*

 
dossier

Archief

Het CDA mikt op de aardige buurman

MARCEL TEN HOOVEN − 09/02/98, 00:00

BREDA - Het CDA betreedt het electorale strijdperk met PvdA en VVD met een nieuwe lijsttrekker, een nieuwe generatie politici en een christelijk-sociaal verkiezingsprogramma dat de christen-democraten een eigen, onderscheidend profiel tegenover de liberalen en de sociaal-democraten verschaft. “Een sociale, traditionele gezinspartij”, zo karakteriseert voorzitter Helgers het CDA. “We weten weer wat er aan de hand is en waar we voor staan. Sociaal en solide”, aldus partijleider De Hoop Scheffer.

Op het congres in Breda schetste Helgers de metamorfose die het CDA heeft ondergaan nadat de kiezers de partij in 1994 een lesje in bescheidenheid leerden. Het heeft een mentale draai moeten maken, meent Helgers, van een bestuurderspartij die aan de macht gewend was naar een cultuurkritische partij. “Bruggen bouwen, verzoenen, consensus zoeken, risico's en conflicten mijden, dat politieke gedrag van vroeger is nu veel minder effectief”, zei hij.

Helgers meent dat het CDA voor zijn nieuwe rol kan teruggrijpen op zijn traditie. In de negentiende eeuw voerden christen-democratische partijen met de sociaal-democraten de oppositie tegen de liberale heerschappij aan. In die tijd hebben ze hun vermogen tot 'fundamentele cultuurkritiek' getoond. Met lijsttrekker Jaap de Hoop Scheffer, een Tweede-Kamerfractie die voor de helft uit nieuwkomers zal bestaan en het christelijk-sociale programma is het CDA volgens Helgers voldoende toegerust om opnieuw die cultuurkritische rol op zich te nemen.

De leden van het CDA dragen deze koers, bleek het afgelopen weekeinde op de partijraad en het verkiezingscongres in Breda. Zij brachten geen enkele substantiële wijziging aan in het programma. De ingetogen sfeer en de welwillende houding jegens de nieuwe Kamerkandidaten en lijsttrekker De Hoop Scheffer contrasteerden sterk met het overspannen klimaat op het vorige verkiezingscongres, in 1994. In een geforceerde sfeer die de onzekerheid over de eigen toekomst moest maskeren, hief het CDA-congres destijds, onder begeleiding van een schetterende triomfmars, Elco Brinkman op het schild waar hij luttele maanden later weer vanaf zou vallen.

De sfeer van Breda toont dat het CDA, nu het zijn nieuwe plaats in de politiek heeft gevonden, de crisis van de afgelopen jaren voorbij is. “We hebben weer een lijn, we zien er weer gat in”, vatte vice-voorzitter Tineke Lodders het gevoel samen. “Als het volk van Israël zijn we door de woestijn gegaan, een zwaar bestaan maar ook de weg naar het leven.”

De Hoop Scheffer en Helgers hebben in Breda inzicht verschaft in de kiezersgroep op wie het CDA zijn hoop op electoraal herstel heeft gevestigd. De 'sociale, traditionele gezinspartij' appelleert aan het leefpatroon van de doorsnee-burger, met een eigen huis en een auto, die hecht aan een veilige leefomgeving voor zichzelf en zijn kinderen en een evenwichtig, rustig gezinsleven zonder al te veel materiële zorgen. Hij is tegelijkertijd een hulpvaardige buurman op wiens goede zorg voor anderen nooit een vergeefs beroep zal worden gedaan. “Op zaterdagmorgen de E'tjes naar de uitwedstrijd rijden, op het werk de collega helpen met die lastige klant, voor die oudere mevrouw de boodschappen naar de auto dragen. Er is niet veel voor nodig een ander geluk te bezorgen”, aldus De Hoop Scheffer.

De kiezer op wie het CDA mikt, meent dat de overheid het gezin moet beschermen tegen ontwrichtende ontwikkelingen in de maatschappij, zoals onder meer de groei naar een 24-uurseconomie, zonder overigens fundamenten van de economie zoals Schiphol aan te tasten.

