*

 
dossier

Archief

Brouwersdam-Haringvlietsluizen

TIJS VAN DEN BOOMEN − 04/04/98, 00:00

Vakantiedorp Port Zélande ligt als een luchtspiegeling op de mistige Brouwersdam. Gebroken witte muren en oranje daken verbeelden een mediterraan dorp met eigen jachthaven. Twee bewakingsbeambten en een slagboom houden de bezoeker tegen. Na hun vorsende blik is iedereen hier welkom.

Het overdekte binnenplein biedt een lauwwarm bad van muzak, rieten stoelen en palmen. De wereld van vakantieketen Gran Dorado herbergt alle voorzieningen onder één dak: Gran Marché, Gran Cadeau, Gran Café, Gran Boutique. Achter gewapend glas spetteren bezoekers in het zwemparadijs. Hier kun je je onbekommerd vergapen aan de menselijke soort: paartjes zijn in de weer met hun kleintjes, adonissen proberen de andere kunne te behagen, jongvolwassenen plonsen van de glijbaan. “Of ik dit romantisch vind? Nee, eerlijk gezegd is het gewoon kitsch. Maar ja, Gran Dorado eiste een subtropisch centrum, dat kun je mij niet verwijten”, zegt architect Matthijs Zeelenberg. “Een romantisch architect”, noemt hij zichzelf, “die graag een buiging voor het publiek maakt”. Na zijn strakke periode ontwierp hij nepboerderijen, te bestellen via de catalogus. “In die tijd was ik het spoor een beetje bijster. De opdracht voor Port Zélande betekende een keerpunt.” Daarna bouwde hij nog zeven andere parken aan de Nederlandse kust. Sleutelwoorden: vrolijkheid, positieve uitstraling, eenvoudige constructies. “Ik teken alleen wat ik zelf kan maken.”

“Suikerklontjes op een veld uitstrooien”, zo typeert Zeelenberg de klassieke bungalowparken. Inderdaad is Port Zélande anders, het heeft trekken van een dorp met een plein en winkels. De dichtheid is hoog: op tien hectare staan 722 woningen. Daarmee is het dichter bevolkt dan de Amsterdamse Bijlmermeer. “Recreatie is industrie, en die kan net zo goed in elkaar klappen als de twaalf cichoreifabrieken die dit eiland vroeger beheersten. Daarvan staan nu nog maar twee ruïnes overeind. Als het toerisme ooit verdwijnt, mag het geen spookstad worden.”

Voor een vriend bouwt hij nu een huis uit oude materialen, in zijn eigen tuin heeft hij een theehuisje van sloophout. “Ik ben een gespleten mens”, geeft hij toe. “Ik hou van kleinschaligheid, romantiek, uitgebreid koken. En mijn projecten worden steeds groter en industriëler.”

Buiten op de Brouwersdam staat een friettent in een oude SRV-wagen, een reusachtige oranje maan komt op boven Goeree. Slechts weinig bezoekers van Port Zélande wagen de sprong over de dijk. Nog even wacht de frietvrouw op klanten, uit het lauwe frituurvet vist ze slappe kroketten. Enkele kilometer buitengaats ligt zandplaat Aardappelenbult. De Deltawerken hebben hier nieuwe natuur geschapen: negenhonderd vierkante kilometer ondieptes en zandbanken vormen een kraamkamer voor vissen en een voederplaats voor vogels. Gratis natuur, zonder hekken. In de nacht schitteren grote plassen geel natriumlicht bij dorpen, kruispunten, dijken, recreatieparken. Eenzame telefooncellen lichten op in het donkere kustlandschap en herinneren aan de zomerse drukte.

Onder de maaiende lichtbundels van de vuurtoren staat een wegenwachter. “'s Zomers is het hier een gekkenhuis, maar nu zijn de nachten best eenzaam”, zucht hij. “Maar ja, ook al weten mensen het niet, wij waken.” De duinen van Goeree zijn smal, een bitumen dijk schiet ze op het kwetsbaarste punt te hulp. Uitgestrekte vlakke polders reiken tot aan de zeewering. 'Gods oog ziet u', lijkt het parool van dit gereformeerde Zuid-Hollandse eiland, 'en anders de buren wel'. Eenvormige schuine daken steken boven de aarden geluidswal aan de rand van Ouddorp uit, de huizen staan dicht op elkaar. Pas als je het wijkje inrijdt, zie je aan de tuinen en de gordijnen dat het een woonwijk is en geen bungalowpark. De verschillen worden steeds kleiner. “Permanent creatief wonen”, noemt Zeelenberg dat. Bij natuurgebied de Kwade Hoek verruigen de duinen. Doordat de Maasvlakte de zoute zeewind breekt, krijgen bomen en struiken kans. Dit is de wereld Natuurmonumenten, alleen toegankelijk voor leden. Hier komen professionele wandelaars met laarzen in de achterbak van hun auto. Zandafzetting maakt de Kwade Hoek jaarlijks bijna tien hectare groter. Een kilometers lange zandtong steekt de zee in, wordt steeds vlakker en natter, en verdwijnt in zwermen vogels. Voor de kust leiden groene en rode boeien de schepen om deze kwade hoek op weg naar de goede rede. Dit woeste land kijkt uit op de windmolens, opslagtanks, schoorstenen en containerkranen van de Rotterdamse havens. Teerbollen liggen als kwallen in het zand, de sporen van de four-wheel drives van de parkwachter glinsteren in het slikkenlandschap. De enige kleur komt van de 'meetmerken', zwart-oranje palen waarop horizontaal een cirkelvormig bord is geschroefd. Ze zien eruit als een Stehtisch in een Duits café. Helikopters van Rijkswaterstaat gebruiken ze om te controleren of Nederland niet kleiner wordt.

Achter het natuurgebied ligt Havenhoofd, een ouderwets vissersdorpje van anderhalve straat. In de diepe voortuinen wordt boerenkool verbouwd. Weer een SRV-wagen op de dijk, deze prijst zeevistours voor toeristen aan. Accountantskantoor Coopers & Lybrand houdt 's vrijdags kantoor in het nieuwe gebouw van de visafslag, dan keren de kotters terug van hun vijfdaagse werkweek.

mailIcon print |