*

 
dossier

Archief

Directeur sporthal neemt criminele jongeren in dienst

IMCO LANTING − 09/11/96, 00:00

Simon was zestien en had net zijn LTS-diploma voor autotechniek. Hij zocht een baan, maar vond niets. Voor een uitkering was hij te jong. Simon verveelde zich en ging de straat op. Daar vond hij leeftijdsgenoten met hetzelfde probleem. Een aantal celstraffen later kwam hij terecht bij Joop van Ommen, directeur van een grote sporthal in Zwolle, die hem in dienst nam.

“Mijn hoofd was kaal en ik had een trainingspak aan”, vertelt Simon, nu achttien. “Zo hoorde ik bij de groep. Ik had geen geld en verveelde me. Mijn moeder leefde van de bijstand en kon mij geen geld geven.”

Simon: “We zaten in coffeeshops te blowen of we dronken bier. Als de remmen los waren, gingen we de stad in. Auto's openbreken of jenever stelen bij de slijter. Wat ik per dag verdiende? Dat verschilde. Soms vijfentwintig, soms duizend gulden.” Een keer werd Simon op heterdaad betrapt bij het stelen van een fles jenever. De man die hij keihard in het gezicht sloeg, bleek een politieagent.

Het zou niet de laatste keer zijn dat Simon in de cel verdween. Simon: “Ik had op dat moment het gevoel dat ik er niet meer uitkwam. Mijn strafblad groeide en groeide.” Bij zijn laatste zaak veroordeelde de kinderrechter Simon tot honderdvijftig uur dienstverlening, een alternatieve straf.

Justitie stuurde hem naar Joop van Ommen, directeur van een grote sporthal in Zwolle. Daar kon hij werken. Van Ommen: “Mensen als Simon hebben een stempel waar ze nooit meer vanaf komen. En waarom? Omdat ze zo slecht zijn? Ik denk het niet. Ze krijgen gewoon geen kans. Ik heb per jaar een paar honderd criminele jongeren in dienst en het gaat geweldig. Veel meer bedrijven moeten dit doen.”

En: “Wat denk je dat al die ellende de samenleving kost? Een nachtje in de politiecel kost vijfhonderd gulden. Het is heel wat goedkoper om jongeren als Simon te steunen. Waarom krijgt hij bijvoorbeeld geen uitkering, ook al is hij zestien? Waarom krijgt hij geen baan als hij uit de cel komt? Ik weet zeker: als hij twee jaar geleden werk had gehad, dan was tachtig procent van de diefstallen en mishandelingen niet gebeurd. Ik vind niet dat Simon alleen schuldig is. Ook de samenleving heeft schuld aan wat Simon heeft gedaan.”

Simon: “Joop begreep wat mijn probleem was. Hij zag dat ik niet wilde zoals ik leefde. Maar door de maatschappij voelde ik me behandeld als crimineel en bij Joop was ik weer iemand. Hij heeft gezorgd dat ik na de werkstraf in de sporthal bij een installatiebedrijf kon gaan werken. Toiletten aansluiten enzo. Het is op proef dat wel, maar toch. Achteraf weet ik dat ik me altijd ellendig heb gevoeld als ik iets stal of andere rottigheid uithaalde. Maar ik deed het gewoon. En dan glij je snel af. Eerder zag ik een fiets en nam ik hem zo mee. Ik voel nu dat de drempel er weer is.”

mailIcon print |