AMSTERDAM - De ernst van de financiële crisis in Azië is verrassend. Dat moet de Amerikaanse econoom Paul Krugman toegeven. Weliswaar voorspelde hij lang voor de malaise uitbrak al een teruggang voor de economieën in Oost-Azië. Ook liet hij zich altijd sceptisch uit over het 'economische wonder van de Aziatische tijgers'. Maar dat de crisis zo hard zou toeslaan, had ook hij niet gedacht.
“Zelfs de pessimisten - waaronder ik - verwachtten niet meer dan een conventionele valutacrisis, gevolgd door een bescheiden teruggang in groei”, stelt de professor aan het Massachusetts Institute of Technology op zijn eigen homepage op Internet. “Wat we nu zien is tegelijk ingewikkelder en ernstiger: ineenstorting van de binnenlandse kapitaalmarkten, wijdverbreid falen van banken, bedrijven die failliet gaan en een veel sterkere groeidaling dan waar de meest negatieve geest aan kon denken.”
Krugman wijt zijn verbazing deels aan de gangbare theorieën over valutacrises, gebaseerd op debâcles in het verleden zoals in Latijns-Amerika. Met die modellen in de hand kom je in Azië nergens. De landen rond de Stille Oceaan passen er niet in. Hun overheidsbegrotingen waren redelijk op orde, de inflatie stond laag en de burgers spaarden flink, wat prettig is voor investeerders. Niet veel aan de hand, zo op het eerste gezicht, zeker geen reden voor grote valuta-onrust.
Waar die theorieën meestal niet zoveel aandacht aan besteden is de rol van de banken en de inschatting van risico's die financiers maken. Dat is in Azië nu juist het zwakke punt. Een teveel aan korte-termijnleningen - voor een groot deel in dollars, aangewend voor speculatieve investeringen in bijvoorbeeld onroerend goed - heeft de Aziatische economieën bijzonder kwetsbaar gemaakt.
De crisis begon wel met koersdalingen van de nationale munten, maar, zo stelt Krugman, die zijn het gevolg van de problemen, en niet de oorzaak. Bij de banken en andere financiële instellingen zijn de moeilijkheden in werkelijkheid begonnen. Daar gingen de kredieten als warme broodjes de deur uit, omdat ze dachten dat de overheid garant zou staan. Het leidt tot een gevaarlijk soort inflatie, niet van geld maar van bezit. Want, door een teveel aan kredieten stijgt de waarde van riskante beleggingen, zoals leegstaande kantoorgebouwen, naar irreële hoogte.
Het lijkt de financiers fantastisch voor de wind te gaan, op papier wordt alles immers steeds meer waard. Maar als er twijfel ontstaat, zakt het gebouw met hetzelfde gemak in elkaar als het was opgebouwd. Een paar verleners van kort krediet trekken hun geld terug, dat komt andere beleggers ter ore die daarop weinig rationelers kunnen doen dan ook hun geld terug te trekken. Want hoe langer ze wachten des te kleiner is de kans dat ze nog iets van hun geld terug zien.
'Systeemfouten' in de tijgereconomieën komen zo aan het licht: de grote hoeveelheid korte-termijnkrediet en de verkeerde inschatting van risico's. Omdat de overheid garant stond - zij het meestal niet expliciet - zijn financiers veel te riskant geweest.
En dan doet Krugman een interessante stelling: globalisering maakt het allemaal erger. Open grenzen hebben de toestroom van geld - weer vooral korte-termijnleningen - nog groter gemaakt, en dus ook de vlucht nu het slechter gaat.
Nu zal Krugman niet oproepen alle grenzen te sluiten om calamiteiten in de toekomst te voorkomen. Wel neemt de roep om meer toezicht op de internationale kredietstromen toe. Want één van de redenen voor het verrassingseffect van de Aziatische crisis is het gebrek aan inzicht in de omvang van de leningen die banken her en der hebben uitstaan. Vrij vertaald is het devies: strenger toezicht op commerciële banken en geldverstrekkers. Opdat een volgende crisis wèl voorkomen kan worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.