Steven van Schuppen wandelt niet om de prestatie. Het is ook niet zozeer de natuur die hem trekt, al staat ie graag stil bij 'een schitterend lint van weidebloemen' of een 'rietland waar de grutto zich schuilhoudt'. De grootste drijfveer van de Hagenaar is zijn nieuwsgierigheid naar het verhaal achter het landschap waarin hij loopt: de verwantschap die een landschap heeft met de cultuur, de historie, de mentaliteit van de mensen, hun religieuze inslag.
Van Schuppen is van huis uit historicus, in de praktijk schrijver en uitgever (hij stelde wandelgidsen samen, geeft als mede-eigenaar van Open Kaart wandel-, fiets- en kanoroutes uit en maakt met zijn bureau Lopende Zaken gedetailleerde plannen voor wandelpaden en recreatieve routes), maar boven alles is hij wandelaar. Aanvankelijk in de bergen, nu vooral in Nederland weet hij als geen ander het landschap in zijn perspectief te plaatsen. Hij begon er al twintig jaar geleden mee, toen hij samen met 'soortgenoot' Jan Erik Burger Op Lemen Voeten oprichtte - het eerste wandeltijdschrift van Nederland.
“Mijn idee is dat een landschap niet alleen een cultuur-historische betekenis heeft, maar ook zoiets als een mentale waarde. Er is vaak een relatie tussen mens en landschap. Waarom heb je in de Krimpenerwaard twee dorpen waarvan het ene (Ammerstol) hartstikke vrijzinnig en rood is en het andere (Bergambacht) orthodox? Het ene is een dijkdorp met van oorsprong dijkwerkers en mandenvlechters; het andere ligt op een donk, een zanderige verhoging. Ik zeg niet dat het landschap de religie van de mensen bepaalt, maar het is wel terug te vinden in de mentaliteit van de bevolking.”
HET GROENE HART
Praten met Van Schuppen over de passie die een beroep werd, kan het best met de wandelschoenen onder. Hij moet een dag het veld in, het groene weidegebied ten zuiden van Alphen aan den Rijn, om de markering van een wandelroute voor te bereiden. De wandeling zelf heeft hij al rond. In opdracht van de provincie Zuid-Holland en het ministerie van landbouw en natuurbeheer heeft hij onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor wandelroutes in het aan alle kanten bedreigde Groene Hart. Hij heeft gezocht naar grasdijken, houtkades en andere onverharde paden en naar verbindingen daartussen.
“Je moet toch een behoorlijk percentage onverhard pad hebben, anders is een wandeling niet interessant. Mensen die zo'n tocht lopen, moeten het gevoel hebben: op dit plekje had ik niet anders dan te voet kunnen komen. Het verhaal over het landschap moet ook onthullend zijn, je moet er iets van 'meenemen'. Daarvoor dien je als bedenker van een route goed naar het landschap te kijken. Hier in Alphen, bijvoorbeeld, word je bij het binnenlopen over een oude kade geleid, die helaas geasfalteerd is, terwijl op nog geen 25 meter afstand een 'nepkade' over gras loopt: dat is een begrazingsgebied waar een oude gasleiding onder ligt, die buiten gebruik is: dus kan er prima over gewandeld worden. Dat moet ik nog doornemen met de gemeente.”
MARKEREN
Hij heeft zijn route al 'links-rechts' beschreven, zoveel mogelijk achtergrondinformatie gelezen en de aanwijzingen in het terrein bestudeerd. Hij weet ook hoe het gesteld is met het eigendom van de grond waarover de route gaat en of een pad 'openbaar toegankelijk' is of niet. De afspraken over het gebruik van paden laat hij over aan experts van het Zuid-Hollands Landschap en Staatsbosbeheer. Nu bekijkt hij de plekken waar stickers, plaatjes of verfstrepen voor de Zaans Rietveldroute moeten komen. Zijn kleine camera kiekt verkeerssituaties waar de route van richting verandert, palen waar de markering op aangebracht moet worden en bijzondere plekjes langs het pad. De markering zelf wordt uitbesteed aan een gespecialiseerd bedrijfje.
“Het aanbrengen van die geel-rood-witte strepen vraagt veel aandacht. Je moet oppassen dat je wandelaars niet overal bij het handje neemt en op elke paal een markering zet. Aan de andere kant moet het ook geen spoorzoekertje worden; het mag wel leuk blijven. Ik probeer het midden te houden tussen ANWB en Nivon.”
