Van een onzer verslaggevers UTRECHT - De Nederlandse drugshulpinstellingen falen bij de opvang en begeleiding van allochtone verslaafden. Ze houden onvoldoende rekening met de culturele achtergronden, zijn slecht toegangelijk en volharden te vaak in hun 'blanke' methodieken.
Dat vindt voorzitter J. Lawalata van het Platform multiculturele verslavingszorg, onderdeel van de Nederlandse vereniging van instellingen op gebied van verslavingszorg (NEVIV). Lawalata reageert op de oproep van de Rotterdamse politie, onderzoek te doen naar de 'culturele barrière' tussen de Nederlandse drugshulp en de allochtone harddrugsverslaafden.
Nederland telt 25 000 harddrugsverslaafden, van wie de helft tot een etnische minderheid behoort. Lawalata: “Dan is het merkwaardig dat maar één op de vier cliënten in de verslavingszorg allochtoon is. Daar schuilt een levensgroot gevaar in voor de samenleving én de verslaafde. Die raakt zo in een permanent isolement.”
Van de 36 zorginstellingen in Nederland beschikken volgens Lawalata maar enkele over een hulpprogramma, specifiek voor allochtone verslaafden. “De Zeestraat in Den Haag was in 1995 de eerste. Vorig jaar hebben er nog eens vijf plannen in die richting ontvouwd. Maar het is tekenend dat het nationale paradepaardje, de Jellinekkliniek, pas afgelopen najaar een beleidsplan voor allochtonen heeft neergelegd.”
Lawalata heeft ook kritiek op de gemeenten, die de regie over de verslavingszorg voeren. Zij hebben te veel oog voor de openbare orde en veiligheid en te weinig aandacht voor verslaafdenzorg, vindt hij. “Dat scoort immers niet. Veel hulpinstellingen zijn overbelast, niet in het minst vanwege de hardere aanpak van drugsoverlast. Ook allochtone verslaafden komen zo wel bij die instellingen, maar na een paar weken al haken zij af en lopen naar buiten. Eenvoudig omdat de hulpprogramma's geënt zijn op Nederlanders.”
Volgens drugsdeskundige J. de Vlieger van de Rotterdamse politie vormen vooral Marokkaanse jongeren en illegalen een vergeten groep in de verslavingszorg. Het KMAN, organisatie van Marokkaanse Arbeiders Nederland, erkent dit probleem en spreekt van een 'vertrouwenscrisis' tussen de drugshulp en de allochtone verslaafden.
Projectleider El Ouaffrassi: “De Marokkaanse verslaafden missen vertrouwen in de instellingen. Ze voelen er zich niet thuis, proeven er te veel afstand met hun eigen cultuur. In de staf, het middenkader en ook op de werkvloer van de instellingen ontbreken Marokkanen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.