Sprookjes zijn geschiedenissen waarin werkelijkheid en fantasie moeilijk of niet te onderscheiden zijn. De Eper rechtszaak was een kwaadaardig sprookje; het vervolg is al aangekondigd. De openingsplechtigheid van de Olympische Spelen - traditie verpakt in folklore en geraffineerde mode - was zaterdag een bijna militant sprookje.
Maar de spanning tussen waar en verzonnen is meestal nog gecompliceerder. Vijf getuigen van hetzelfde verkeersongeluk geven te goeder trouw vijf verschillende versies. De grote thema's van het klassieke Griekse toneel worden steeds weer nieuw en anders verdicht. Die spanning tussen Warheit und Dichtung heeft door en in de televisie een dubbele bodem gekregen.
In onze cultuur is het verschijnsel al zo oud als het vermogen om mensen met verhalen en muziek en dans bezig te houden. Meer dan bezig te houden: te roeren. Neem de oude Grieken. Wat een verhalen brachten die al voort! Heeft James Bond ooit een list bedacht die het haalt bij de conceptie en constructie van het paard van Troje? Zijn er nog vrouwen als Penelope, die ons ademloos twintig jaar mee laten wachten op de thuiskomst van haar bereisde Odysseus, die van een horde afgewezen vrijers meer moet winnen dan een rondje triviant om zijn eigen plaats in het paleis van Ithaka weer te mogen innemen?
En dan dichter bij huis: het pleit voor de fantasie van de schrijven Karl May dat hij nog in de jaren dertig Hollandse jongetjes van een jaar of twaalf met zijn indianenboeken wist te boeien. May was een Duitser, die waarschijnlijk nooit een levende roodhuid had gezien. Hij schreef zijn boeken voor het Wilde Westen de beschaafde wereld per film had bereikt. In dat opzicht was hij een echte baanbreker. Het onderscheid tussen kinderboeken en boeken voor volwassenen kende hij niet. Ik denk dat ik al zijn Winnetou-boeken heb gelezen. Winnetou was het grote indianen-opperhoofd, een held tot en met. Mijn neefje P. P., niet bepaald een melkmuil, kwam op een dag wenend de kamer binnen onder het uitroepen van: 'Winnetou is dood!'
Ik denk dat de televisie ons nu eerder hindert dan helpt in onze realiteitsbeleving. Zoals alle overdaad belemmert de overdaad aan actualiteiten onze beleving van de werkelijkheid. Ik maak er nu maar een generalisatie van, maar er zijn voorbeelden te over.
Waarom sloeg juist op dat moment de kortsluiting toe? De kortsluiting tussen mijn scherm en de werkelijkheid achter mijn scherm? Ik weet niet eens meer welke avond het was. Een paar dagen na de ramp op de markt. Ik weet nog wel welke rubriek.
Temidden van de dagelijkse vloedgolf van beelden en verhalen uit de Balkan - ik kan die op bijna tien kanalen ontvangen - verschijnt 's avonds laat een soort dagboekfragmentje, getiteld 'Een straat in Sarajevo'. Het is een coproductie van BBC2, onze eigen Nova en een handjevol vergelijkbare organisaties in andere landen.
Meesterschap blijkt pas uit zelfbeperking, aldus - uiteraard in het Duits - Goethe. Iedere aflevering van dat kleine tv-feuilleton is duidelijk gedateerd, hetgeen in het Nederlands slechts betekent dat de datum er op staat. Dat verhoogt de geloofwaardigheid. In hun eenvoud en directheid boort de echte wereld achter die serie snippers zich geleidelijk in je bewustzijn.
Ineens was bij mij het contact met de werkelijkheid hersteld. Wat ik daar nu zie gebeurt echt. Het is enkele uren geleden precies zo gebeurd, niet of nauwelijks geregisseerd. Geen anonieme soldaten met blauwe helmen, maar een doodgewone taxi met een chauffeur die bij de kapper zijn baard laat bijwerken terwijl de wachtenden trictrac spelen. Hebben ze daar nog taxi's? Kinderen. Onbewoonbare huizen. Huisvrouwen die op straat levend, hout roven.
Zo'n doorbraak van het bewustzijn hangt van zoveel factoren af, dat ik het bij deze melding van mijn eigen ervaring moet laten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.