*

 
dossier

Archief

film

HANS KROON − 07/10/95, 00:00

Eerste aflevering: zondag 8 oktober Nederland 3, 21.10 - 21.22 uur.

Al de eerste aflevering van 'Cinema Perdu', waarin alleen de periode 1895-1925 aan de orde komt, is een openbaring. Die is opgebouwd uit de ongeveer een minuut durende journaals die William K. L. Dickinson tussen 1896 en 1899 in Amerika en Europa (onder meer in Nederland) maakte.

Alsof we er zelf bij zijn zien we Vlaggetjesdag in Scheveningen, een met vrachtboten bezaaid stukje van de Prinsengracht, het uitgaan van een filmvoorstelling in Carré, monniken op weg naar de Sixtijnse kapel en Paus Leo XIII die zijn draagstoel even laat stilstaan om de camera te zegenen.

Stuk voor stuk roepen deze fragmenten een voorgoed voorbij verleden op: met zoveel authenticiteit dat het lijkt of de tijd stilstond. Beter dan welke kunst of techniek ook biedt film, ervaar je in 'Cinema Perdu', ons de mogelijkheid in de tijd te reizen. Dat met name de filmpjes van Dickinson een ideale tijdmachine zijn, heeft ook een (velen onbekende) technische grond.

Dickinson werkte met een door hem zelf ontwikkeld filmformaat ter grootte van een ansicht-kaart. Dat 68 mm-formaat leverde (ook nu nog) verbluffend scherpe beelden op. Helaas werd dit formaat al snel verdrongen door het kwalitatief veel mindere 35 mm-formaat. Dat kwam door de enorme omvang van de 68 mm-camera, de moeilijk te bedienen 68 mm-projector en door Thomas Edison die zijn 35 mm-formaat overal ter wereld geaccepteerd wist te krijgen.

Maar ook dit inferieure filmformaat is, getuige de overige 39 afleveringen van 'Cinema Perdu', een fascinerend voertuig naar lang vervlogen tijden en al lang gestorven mensen. Op hoogst ontroerende wijze blijkt dat bijvoorbeeld uit de aflevering 'Portretten' (17 december). Die bevat enkele 'home movies' waarin mensen voor de camera poseren.

Ze hebben andere koppen en kapsels en mindere gave gebitten dan wij en dragen andere kleren. Ze weten zich nog geen houding te geven voor de filmcamera. Sommigen verkeren nog in de waan dat ze voor een foto poseren en durven nauwelijks te bewegen. Anderen uitten hun onvertrouwdheid met de camera door gekke bekken te trekken of elkaar uitgelaten te omarmen of te kussen.

Vaak ook voeren de geportretteerden braaf een opdracht uit van de camera-man die wil dat ze bewegen. Ze gaan houterig verzitten, steken onhandig een sigaret op, rammelen onzeker met hun juwelen of rommelen onbeholpen in een handtas. Ze zijn zo naiëf en schuchter. Ze staan levend voor je terwijl je weet dat ze er al lang niet meer zijn.

De aflevering 'Portretten' is karakteristiek voor heel 'Cinema Perdu'. Of het nu om documentaires of fictie-films gaat altijd worden we vergast op onbekende filmpjes. Dat is wel heel duidelijk bij de afleveringen 'Bits & Pieces', die opgebouwd zijn uit korte filmfragmenten waarvan niet meer te achterhalen is uit welke film ze komen.

Dat 'Cinema Perdu' de moderne kijker charmeert, komt ook door de vrijzinnige wijze waarop het Filmmuseum met zijn filmschatten omgaat. Als de originele versie (die overigens maar zelden in gave staat voor handen is) het maar even toe laat, schroomt men niet de oude films in te korten, te hermonteren, of van nieuwe muziek te voorzien. Om het moderne publiek voor de oude films te winnen, zorgt men er ook altijd voor dat de films op de juiste snelheid afgedraaid worden. Daardoor behoort het versneld en schokkerig bewegen tot het verleden.

Bij 'Cinema Perdu' deed zich bovendien nog een extra mogelijkheid voor het oude filmmateriaal nieuwe glans te verlenen. Voor de vertoning op tv moesten de oude nitraatfilms overgeschreven worden op ultra-moderne elektronische beeldplaten. Het daarop opgeslagen is makkelijk te manipuleren. Scheef staande titels konden in een handomdraai recht gezet worden. Een fletse blauwe tint was met een druk op de knop op te peppen.

Zo zorgde, ironisch genoeg, ook het medium dat de film opvolgde en marginaliseerde ervoor dat de oude films weer perfecte tijdmachines werden.

mailIcon print |