. Stevig doorhalen zonder angst voor rare capriolen vóór je.
Stavoren bereikt hij fluitend en schuin tegen de wind in naar het noorden gaat het ook lekker. Zijn schaatsmaat heeft echter de pijp leeg. De dag ervoor is hij halsoverkop uit Venezuela teruggevlogen om zich nog net op tijd te kunnen inschrijven. De jetlag en de overgang van plus 30 naar min 10 graden eisen hun tol. In Bolsward, na 100 kilometer, stapt hij van het ijs.
Nummer 6549 gaat solo verder. 'Ach, wat heet alleen?', zegt een oudere schaatser tegen hem. In 1956 heeft hij de tocht ook gereden: toen waren er nog zo weinig deelnemers en schaatste je soms kilometers in je eentje. Zo'n opmerking bemoedigt. En hij voelt zich gedragen door al die mensen langs de route. Hij hoeft zijn hand maar op te steken, of er wordt gejuicht en gezongen. “Ik heb nog nooit zoveel gezwaaid.” Hij vraagt een vrouw of ze een mandarijntje uit z'n rugzak wil halen. Ze pelt 'm, reikt de partjes aan en geeft hem een dikke zoen mee. Zo zeilt hij langs Harlingen naar Franeker, waar hij wel langer zou willen genieten van het volk op de kant en de muzikanten die zelfs liggend op het ijs de boel vermaken.
Op het zwaarste stuk is het alweer donker. Op techniek glijdt hij over de bonkige slootjes. De meeste scheuren vangt hij op, zwalkende rijders zorgen voor meer gevaar. Soms vliegen de ijzers als messen door de lucht.
Verlicht Dokkum vindt hij een sprookjesstad, een salsa-concert, met een deinende massa en een speaker die het enthousiasme in golven door het publiek jaagt. Dokkum is één grote ereronde.
Met de wind in de rug vliegt hij naar Leeuwarden, meer remmend dan schaatsend, en uitkijkend voor de volksstammen die onderuit gaan. Kort voor de finish verblinden de schijnwerpers op de Bonkevaart hem volledig.
Stom van de organisatie, vindt hij. Maar om half tien heeft hij z'n laatste stempeltje: nummer 6549 heeft het gehaald. Geen blaren, beetje pijn in de knieën.
Binnenkort valt het Elfstedenkruisje in de bus bij Bouke van Gosliga (46) uit Amstelveen. Een dag later rijdt hij al weer op de Poel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.