*

 
dossier

Archief

Zuid-Afrika

HENK HIRS − 07/02/97, 00:00

KAAPSTAD - Langzaam schuifelt de groep toeristen - shorts, zonnebrillen, fototoestellen in de aanslag - door de smalle gang met cellen. Voor cel nummer vijf is het dringen. Hier zat meer dan 20 jaar Nelson Mandela. Een ijzeren brits, een tafeltje, hoog in de muur een getralied raampje met uitzicht op wat hemelblauw. De gids is zelf een oudgediende van Robbeneiland - hij zat twee cellen verderop. Zijn publiek luistert aandachtig. Dit is het hoogtepunt van het bezoek aan Robbeneiland, dit hokje van twee bij twee. Toch is na twee weken al besloten dat bezoekers Mandela's cel niet meer inkunnen want de eerste graffiti verscheen al op de muren.

Robbeneiland is geen gevangenis meer sinds de Zuid-Arikaanse regering het tot nationaal museum heeft verklaard en een maand geleden deze befaamde plek tien kilometer uit de kust van Kaapstad heeft opengesteld voor het publiek. “Het moet een bruisende en levende ode worden aan de overwinning van het nieuwe over het oude Zuid-Afrika”, zegt tijdelijk 'eiland'-directeur André Odendaal. In de loop van dit jaar moet er een masterplan komen voor het 'nationaal monument'. Intussen ziet het er allemaal nog provisorisch uit, niets is ingericht, niets is verbouwd, je kunt er zelfs geen broodje of frisdrank kopen.

Robbeneilands historie als gevangenis gaat terug tot de 17e eeuw, tot de komst van Jan van Riebeeck. Autshumato, een lid van de Khoi-stam die op de Kaap leefde en die de Hollanders 'de Hottentot Harry de Strandloper' noemden, was de eerste die erheen werd verbannen. Later volgden diverse andere Khoi, islamititische leiders uit Nederlands-Indië en in de 19e eeuw onder de Britten Engelse gevangenen en natuurlijk talloze zwarte stamhoofden en koningen. Van die oudste geschiedenis is op een Kramat na, een islamitische graftombe, niets meer over.

Van de melaatsenkolonie die er vervolgens zat - Kaapstad verbande alle melaatsen naar het eiland - rest nog slechts een vervallen begraafplaats en een Anglicaans kerkje. Een eerste vluchtig onderzoek in januari heeft al aan het licht gebracht dat onder de huidige gevangenis ook nog tal van graven moeten liggen, onder meer van het gekkengesticht dat voor de tweede wereldoorlog op het eiland stond. Het oude Zuid-Afrika was een meester in het verbannen en verbieden.

Dan zijn er de bunkers uit de tweede wereldoorlog, met naar verluidt talloze onderaardse gangen. De immense kanonnen die nooit dienst deden wijzen nog koppig naar zee. Er is de kalkgroeve waar Mandela en de zijnen in de jaren zestig dwangarbeid deden: brokken kalk hakken en vermalen met schelpen voor de wegen op het eiland. Zelfs na tien minuten doet de weerkaatsing van de zon op het witte kalksteen pijn aan je ogen. De gevangenen kregen pas na drie jaar van soebatten toestemming om zonnebrillen te dragen. En er zijn de andere steengroeves, die van Van Riebeeck waaruit het eerste stenen Fort in Kaapstad werd gebouwd en de groeve die is gebruikt voor het moderne gevangeniscomplex.

Materiaal genoeg dus voor historische tentoonstellingen. Maar daarnaast is het een prachtig natuurgebied. Op de stoffige paden tussen de met struiken overgroeide zandheuvels - soms waan je je in een Hollands duingebied - kruis je zelfs midden op de dag het pad van herten, struisvogels en konijnen. Op een stukje rotsstrand nestelt een van de weinige grote pinguïnkolonies die er nog zijn, en onder water wemelt het van de krabben, schelpen en ander moois. Ideaal voor duikers, meent Odendaal, zeker in combinatie met de 21 scheepswrakken die er rond het eiland liggen.

Het dorpje waar de cipiers woonden kan volgens hem de kern worden van een 'zakencentrum'. De huisjes kunnen dienen als gastenverblijven. Op de zuidpunt, op de rotsen pal boven de zee biedt de oude officiers-kantine een adembenemend uitzicht op Kaapstad met de Tafelberg.

Het zakelijke aspect, er moet geld verdiend worden om alles in stand te houden, moet hier worden gecombineerd met hooggestemde idealen want Robbeneiland moet, in de woorden van Odendaal, ook “het ethos van het nieuwe Zuid-Afrika uitdragen”.

Daarom zijn niet alleen veel voormalige politieke gevangenen ingeschakeld, bijvoorbeeld als gidsen, maar ook voormalige blanke Afrikaner bewakers. Daarom ook wordt gedacht aan de vestiging van een internationaal vredesinstituut en zal onderwijs een centrale plek krijgen in het 'masterplan', een soort voortzetting van de universiteit van de bevrijdingsbewegingen die het eiland heette te zijn. Want vanaf de jaren zeventig organiseerden de politieke gevangenen massaal hun eigen studiegroepen en menige ANC-leider haalde zo via een schriftelijk examen zijn universiteitsgraad.

Driemaal per dag vertrekt er nu een bootje met honderd plaatsen van Kaapstad naar Robbeneiland voor een korte rondleiding en een snel busritje. In de toekomst moeten dat maximaal tien vaarten worden. Robbeneiland moet een van de grootste toeristische attracties van Zuid-Afrika worden, iets wat je 'gedaan moet hebben'.

Zo is het nu eigenlijk al, blijkt op de boot terug. “Indrukwekkend”, meent een Indische familie uit Durban. Een paar Nederlanders noemen het “absoluut de 35 gulden die het per persoon kost waard”. Ook de twee blanke Afrikaner echtparen van middelbare leeftijd uit Pretoria vonden het interessant. “Alleen proberen ze je wijs te maken dat het allemaal zo zielig was voor de zwarte gevangenen, maar die zaten hier echt niet voor niets hoor, het waren tenslotte terroristen en moordenaars.”

mailIcon print |