SPOREN IN HET LAND
Wandelend door een nieuwe woonwijk wijst hij met brede armgebaren naar oude lijnen in het landschap, die in de stedenbouw zijn ingepast. Een middeleeuwse wetering die gespaard is, een kade die nog steeds als begrenzing tussen twee polders dienst doet, een welving in het land die niet is ondergeploegd of gladgestreken. “Ik vind het een gebrek aan eerbied voor het cultuurlandschap, als je daar niet op let. Als je plannen maakt, moet je sporen in het land herkennen. Zeker aan de stadsranden zie je de verloedering binnensluipen en waardevolle herinneringen verdwijnen. Laten we van die randen maar bos maken, hoor je ambtenaren vaak zeggen: de verloedering houd je anders toch niet tegen. Voor het belang van polders is vaak geen begrip.”
Het is een van zijn stokpaardjes, de strijd tegen het dédain over het polderlandschap. Hij ergert zich aan opmerkingen als 'Die weilanden tussen Utrecht en Gouda' of 'Je kunt vanaf de snelweg zien dat er weinig meer over is van het Groene Hart'. “Altijd die kleinzielige Hollandse zelfhaat. Natuurlijk is het aangetast. Maar ondanks alles is het een klein wonder dat het er nog zo bij ligt. In grote steden als Berlijn en Parijs zijn ze stinkend jaloers op ons. Het feit dat je hier - ondanks een uitdijende randstad - met je fiets vanuit allerlei oude steden in een kwartier in de polder zit, is heel bijzonder. Dat maakt bijvoorbeeld Leiden, Dordrecht of Haarlem zo charmant. Er is geen wereldstad met zo'n mooie groenzone.”
NIET MET DE AUTO
Het uitzetten van wandel- en fietsroutes in het gebied is volgens Steven de beste manier om deze groene buffer meer onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Het Groene Hart beleef je niet door er met de auto doorheen te rijden, zegt hij in navolging van minister Margreet de Boer. “Het wordt pas gewaardeerd als je er kunt lopen en fietsen en als je de lijnen in het landschap herkent. Je moet de 'binnenkant' van de polder laten zien, de erosie van het landschap, wat er gerommeld wordt. Als men daar oog voor krijgt, zal men zich ook eerder voor het behoud ervan inzetten.”
Hij steggelt er ook geregeld over met de gevestigde natuurbeschermingsorganisaties. “Die kijken naar plantjes en dieren, maar hebben weinig oog voor de cultuur-historische aspecten: een monument is niet alleen een natuurgebiedje of een stel stenen, maar ook een landschapspatroon of een pad. Die organisaties hebben wél honderdduizend hectare landelijk gebied in beheer: 99 procent daarvan is cultuurland. Maar het zijn allemaal biologen en juristen die erover beslissen, er loopt bijna geen historicus of historisch geograaf tussen. Daar zit een spanningsveld. Want een wezenlijk deel van de wandelaars wordt aangetrokken door de cultuur-historische benadering zoals die de laatste tien, twintig jaar is uitgedragen in een blad als Op Lemen Voeten of routeboekjes als de Voetwijzers. Die mensen kijken niet alleen naar de bloemetjes en de bijtjes, maar naar de historische achtergronden.”
GEITENWOLLEN SOKKEN
Wandelen in Nederland heeft de laatste decennia een grote vlucht genomen, stelt hij met vreugde vast. Hij heeft de ontwikkeling op gang zien komen. “Toen wij begonnen met Op Lemen Voeten en met de winkel Pied à Terre, waar ik destijds werkte, had wandelen nog een geitenwollen-sokken-imago. Dat is over. Er zijn veel routes gerealiseerd: lange afstandspaden, dagwandelingen en kortere routes. De overheid stimuleert, bij waterschappen is een andere geest gaan waaien. Alleen stuit je soms bij het uitzetten van een route op een paar dwarsliggers.” Ter illustratie wijst hij naar een boerderij, waar de Rietveldroute met een grote boog omheen gaat. Er loopt een pad, maar de boer duldt geen passanten.
“Dan moet je een minder optimale oplossing bedenken, omdat je als wandelaar altijd zwak staat. Voor fietspaden is een standaard onteigeningsprocedure; voor wandelpaden is die er niet en komt die voorlopig ook niet. Mountainbikers en motorcrossers, die nu eenmaal een grote bek opzetten, krijgen veel meer voor elkaar dan de rustzoekende recreant. Af en toe wordt er op lokaal of regionaal niveau een succesje geboekt, zoals in Egmond waar boeren oude jaagpaden voor wandelaars tot verboden gebied verklaarden maar de gemeente haar poot stijf hield en de toegang via de rechter afdwong. Pluim op de hoed van de gemeente. Maar elders gaat het vaak mis, zwicht het gemeentebestuur voor een dwarse boer en kun je je route wel vergeten. Daarom moet je zo'n zaak niet overlaten aan een plaatselijke wethouder, maar aan een hogere overheid zoals de provincie. Het openstellen van een jaagpad overstijgt het lokale belang.”