Van de overheid verwacht hij meer daadkracht om de veiligheid op straat te vergroten en de jeugd te behoeden voor verleidingen als softdrugs. Hij ergert zich daarom aan het gedogen van de coffeeshops. Hoeveel mededogen hij ook heeft met asielzoekers, de overheid moet niettemin een stringent toelatingsbeleid voeren om te voorkomen dat de maatschappij door de komst van vreemdelingen al te grote cultuurschokken ondergaat.

Hij is ongerust over de sociale cohesie in de maatschappij. Die samenhang staat onder druk, nu tolerantie in zijn ogen verkeert in onverschilligheid en het recht van de sterkste in de plaats treedt van naastenliefde. Daarom staat hij een ruimhartig sociaal beleid voor.

“Het ik-tijdperk is vooral gunstig geweest voor de sterken. Heel veel optiebezitters zijn schreeuwend rijk geworden in een tijd waarin stille armoede terecht op de politieke agenda kwam”, vatte De Hoop Scheffer deze gevoelens samen. Helgers schetste de bedreiging die de 24-uurs voor de sociale samenhang vormt: “Hoeveel kinderen ontbijten nog samen met hun ouders? Hoeveel gezinnen eten 's avonds nog samen? Aan tafel en niet voor de televisie? Hoeveel kinderen worden na school opgevangen door de koelkast en de video?”

De Hoop Scheffer is daarom ingenomen met de actie van de kerken tegen de kolonisering van de samenleving door de economie: “Dat wordt een start van een massale burgerbeweging, een actieplatform tegen de aantasting van ons sociale milieu.”

De keuze voor deze kiezersgroep verklaart de combinatie in het verkiezingsprogramma van een sociale koers met behoudzucht op het cultureel-maatschappelijke terrein.

Het sociale gehalte komt markant tot uitdrukking in de keuze alleen de laagste inkomens te laten profiteren van lastenverlichting en, in tegenstelling tot PvdA en VVD, af te zien van belastingverlichting voor iedereen.

Helgers: “Wij kiezen voor reparatie van sleetse plekken in de publieke sector. Wat heb je aan een hypotheekvrij eigen huis als je geen thuiszorg kunt krijgen? Wat heb je aan een tweede vakantie als je niet weg durft uit angst je huis leeg terug te vinden? Wat heb je aan goed belegde aandelen als je 's avonds de straat niet meer op durft?”

De Hoop Scheffer: “Liever veiligheid op straat en zorg zonder wachtlijsten dan iedereen een tientje extra in de maand beloven.” Hij laakte de gedoogcultuur: “Gedogen, ooit bedoeld als wijze verdraagzaamheid, werd steeds meer bestuurlijke slapte. Begrip werd vrijblijvendheid, tolerantie een open uitnodiging tot misbruik. Gedogen blijkt een heilloze weg.” Helgers: “Het gedoogbeleid is folklore uit de jaren zestig. Drugswinkels zijn gedenktekens van dertig jaar libertijns en moet toch kunnen-mentaliteit. Drugswinkels de wereld uit, om te beginnen in Nederland.”

Uit de keuze voor de koers vloeit de strategie voort die het CDA tegenover PvdA en VVD heeft ingezet. De PvdA zal in de verkiezingscampagne de maat worden genomen op het sociale beleid van paars, de VVD op het veiligheids- en verkeersbeleid.

De Hoop Scheffer nam in Breda alvast een voorschot. “Kok zei op het PvdA-congres dat wie stemt op de PvdA, kiest voor mensen in achterstandsbuurten en achterstandssituaties. Waar was u, vraag ik hem, toen het ging over de privatisering van de Ziektewet, de Algemene Nabestaandenwet of de korting op de kinderbijslag? Waren dat niet ingrepen die juist die mensen in achterstandssituaties hebben getroffen?”

In de richting van de VVD: “De VVD werkt, dat is hun leus. De VVD als partij van law and order? Op dat punt werkt de VVD in ieder geval niet. De VVD werkt, maar niet aan de komst van meer politie. De VVD werkt, maar niet aan een oplossing van de files. De VVD werkt, maar niet aan wachtlijsten in de zorg. Het was u misschien niet opgevallen, maar dat zijn alle drie verantwoordelijkheden van VVD-bewindslieden!”

mailIcon print |