SCHIEDAM - Het gebeurt niet vaak dat een middelgrote stad een architect vraagt een compleet nieuw stadshart te maken. Dat architect Hans Ruijssenaars die buitenkans kreeg in Schiedam, is vooral te danken aan tweespalt. Maar liefst 25 jaar liet Schiedam een belangrijk stuk van de binnenstad ongemoeid, omdat men het niet eens kon worden wat daar moest komen. Enerzijds wilde het stadsbestuur mee in de vaart der volkeren en van Schiedam een bruisende moderne city maken. Anderzijds wilde men het beschermde stadsgezicht geen geweld aandoen.
Ruijssenaars koos de (veilige) middenweg. Het gigantische Stadserf-complex van 25 000 vierkante meter (kosten 56 miljoen gulden) dat hij ontwierp en dat onderdak biedt aan alle belangrijke gemeentelijke diensten, het gemeentearchief, een theater, bibliotheek, parkeergarage, fietsenstalling en grand café, oogt modern en strak. In de detaillering zitten echter allerlei verwijzingen naar het verleden, zoals de zuilengalerijen aan weerszijden van het complex die het beschutte binnenplein omzomen.
Brug
Ook met zijn keuze voor sobere materialen bewijst Ruijssenaars dat hij het dilemma van Schiedam goed heeft aangevoeld. Het nieuwe stadshart moet (letterlijk) een brug slaan tussen de oude stadskern en de nieuwe(re) buitenwijken. En dat lukt niet met spiegelend glas en glimmend marmer.
Toch zal het even schrikken zijn voor wie de afgelopen tijd niet in Schiedam is geweest en nog de enorme kale vlakte op het netvlies heeft, die het centrum een kwart eeuw domineerde. Midden in die desolate ruimte stonden een kantorenflat uit het begin van de jaren zeventig en de eeuwenoude ruïne van het kasteel Huis te Riviere er haast hulpeloos bij. Deze twee bouwwerken belichaamden op treffende wijze hoe Schiedam worstelde met zijn (jenever)verleden en de juiste koers voor de toekomst nog niet had gevonden. De stadskantoortoren had het begin moeten zijn van een Hoog Catharijne-achtig centrum, maar de bevolking had daar een stokje voor gestoken. Nog net op tijd bleef de ruïne gespaard voor de slopershamers.
Achteraf is men in Schiedam gelukkig met zijn eigen besluiteloosheid, zegt burgemeester R. Scheeres. Als de stad in de jaren zeventig mee had gedaan aan de grootschalige bouwstijl die toen furore maakte, was er nog veel meer moois gesloopt en had de stad nu met een gedateerd centrum gezeten. Nu blijft de 'schade' beperkt tot de oude stadskantoortoren van Kraaijvanger. Het was te kostbaar om dit gebouw te slopen. Daarom kreeg architect Ruijssenaars opdracht de kantorenflat zorgvuldig in de nieuwbouw te 'verpakken' opdat het gehele complex een 'tijdloze' uitstraling zou krijgen.
Dat de ruïne van het kanteel Huis te Riviere, ooit bewoond door vrouwe Aleida van Henegouwen die Schiedam in 1275 stadsrechten verleende, zou blijven staan, stond buiten kijf. Als een knoestige puist schurkt de ruïne nu aan tegen de ronde uitbouw van het nieuwbouwcomplex. In VVV-folders doet zo'n plaatje het misschien wel goed, maar de onderlinge samenhang tussen historie en heden is hier ver te zoeken.
Eigenlijk had Ruijssenaars de ruïne in het interieur moeten integreren, bedenk je als je binnen staat. Want waar aan de buitenkant toch een beetje de verrassing ontbreekt door de nadruk op tijdloosheid, maakt Ruijssenaars dat binnen ruimschoots goed. Daar is het haast een feest om rond te lopen. Absolute hoogstandjes in het complex zijn de foyer en zaal van het nieuwe Schiedamse theater, waarvoor Ruijssenaars zich liet inspireren door het geheel uit hout opgetrokken Teatro Farnese in Parma. “Je ruikt hout en ziet het licht binnenstromen. Dat levert een verrukkelijke streling van de zintuigen op.”
Italië
Toen de architect gisteren de foyer binnenliep waande hij zich weer in Italië. Heel de foyer en de theaterzaal zijn opgetrokken uit onbewerkt grenen en Amerikaans eiken. In de loop der jaren zal de geur van hout alleen maar voller worden, voorspelt Ruijssenaars. Fraai is ook de wijze waarop de architect het daglicht laat binnentreden. Als enige theater in Nederland kan het Schiedamse daglicht binnenvallen via kleine spleetraampjes die zijn aangebracht boven de loges. In de foyer speelt het daglicht een zeer dominante rol. De aardigheid is dat het naar binnen valt via ramen die niet of nauwelijks zichtbaar zijn doordat ze zijn verstopt in nissen in de wand.
Buiten zie je niets van die bijzondere sfeer binnen. Maar na 15 april, de officiële opening van het complex, mag iedereen binnen gaan ruiken, zien en voelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.