*

 
dossier

Archief

De studentenkerken zitten wel vol, maar niet met studenten

KOERT VAN DER VELDE − 16/01/96, 00:00

“Contact hebben met studenten van 17 tot 24 jaar oud. Hoe doe je dat? Wat gaat er in de hoofden van deze jongelui om?” Hierover breekt Sijas Akkerman (25) zich het hoofd. Hij is voorzitter van het Los, het Landelijk overleg studentengemeenten.

Omdat de leegloop van de studentenkerken hem aan het hart gaat, heeft hij een discussiestuk geschreven met de titel 'Is het studentenpastoraat cool?' “Dat is de vraag die op het ogenblik belangrijk is. Want daar gaat het om als je met de jeugd van tegenwoordig wilt communiceren. Hoe krijgen we studenten van nu zover dat ze actief worden binnen het studentenpastoraat: een dienst of een symposium bezoeken, of een beetje besturen?”

Net als de gewone kerken verliest het studentenpastoraat aanhang. Van de 16 000 studenten binnen het werkgebied van het Enschedese studentenpastoraat, waarin Akkerman actief is, bezoekt nog niet één op de duizend de zondagse kerkdienst van het studentenpastoraat. Weliswaar zitten de meeste van de bijna twintig studentenkerken in Nederland zondags vol, maar niet met studenten. De ietwat alternatieve diensten worden vooral bezocht door gesettelde veertigers.

Groningen vormt een uitzondering. Het aantal van het platteland afkomstige en dus vaak nog kerkelijke studenten is daar wat hoger.

Met het cursuswerk gaat het niet veel beter. Vorig jaar hebben in Enschede zegge en schrijve 70 studenten een cursus gevolgd. Aan de inhoud kan het nauwelijks liggen: het aanbod varieert van 'plaat voor je kop' - over economie, techniek en milieu - tot een new age-achtige droomcursus en zenmeditatie. Wie liever (zwaar gesubsidieerd) op reis gaat naar Münster of Polen, kan ook bij het Enschedese studentenpastoraat terecht. In andere steden is het beeld niet anders. Amsterdam scoorde in 1994 350 cursisten op een studentenpopulatie van 70 000. Niet allen waren student.

Met het individuele pastoraat lijkt het minder slecht te gaan, al lopen studenten de deur van de door de verschillende kerken speciaal voor hen aangestelde pastors niet plat. “Toch heeft het ook nog iets aantrekkelijks: de pastor geeft zich in tegenstelling tot de studentenpsycholoog of het Riagg zelf ook bloot”, zegt Ben de Bock, studentenpastor in Amsterdam. “En de rouwverwerkingsgroepen van het pastoraat lopen storm: daar wordt verlies tenminste niet gezien als kwaal. Bovendien is de studentenpastor laagdrempelig: er is geen wachttijd, geen intake, en een bezoek geeft geen stigma.”

De oorzaken van de malaise in het studentenpastoraat zullen grotendeels dezelfde zijn als die van de gewone kerken, maar ook de tempobeurs speelt een rol. Die maakt vrije tijd nog schaarser en de behoefte aan een niet al te serieuze vrijetijdsbesteding des te groter. Zo bleek uit een enquête van het Amsterdamse pastoraat onder de bezoekers van de cursussen, dat het merendeel in de eerste plaats kwam voor de gezelligheid. Als ze er dan toch waren, kregen ze weliswaar liever religieuze dan filosofische, en liever filosofische dan maatschappelijke onderwerpen voorgeschoteld.

Aan gebrek aan belangstelling voor levensbeschouwelijke zaken onder studenten kunnen de problemen bij het studentenpastoraat niet liggen. De belangstelling voor religie is groot. Uit een onlangs door het studentenblad Sum gehouden enquête bleek dat ten minste een derde van de studenten het thema levensbeschouwing op de persoonlijke agenda heeft staan.

Toen Akkerman in Enschede de campus op ging om bekendheid te geven aan de cursus dromen, reageerden veel studenten terughoudend. “Het onderwerp vonden ze okee. 'Maar is het studentenpastoraat niet iets van de EO?', vroegen ze.” Wat Akkerman betreft zou het studentenpastoraat grondig moeten veranderen. Niet alleen om zijn belastende imago kwijt te raken, maar ook omdat het pastoraat volgens hem niet voldoende aansluit bij wat leeft bij 'de jeugd van tegenwoordig'. “Persoonlijk zou ik er voor zijn de kerkdiensten af te schaffen. Na een nacht zwaar stappen, komen studenten toch niet zondags vroeg het bed uit voor zo iets saais.” Zijn mening wordt niet door iedereen gedeeld, weet hij: zodra je te spreken komt over de kerkdienst wordt het opeens zeer ingewikkeld. Veel mensen zijn bang dat de kerk zonder diensten geen kerk meer is. Je hebt ook bij het studentenpastoraat mensen die als er over vernieuwing wordt gesproken opmerken: 'Maar mag je dan niet eens meer gewoon geloven?' ”

In de verschillende steden zijn discussies gevoerd over de vraag of het pastoraat een gemeenschap dan wel een studentenvoorziening zou moeten zijn, zegt de Amsterdamse emeritus studentenpastor Sieb de Lange. “Het ideaal van een studentengemeenschap bestaat nog steeds in enkele steden maar in de meeste steden is het achterhaald. Tijdens de zondagse kerkdiensten, de ruggegraat van de gemeenschap, hangen studenten er maar zo'n beetje bij.” Ouderen vinden in de zondagse studentendiensten nog wel wat ze in de gewone kerken niet meer vinden. Maar wàt, is voor veel studenten een raadsel. Volgens De Lange moet het pastoraat daarom een voorziening zijn. “Daar kan dan over alles wat studenten bezighoudt worden gesproken, ook over niet-religieuze onderwerpen als politiek, homoseksualiteit en kunst. En omdat we niet meer op bekeren uit zijn, is iedereen er welkom. De kern van het pastoraat moet echter wel het evangelie blijven. Voor de verkondiging ervan zijn wij immers aangesteld.”

Het pastoraat zou wat Akkerman betreft veel algemener moeten worden. “We moeten meer openstaan voor andere geloofstradities dan het christendom.” Zou de term 'Jezus Christus' dan niet ook uit de beginselen van het pastoraat moeten worden geschrapt? Akkerman: “Als je andere verhalen echt de ruimte wilt geven, dan vertaal je dat ook in je visie. Je kunt het niet maken er stiekem een christelijke agenda op na te houden. Studenten zijn daar ontzettend gevoelig voor.”

Studentenpastor De Bock: “Christus uit de beginselen schrappen? Dat mag je ook mij best in de mond leggen, maar er moet dan wel iets anders voor in de plaats komen: een ruimer beginsel, waarbinnen ook het christendom valt.

Dat is ook consequenter. We zijn er immers niet alleen voor studenten die zichzelf christelijk noemen. Ik vind het woord studentenpastoraat trouwens ook te ouderwets. Misschien zouden we het een nieuwe naam moeten geven. Wat te denken van 'Centrum voor zingeving en levensbeschouwing'? Zo'n centrum zou ook aandacht moeten schenken aan andere bronnen van inspiratie dan de bijbel. En het moet het thema levensbeschouwing dichter bij de universiteit brengen dan het tot nu toe doet, bijvoorbeeld met lunchgesprekken op de faculteiten over wetenschapsethiek.''

mailIcon print |