*

 
dossier

Archief

Boze oogartsen: Wij zijn medici, geen brillenboeren

Door: redactie − 11/02/98, 00:00

Van een onzer verslaggevers ZAANDAM - Tegen oogarts Tjia in Hoofddorp heeft de Haarlemse economische politierechter afgelopen maandag 30 000 boete geeist. Hij bracht voor patiënten die hij in zijn praktijk thuis behandelde, dezelfde kosten in rekening als voor de ziekenhuispatiënten.

Tjia is inmiddels de dertiende oogarts die in moeilijkheden komt. Hij zou net als de anderen onjuiste declaraties hebben ingediend. De dokter wordt gesteund door zijn beroepsvereniging, de Nederlandse vereniging van extramuraal werkende oogartsen (NVEO). Voorzitter van de NVEO is de Zaandamse oogarts J. A. ten Napel, die overdag patiënten behandelt in het ziekenhuis De Heel in Zaandam en 's avonds thuis werkt.

Ten Napel heeft daarvoor een praktijkinrichting die een investering heeft gevergd van een kleine twee ton. Hij laat de kostbare apparaten zien. “Het is een kleine praktijk”, zegt Ten Napel. “Ik werk hier 's avonds. De circa honderd andere praktijken aan huis zijn dikwijls veel omvangrijker. Onze patiënten zijn voornamelijk ouderen. De gemiddelde leeftijd ligt rond de 70 jaar. Het gaat voornamelijk om consulten voor mensen met glaucoom, suikerziekte en staar.”

Ten Napel meent dat mevrouw Borst aanstuurt op een koude sanering van de thuiswerkende oogarts, ten gunste van de goedkopere (want hbo-opgeleide) optometristen. “Op 28 mei vorig jaar heeft mevrouw Borst dat in de Kamer gezegd. Ook zei ze dat ze voor haar bril naar een optometrist is geweest en dat die heeft vastgesteld dat ze geen glaucoom heeft.”

“Wij willen heus wel samenwerken met de optometrist, hij kan misschien beter een bril aanmeten dan wij, maar wij vinden dat die geen oogheelkundige praktijk moet beginnen. Dat is zorgelijk, want wij zijn medici. Mevrouw Borst wekt de indruk dat wij een soort brillenboeren zijn, maar wij doen dingen waar een medische opleiding voor nodig is.”

“Je kunt van een optometrist geen deskundigheid verwachten op het gebied van suikerziekte. Hij kan geen maculadegeneratie van een maculadystrofie onderscheiden. Als optometristen meer bevoegdheden zouden krijgen, komen er op den duur gewoon meer verwijzingen naar de oogarts.”

“Maar ons grootste probleem is dat de optometrist een commercieel belang heeft. In Amerika is de optometrist een behoorlijk opgeleide functionaris, ze studeren aan de universiteit. Dat willen ze hier ook. Ze willen druppeltjes gaan voorschrijven en patiënten met bindvliesontstekingen behandelen. In Amerika zie je dat de oogartsen zich te pletter vechten om die zaak terug te draaien.”

Volgende week zal een platform oogzorg worden opgericht. Ten Napel: “Om te voorkomen dat zulke toestanden ook in Nederland ontstaan. We hopen dat er een model wordt ontworpen waarbij de optometrist in nauwe relatie met de oogarts gaat werken.”

Koude sanering? In 1994 werd het tarief voor de thuispraktijk van de oogartsen verlaagd van iets meer dan 50 naar 25 gulden per consult. Daardoor moesten de meeste, zo niet alle thuiswerkende oogartsen geld bijleggen op hun thuiswerk. Ten Napel: “Voor 25 gulden kun je, gezien de apparatuur, echt niet meer rendabel werken. Er zijn kort na die maatregel enkele oogartsen failliet gegaan. Er zijn er die het hebben volgehouden doordat ze een erfenis hebben gekregen. Anderen gingen door, samen met hun vrouw als praktijkassistente. Maar elke accountant die de cijfers ziet, verklaart ons voor gek.”

“Dat ziet de rechter ook wel in. Daardoor zijn tot dusver alleen symbolische boetes opgelegd, zoals aan collega Hartman in Groningen. Zij schreef minister Borst in 1995 dat ze van plan was zich te blijven houden aan het tarief van 1994. De Economische controle dienst werd op haar afgestuurd, maar de rechter legde een boete van 1 000 gulden voorwaardelijk op. Ook in Amsterdam kreeg een collega een symbolische boete. Ik hoop dat de zaak-Tjia een signaal is dat het zo niet verder kan.”

Volgens Ten Napel werkt een oogarts aan huis met veel lagere kosten dan een collega in het ziekenhuis. “Op verzoek van het ministerie is onderzocht hoe groot de verschillen zijn. De oogarts die buiten het ziekenhuis werkt, heeft een kostenpost van 254 000 gulden, de collega in het ziekenhuis een kostenpost van 90 000 gulden per jaar. Ze vergeten dat in het ziekenhuisbudget een bedrag zit voor de kosten die de oogarts daar veroorzaakt. Hij gebruikt de poli, de operatiekamer en verbandmiddelen.”

“Aan de hand van cijfers van het Centraal overleg tarieven gezondheidszorg (COTG), schatten wij dat op vijf ton. Dat betekent dat de oogarts in het ziekenhuis 590 000 gulden kost en wij 254 000. De extramuraal werkende oogarts is dus de helft goedkoper. Er is nu een commissie gevormd waarin wij ook zitten, naast het ministerie, de verzekeraars en het COTG. En daar wil ik die 254 000 gulden per oogarts terugclaimen.”

“Wij doen 15 tot 20 procent van de consulten, zijn patiëntvriendelijk, hebben een lage overhead, een goede toegankelijkheid, leveren dezelfde kwaliteit. Toch houden wij extramurale oogartsen na aftrek van kosten gemiddeld 200 000 gulden minder over dan de oogarts in het ziekenhuis”, zegt Ten Napel.

“Een deel van dat verschil is aanvaardbaar doordat de extramurale oogarts geen diensten draait, maar twee ton is toch een te groot verschil. De ziekenhuizen zitten niet op die 15 tot 20 procent extra patiënten te wachten. Dat zou een veel te grote investering in apparatuur vergen. Bovendien zijn in het ziekenhuis de wachttijden veel langer dan in de thuispraktijk, waar hoegenaamd geen wachttijden zijn. In het ziekenhuis is vijf maanden wachttijd. Ik denk dat de politiek niet geïnteresseerd is in de wachtlijsten, omdat de patiënt op de wachtlijst de zorg geen geld kost.”

mailIcon print |