Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - In het westen van het land moet een stedelijk netwerk van internationaal formaat, een deltametropool, komen dat de toenemende Europese concurrentie kan weerstaan.
Dit schrijven de wethouders ruimtelijke ordening van de vier grote steden in een verklaring aan minister De Boer (ruimtelijke ordening). Het stedelijk netwerk, dat zij deltametropool noemen, bestaat uit hoog-stedelijke centra met daarbij in dichtheid sterk variërende woon- en werkmilieus.
De eenwording van de Europese Unie maakt het voor de grote steden noodzakelijk om snel als één team aan de Europese competitie mee te doen. De steden kunnen niet achterblijven bij wat in hoog tempo in de markt plaatsvindt, zoals het samengaan van banken, verzekeraars, en luchtvaartmaatschappijen, aldus de wethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.
Om tot een Europese metropool te komen dienen de stedelijke centra te worden verstevigd. Het gaat daarbij niet alleen om de vier grote steden, maar ook om Dordrecht, Leiden, Haarlem, Zaanstad, Hilversum, Amersfoort, Zoetermeer, Haarlemmermeer en Almere. Het gaat om versterking van de historisch gegroeide structuur van meerdere kernen.
Een belangrijke voorwaarde voor die versterking is een betere onderlinge verbinding van de stedelijke centra. Daarbij kan worden begonnen met de vijf centra die een rol moeten spelen in de Europese competitie: de 'stadshavens' Amsterdam-Zuidas, Utrecht City Project, Hoog Hage (de overbouwing van het emplacement van het Centraal Station in Den Haag) en Rotterdam CS.
Volgens wethouder Kombrink van Rotterdam kregen de externe verbindingen van de deltametropool de afgelopen tien jaar veel aandacht, waaardoor verbeteringen van de interne verbindingen, zoals Randstadrail, verder naar de achtergrond zijn gedrukt. Het hoofdwegennet is overbelast, de regionale railnetten ontoereikend en een supersnel en hoogfrequent vervoerssysteem tussen de eerder genoemde vijf centra ontbreekt. Investeren in regionaal railvervoer zal nu echt serieus moeten worden genomen, aldus Kombrink.
In die deltametropool speelt het natuurlijke watersysteem een belangrijke rol, benadrukte de Utrechtse wethouder Rijckenberg: “Wij malen ons zelf letterlijk steeds dieper de put in en er zijn vele signalen dat wij in de volgende eeuw moeten werken aan een beheerst herstel van de dynamiek van het deltamilieu, die sedert de negentiende eeuw aan steeds nauwere banden is gelegd.”
“Wij vinden dat er veel meer water in het landschap moet komen. Meer water om wat tegendruk te bieden aan de verzilting van het grondwater, meer water voor recreatie, meer water voor natte natuur, meer water om aan te wonen. Wij zien het Groene Hart liever als een Waterrijk.”
De verklaring is volgens Rijckenberg een pleidooi om het anders te doen. Voor het Groene Hart is tot 2010 360 miljoen extra beschikbaar. Bij Hazerswoude komt een tunnel voor de HSL die 900 miljoen kost. Voor dat bedrag kun je een natuurgebied aanleggen dat twee keer zo groot is als de Oostvaardersplassen en dat meer ontspanning biedt aan de gehaaste stedeling. Rijckenberg: “Wat biedt een aardiger kennismaking met Holland aan de buitenlandse treinreiziger dan een rit door een landschap dat herinnert aan het oerlandschap van deze delta?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.