*

 
dossier

Archief

Abraham heeft het gehaald, Buber zagen ze over het hoofd

Pieter van der Ven − 05/03/99, 00:00

De meest recente Encyclopedie van het Christendom ter redactie dateert uit de jaren vijftig. Het was geen luxe dat de nieuwe 'Encyclopedia of Christianity' enige begeerte wekte. Het eerste deel (van vijf) is zojuist verschenen, bijna negenhonderd pagina's en - om maar met een minpunt te beginnen - zonder één enkele illustratie.

Een typisch millennium-product. Juist van 'het christendom' mag je verwachten dat het rond de bekende datum komt met een bijdetijds overzicht van de stand van zaken, in de kerken, in de theologie.

Er is sinds de jaren vijftig veel gebeurd; een encyclopedie werkt de oude kaarten bij, kleurt ze nieuw in, trekt verbindingslijnen die vroeger niet werden gezien, toont nieuwe gebieden en hun achtergronden.

De EoC is een product van en door wetenschappers. Hun doelgroep is breder, maar voor de quick reference, voor een schoolwerkstuk of spreekbeurt en voor het gemiddelde krantenartikel is het hoog gegrepen.

Deel I brengt de letters A-D bij elkaar, van abbes/ abbot tot en met dying (aid for the -).

The EoC heeft een brede horizon, kijkt ruim over de grenzen van christendom en theologie heen naar andere godsdiensten, naar filosofie, sociologie, psychologie, politiek. Maar ze heeft ook beperkingen die deels moeilijk zijn te doorgronden.

Zo grijp je mis als het om peroonsnamen gaat. Onder de A vind je wel Abraham, Adam, Anselmus, Augustinus en Athanasius, maar niet Abelardus, laat staan Ambrosius of Arminius.

Echt gek wordt het bij de B. We vinden er wel ene Lyman Beecher, vast een verdienstelijk mens, al was het maar als de vader van de schrijfster van 'De negerhut van Oom Tom'. Maar Martin Buber zoek ik vergeefs, evenals Bultmann, Böhme en Bossuet.

Bultmann prijkt wel in volle glorie onder de D van demythologizing, maar je moet maar net bedenken hem daar te zoeken. Misschien zal deel V ooit een lijst verschaffen met dwarsreferenties.

De EoC is gebaseerd op een eerder verschenen encyclopedie vanuit de Duitse protestantse kerken. Het is te zien aan de lange lijst medewerkers. Dit zijn voor zo'n enorm groot deel oosterburen, dat men niet echt van een breed, internationaal werk kan spreken.

En het is niet alleen heel Duits, het is nog zwaarder dominant mannelijk. Dat is wel verklaarbaar als alleen de beroemdste namen mogen meedoen, maar de lijst auteurs spreekt wat dat betreft niet bijster tot de verbeelding.

Het resultaat is nogal ongelijk. Zomaar wat grepen.

Bij Bethel verwacht ik primair een korte uitleg als 'Plaatsnaam (Huis-van-God), zie Genesis 12 en 35'. Maar zo niet in de EoC. Die kent Bethel alleen als een Duits instituut waar men sinds honderd jaar de mensheid weldoet. Prachtig, maar voor een encyclopedie met internationale pretentie is het bekrompen en te laken.

Onder kardinalen staat van alles, maar niet dat zij en zij alleen de paus kiezen.

Bij het lemma België schijnt de geschiedenis in 1980 te beginnen, terwijl ze bij antimodernisteneed in 1967 ophoudt - van beide weten we toch beter. En wat was er geschreven over de Christelijke Vredesconferentie van Praag als de auteur een criticus was geweest en niet haar oude kameraad K. Tóth (als het dezelfde is)?

Ook uit het artikeltje over de Nederlandse missie en zending waait de weeë geur van een reclamespotje.

Liever had ik de nieuwe encyclopedie op een cd-schijfje gekregen. Dat had een boom gescheeld. Maar nu de 'Encyclopedia of Christianity' er is, krijgt ze een plek naast haar voorganger van 1955. Want die gaat mee het nieuwe millennium in.

mailIcon print |