Hij is nog steeds een bevlogen loper, maar met het 'getuigeniswandelen' heeft hij moeite. Hij zal de toestemming om over een pad te lopen niet opeisen, ook al weet hij dat hij in zijn recht staat. “Ik kan me soms wel voorstellen dat een boer bang is voor een vreemde op zijn land. Je betreedt toch een andere wereld als stadse wandelaar, je bent toch een indringer. Je breekt iets van de plattelandscultuur af. Daarom moet je het land ook met respect betreden en je als gast gedragen. Niet doen alsof je de baas bent.”
Tien jaar wandelmarkt
Het tijdschrift Op Lemen Voeten organiseert morgen voor de tiende achtereenvolgende keer een wandelmarkt. Thema van deze beurs, die in de Beurs van Berlage in Amsterdam wordt gehouden, is gelijk aan dat van de Boekenweek: 'Landschappen'.
Ze zijn er in allerlei soorten en smaken - en bijna allemaal wel eens beschreven in het tijdschrift voor voettochten: woeste en ruige landschappen, vriendelijke, glooiende, bergachtige, vlakke, groen en grazige, droge en stenige. Oerlandschappen of juist cultuurlandschappen die door mensenhanden zijn gemaakt. In het blad, dat twintig jaar geleden als eerste wandelblad in Nederland op de markt kwam, wordt steeds de relatie tussen wandelaar en landschap beschreven. Alle zintuigen doen mee onder het lopen.
De Wandelmarkt is bestemd voor jong en oud, beginnende en doorgewinterde lopers, liefhebbers van korte routes en van het ruigere werk. De bezoeker vindt er informatie om het landschap van zijn dromen te bezoeken - te voet uiteraard. Er zijn stands van wandelreisorganisaties, bergwandelverenigingen, verkeersbureaus uit plattelandsgebieden, buitensportzaken, aanbieders van accommodatie en openbaar vervoerders. Bovendien vertellen wandelaars aan mede-wandelaars hun ervaringen in Nederland en de rest van Europa. Ook zijn er kramen met wandelkaarten en reisboeken.
Het jongste nummer van Op Lemen Voeten is geheel gewijd aan het thema 'Landschappen'. Het bevat wandelreportages uit binnen- en buitenland, waarin de veranderingen in het landschap uitgebreid aan de orde komen. Zoals op Goeree, waar het karakteristieke landschap door de Deltawerken het veld moet ruimen voor de oprukkende toeristenindustrie. Op het eiland Tiengemeten, dat is aangekocht door Natuurmonumenten en waar de natuur straks haar gang mag gaan. Of in het Ruhrgebied, een streek die al heel lang een slechte naam heeft maar waar een boeiende mengeling van cultuur en natuur te zien is.
Vijf jaar wandelpool
Het begon ruim vijf jaar geleden met een kleine advertentie in Trouw: wandelaars zochten medewandelaars om samen een tocht te maken. De Wandelpool was een feit. Een kleine nieuwsbrief, verspreid onder vrienden en belangstellenden, bevatte wat plannetjes voor een wandeling. Het verhaal ging van mond tot mond en al gauw werd de nieuwsbrief een brochure en telde die meer oproepen om samen op stap te gaan.
Geen organisatie om 'lid' van te zijn, alleen een gezelschap wandelliefhebbers die er met anderen op uit willen trekken en dat aan elkaar laten weten in de nieuwsbrief. Die komt elke twee maanden uit en bevat in-middels al tientallen oproepen voor tochten, variërend in lengte van 15 tot 30 km. In elke oproep staan de datum, het traject en de af-stand, het verzamelpunt en de tijd plus de naam en het telefoonnummer van de initiatiefnemer. Bovendien wordt het tempo van de tocht vermeld en het maximumaantal deelnemers waar de initiatiefnemer mee op stap wil. En vol is vol, volgende keer nieuwe ronde en nieuwe kansen.
Uit de jongste Nieuwsbrief, die al 80 bladzijden beslaat, blijkt dat de Wandelpool de afgelopen twee jaar is gegroeid van 816 naar maar liefst 2229 'leden', dat er inmiddels per jaar - de zwartlopers meegerekend - vorig jaar 4179 mensen aan een wandeling deelnamen en dat er in 1997 alles bij elkaar 94.000 kilometers zijn afgelegd: gemiddeld 22,5 km per wandeling. De samenstellers van de Nieuwsbrief spreken dan ook van een wandelmania.
Een abonnement op de Nieuwsbrief kost dit jaar f30,-, het plaatsen van een oproep voor reisgenoten is gratis. Informatie en aanmelding kan via tel. 023-5334968 of met E-mail: De.Wandelpool@@net.hcc.nl
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.