UTRECHT (ANP) - Een jongen die seksueel misbruikt is, kan vaak niemand meer vertrouwen. En vertrouwen is juist een van de kenmerken van geloven. Pastores kunnen als laagdrempelige hulpverleners signalen van seksueel misbruik signaleren. Maar dan moeten ze wel bereid zijn hun morele oordelen op te schorten en niet te snel over verzoening te spreken.
Dat zei Ton Honig, studentenpastor in Amsterdam en 'ervaringsdeskundige', gisteren tijdens een studiedag voor pastoraal werkenden over seksueel misbruik bij jongens en mannen. Bijna vijftig pastoraal werkenden uit de verschillende kerkgenootschappen, het ziekenhuis- en het justitiepastoraat volgden de studiedag.
Honig benadrukte dat juist mannen in onze samenleving moeilijk met hun ervaringen naar buiten komen. Voor pastores is het van groot belang signalen van mannen en jongens op te pikken, en het thema bespreekbaar te maken. “Stel daarbij alsjeblieft je oordeel uit”, vroeg Honig de congresgangers met klem. “Als je bijvoorbeeld homoseksualiteit zondig vindt en dat zegt, neem je de ruimte om vrij te spreken weg.”
Woede
Volgens Honig moeten pastores niet te snel over vergeving en verzoening spreken. “Er is een theologische legitimiteit voor woede”, zei hij. “Het christendom heeft vaak een air van lievigheid, maar van Gods liefde blijft zonder woede niets over. Zeker als een dader ontkent of de beschuldiging verdraait, hoef je niet te vergeven. Verzoening is geen alabastine waar je de scheuren van de werkelijkheid mee dichtsmeert.”
De dagconferentie was georganiseerd door TransAct, een instelling die zich inzet tegen seksueel geweld. Beleidsmedewerker J. Beelen van TransAct legde de vinger op enkele misvattingen over seksueel misbruik van jongens en mannen. Ongeveer 25 procent van alle kinderen die worden misbruikt, zijn jongens. In berichten over seksueel misbruik wordt vaak alleen over meisjes gesproken.
Beelen vindt de aandacht die er de laatste jaren is voor seksueel misbruik in pastorale relaties positief, omdat het toont dat men zich bewust is van de risico's van de pastorale relatie. Daarin is immers sprake van een ongelijke machtsverhouding, en dat is altijd een voorwaarde voor misbruik.
Volgens Honig zouden pastores zich bewust moeten zijn van hun eigen seksualiteit en hun ervaringen daarmee. “Alle predikanten zullen wel eens flirtende jongeren bij de catechisatie hebben gehad. Maar dat betekent niks, het is normaal dat jonge mensen experimenteren met hun seksualiteit. Als pastor moet je daarmee om kunnen gaan.”
Dagvoorzitter ds. Boomsma zei door alle aandacht voor seksueel misbruik door pastores soms het gevoel te hebben tot een belasterde beroepsgroep te horen. De oud-voorzitter van de gereformeerde synode waardeert de kwestie nu anders. “Het is goed erover te spreken, want anders woekert het kwaad dat ongenoemd wordt voort.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.