*

 
dossier

Archief

theater

HANNY ALKEMA − 03/04/98, 00:00

AMSTERDAM - Het ene uiteinde van de slinger met vlaggetjes wordt aan de bovenreling van de trap vastgemaakt. Daar blijft het bij. Een feestslinger zal het nooit worden. Slap neerhangend heeft het alleen een symboolfunctie. Het symbool van een feestje dat maar niet gevierd wil worden.

Het is een typisch wittenbolse situatie in 'Ochtendkroniek', het nieuwste, en inmiddels al zevende toneelstuk van Peer Wittenbols, huisschrijver van De Federatie uit Maastricht. Een en al kommer en kwel in een familiesituatie, waar elke goede wil om er het beste van te maken ter plekke verdrinkt in monomane onlustgevoelens. Een familietragedie over eenzaamheid en frustraties, die niemand in staat is met een ander te delen, laat staan van de ander te zien.

De familie Tocht heeft een reisje geboekt op een cruiseschip om het robijnen huwelijk van de ouders te vieren. In de nachtelijke uren voor de grote dag kan niemand slapen. Geplaagd door allerlei sores scharrelt iedereen rond in z'n hut of op het dek. Twee uur daarvan, de uurtjes voor het ochtendkrieken - of iemand weet wat krieken van ochtendkrieken eigenlijk is, vraagt de moeder zich af - maken wij mee. Een dramatische ontwikkeling of intrige zit er niet in, maar dramatisch is het wel. Ook Wittenbols behoort tot die hedendaagse schrijvers, die minder geïnteresseerd zijn in een well-made play dan in een analyse en uitvergroting van een (de?) werkelijkheid.

Eerst is er de pas zwangere dochter (Monic Hendrickx); die probeert nog wat pit in haar wat versuffende huwelijk te krijgen via het nieuwe leven in haar buik. Maar als zij en haar man (Evert van der Meulen) een beetje ongelukkig van het scheepstrappetje vallen, weet je al dat dit een verloren zaak wordt. 'Wat doen we met je onderbroek?' zegt haar Bruin later met een bundeltje badhanddoek in zijn handen.

Dan is er de zoon (Remco Melles), een middendertiger die in z'n puberteit is blijven steken en alleen recalcitrant kan reageren op de onverbloemde toenadering van een verleidelijke hostess (Anne Martien Lousberg). De ouders intussen kibbelen gewoontegetrouw hun veertigjarige huwelijksleven van zich af in hun hut.

Lange tijd horen we alleen maar, via een intercom, de stemmen van Juul Vrijdag en Hans Hoes. Of die dialogen uitsluitend voor de oren van het publiek of ook voor die van de andere personages bestemd zijn wordt in de regie van Rob Ligthert niet helemaal duidelijk. De ene keer lijkt het aan de anderen voorbij te gaan, terwijl een ander moment wel min of meer direct wordt gereageerd. Dat is jammer, omdat de absurdheid van een paar details daardoor verloren gaat. Het is nu bijvoorbeeld best mogelijk dat de hostess haar droom heeft afgeluisterd van de moeder.

Het lijkt erop dat Wittenbols iets anders heeft geprobeerd en dat het spel daarmee nog niet in evenwicht is gekomen, alsof de schrijver het hyperrealisme van zijn vorige stukken heeft willen doorsnijden met een schijnwerkelijkheid. Die hostess is, behalve buitenstaander, met haar blijmoedige, voortdurend positieve houding wel een heel vreemde eend in de familiaire treurnis. Voor het eerst zelfs wordt een paar keer breeduit gelachen op het toneel, een ongekende reactie op de zwartgallige humor.

Merkwaardig genoeg heeft ook het taalgebruik een lichte, en wat mij betreft niet helemaal gelukkige, verandering ondergaan. De bizarre logica van wonderlijke zinswendingen en onverwachte clichés heeft voor een deel plaatsgemaakt voor aangepaster, soms bijna vloeiende dialogen. Het klinkt me wat te routineus. Als Peer Wittenbols maar niet bezig is om zichzelf met al zijn schrijfactiviteiten uit te melken, dacht ik even bezorgd.

Op het buitendek van het door Matt Vermeulen ontworpen scheepsdecor slaan de spelers zich met verve door de lappen tekst heen. Vooral Anne Martien Lousberg, die zich als een pinteriaanse indringster mag profileren, doet dat met een overrompelende gretigheid. Toch miste ik de stille momenten, het nonverbale spel, waarin de achterkant van de woorden wordt getoond, ook al heeft Ligthert zich, soms samen met kostuumontwerpster Dorien de Jonge, nog wat grapjes veroorloofd, die iets meer zeggen over de personages: het ritshoesje onder het hemd van de vader voor de vakantieflappen, die hij niettemin voortdurend erg zichtbaar laat wapperen.

Op het laatst, toen Juul Vrijdag eindelijk tevoorschijn kwam, gebeurde nog even waar ik op zat te wachten. Zij laat het publiek in haar monoloog over een film met alleen maar huilende mannen werkelijk tussen de regels door kijken. In een klap is het dan spannend en niet alleen maar grappig.

mailIcon print |