De Hutu-oppositie is er fel op tegen. Toch blijft Heineken bier brouwen in Burundi. De brouwer is blijkbaar banger voor de Tutsi-regering dan voor de Hutu-meerderheid in het land. Afrika-kenner A. Trouwborst begrijpt die beslissing. “Heineken heeft weinig speelruimte.”
Bij een boycot is het probleem vaak dat juist de bevolking er de dupe van wordt, in plaats van de regering. In Burundi hebben de Hutu's, die 85 procent van de bevolking uitmaken, echter nauwelijks last van het embargo, zo vernam Burundi-kenner prof. A. Trouwborst onlangs uit Hutu-kringen. Van oudsher wonen de meesten immers op het platteland, waar ze alles zelf verbouwen.
Door de strijd de afgelopen jaren is de etnische scheiding bovendien versterkt: in de hoofdstad Bujumbura wonen vrijwel alleen nog maar Tutsi's. “Die worden wel getroffen door het embargo”, aldus Trouwborst. De markten liggen wel vol, doordat Tutsi-gezinde landen als Rwanda en Oeganda de boycot niet zo nauw nemen, maar de producten zijn vijf keer zo duur geworden.
Afrikaanse landen besloten in augustus tot het embargo, nadat Tutsi-majoor Pierre Buyoya met een staatsgreep een eind had gemaakt aan de broze machtsdeling tussen Hutu's en Tutsi's. Aanvankelijk kon Heineken, het belangrijkste bedrijf in Burundi, nog wel even voort, maar inmiddels is de brouwer aangewezen op mout dat uit Rwanda is gesmokkeld. Dus schendt Heineken het embargo, aldus de Hutu-oppositie, die eist dat de brouwerij de productie stopzet.
Het Tutsi-bewind dwingt het Nederlandse bedrijf echter te blijven brouwen. “Heineken heeft weinig speelruimte”, vermoedt Trouwborst. De bierproductie is voor de Burundese regering van groot belang. Niet zozeer omdat de Burundezen “ongelooflijke hoeveelheden” bier drinken, maar vooral omdat de accijnzen en bierbelasting bijna de helft van de inkomsten van de staat vormen.
Trouwborst heeft dan ook begrip voor Heinekens vrees voor de veiligheid van de werknemers. “Het is natuurlijk pure speculatie, maar de kans is niet gering dat ze anders worden gedwongen te werken met de loop van het geweer op zich gericht.”
Hij vermoedt dat het bedrijf, dat zegt overal ter wereld politiek neutraal te zijn, banger is voor de Tutsi's dan voor de Hutu's. De brouwerij staat immers in de hoofdstad (de tweede brouwerij in de stad Gitaga ligt al maanden stil), waar nauwelijks Hutu's meer zijn, laat staan dat die de brouwerij kunnen aanvallen. “Een bom lijkt gauw gelegd, maar de Tutsi's is er alles aan gelegen om de fabriek goed te beveiligen”.
Trouwborst was overigens verbaasd, om niet te zeggen aangenaam verrast, dat een officiële delegatie van de Hutu-oppositie eergisteren bij het Heineken-kantoor in Amsterdam aanklopte. “De Hutu-boeren zijn immers eeuwenlang klein gehouden door de Tutsi-elite.”
Al zijn de Tutsi's nog zo ervaren in het besturen van het land en het onderdrukken van de Hutu's, vier jaar geleden moesten ze wel vrije verkiezingen uitschrijven. De Hutu-partij Frodebu won hierbij de meerderheid in het parlement. Maar nadat al snel de nieuwe Hutu-president, Melchior Ndadaye, werd gedood, begon een proces van moorden over en weer dat tot de dag van vandaag voortduurt. “Het vervelende in Burundi is dat het een sluipend proces is. Er is geen sprake van een massale slachtpartij zoals in Rwanda twee jaar geleden, maar er worden wel dag in dag uit mensen gedood.”
Een paar jaar geleden had de internationale gemeenschap nog de hoop door bemiddeling tot een oplossing te kunnen komen. De VN, de EU, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Amerika; iedereen stuurde missies om de Hutu's en de Tutsi's nader tot elkaar te brengen. Momenteel gebeurt er op dit vlak echter niets meer. “Het is een hopeloze situatie geworden”, zegt Trouwborst, die in november in Nairobi een conferentie over Burundi bezocht, waar de dadenloosheid vanaf droop. Over bijvoorbeeld een militaire interventie wordt al helemaal niet meer gesproken.
Er is maar een manier om een eind te maken aan de spiraal van geweld, aldus Trouwborst, en dat is de meerderheid te laten delen in de macht. De Hutu's dus. “De tragiek is dat Hutu's zo'n slechte reputatie hebben gekregen door de extremistische milities in Rwanda.” Mede daardoor krijgen de Tutsi's van het westen veel goodwill, niet alleen in Rwanda dat van alle kanten steun ontvangt, maar ook in Burundi. Terwijl Afrikaanse landen de staatsgreep van Buyoya onmiddellijk verwierpen en afstraften met een boycot, stond het westen niet negatief tegenover de nieuwe machthebber. Hij had immers een zwakke Hutu-president afgezet, die machteloos had gestaan tegenover het alsmaar toenemende geweld.
Buyoya beloofde een eind te maken aan het moorden, maar daar is tot nu toe weinig van terecht gekomen. Sinds zijn coup in augustus zijn er volgens Amnesty International alweer tienduizend Burundezen vermoord, onder wie veel teruggekeerde Hutu-vluchtelingen uit Zaïre en Tanzania.
Het Tutsi-bewind lijkt door het embargo ook alleen maar harder te zijn geworden. Twee eisen heeft Buyoya wel ingewilligd: politieke partijen zijn weer toegestaan en het parlement mocht weer aan het werk. Maar aan de belangrijkste eis, onderhandelen met de oppositie, heeft hij nog niet voldaan.
Buyoya stond vroeger bekend als een verzoener, maar lijkt nu met handen en voeten gebonden aan de extremistische Tutsi's. De voorzitter van de belangrijkste Tutsi-partij Uprona, heeft al laten weten dat Buyoya het politiek niet overleeft als hij zou onderhandelen met de leider van de Hutu-rebellen, Léonard Nyangoma. Bovendien gaan er geruchten in Bujumbura dat de extremisten van plan zijn Buyoya om te brengen.
Zijn executie zou Burundi in een nog groter isolement brengen, terwijl juist op dit moment landen als Eritrea en Oeganda pleiten voor opheffing van de boycot. Hutu-gezinde landen als Tanzania en Kenia zijn nog tegen, maar mogelijk gaat ook Heineken ervan uit dat het embargo niet lang meer stand houdt. Een oplossing voor het conflict in Burundi zal er echter geen stap dichterbij mee komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.