Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - In de nacht van 17 op 18 augustus 1971 moest de toenmalige burgemeester van Amsterdam Ivo Samkalden zijn bed uit. Buiten klonk aanhoudend de claxon van een auto. Een dame die in de buurt van het Vondelpark woonde protesteerde met haar concert tegen de overlast die ze 's nachts ondervond van het hippie-lawaai in het park. Ik niet slapen, dan de burgemeester ook niet, dacht ze.
Samkalden ondervond voor de zoveelste keer dat het burgemeestersambt van Amsterdam geen reguliere job is. Hoewel de gisteren op 82-jarige leeftijd overleden Samkalden van die baan hield, was hij er niet per definitie de geschikte man voor. Samkalden mocht dan een briljant jurist zijn, hij was niet gemakkelijk in de omgang - zeg maar star - en als hij door de bevolking al als burgervader werd gezien, dan was hij wel een hele strenge.
Ivo Samkalden is als helft van een tweeling in Rotterdam geboren. Na de HBS studeerde hij indologie in Leiden, en huwde Olga Judith Meijers (de dochter van de vermaarde rechtsgeleerde E. Meijers) met wie hij in 1938 naar Indiƫ vertrok om daar bestuursambtenaar te worden.
In de oorlogsjaren zat hij van 1942 tot 1945 in een Japans kamp. Na de oorlog ging hij werken bij de RU in Leiden als assistent bij de leerstoel rechten. Van 1948 tot 1956 werkte hij in de landbouwsector, eerst als hoofd van de afdeling wetgeving en juridische zaken op het ministerie en later als hoogleraar agrarisch recht aan de Landbouwhogeschool in Wageningen.
In 1954 deed hij zijn intrede in de politiek. Voor de PvdA zat hij in Provinciale Staten van Gelderland. Van 1956 tot 1958 was hij minister van justitie in het derde kabinet-Drees. De volgende twee jaar zat hij in de Tweede Kamer. Van 1960 tot 1965 was hij lid van de Eerste Kamer. In die periode was hij ook hoogleraar Recht van de Internationale Organisaties aan de RU Leiden.
In 1965 werd hij weer tot het ministersambt geroepen. Twee jaar was hij opnieuw bewindsman op Justitie in het kabinet-Cals. Hij maakte zich vooral sterk voor de vernieuwing van het Burgerlijk Wetboek. Zijn laatste ministersjaar was ook zijn roerigste, toen toen hij de Duitse oorlogsmisdadiger Willy Lages vrijliet uit de Koepel van Breda. Lages was gedurende de oorlog chef van de Sicherheitsdienst in Amsterdam en verantwoordelijk voor het wegvoeren van duizenden joden. Het leek er in 1966 op dat Lages aan kanker leed en stervende was. Op grond van medische informatie besloot Samkalden Lages een strafonderbreking van drie maanden te geven. De man vertrok naar Duitsland, kwam niet mee terug, en stierf pas vijf jaar na zijn vrijlating. Samkalden kreeg een lawine van kritiek over zich heen, hem werd verweten Lages een pseudo-gratie te hebben verleend, gebaseerd op een foute diagnose.
Samkalden was tien jaar eerste burger van de hoofdstad, van 1967 tot 1977. Aanvankelijk werd hij gekenschetst als sympathiek en integer, een man met een scherp inzicht en een doorleefd rechtsgevoel en diepe menselijkheid. Een man met humor ook, getuige zijn opmerking tegen de ARP-er Biesheuvel: “Uw partij heeft een grote toekomst... achter zich.”
Samkalden bleek ook een man van het gezag te zijn. Hij liet eind augustus 1970 hardhandig de Dam uitruimen, en tekende voor de ontruiming van de Nieuwmarktbuurt, waaronder de metro moest komen te liggen. De kritiek dat de politie moedwillig meubilair had vernield, deed hij af met: “Er is inderdaad een lamp vernield.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.