DEN HAAG - Grote concerns romen hun in Nederland behaalde winst in toenemende mate af. Via 'kasrondjes', 'overnameholdings' en andere financiƫle constructies sluizen ze de winst naar landen met een milder fiscaal klimaat.
Naar schatting is al zo'n 14 miljard gulden over de grens verdwenen. Dit betekent dat de Nederlandse fiscus ernaast grijpt. Deze kapitaalstroom is zo verontrustend, dat staatssecretaris Vermeend maatregelen neemt.
Vrijdag bespreekt het kabinet een voorstel om de wet op de vennootschapsbelasting zodanig te veranderen dat de kapitaalvlucht een halt kan worden toegeroepen. De bedoeling van de maatregelen is ook dat Nederland aantrekkelijker wordt voor buitenlandse concerns.
Het gaat vooral om de financiering van concern-onderdelen van multinationals. Die regelen hun kapitaalvoorziening steeds vaker via een aan het conern gelieerde buitenlandse maatschappij. De weg via belastingparadijzen is voor zulke grote concerns inmiddels aardig afgesloten. Maar ook 'gewone' landen bieden nu faciliteiten aan concerndochters. Die zijn daar niet ongevoelig voor.
“Naar schatting gaat het inmiddels om een bedrag van rond 14 miljard gulden dat in buitenlandse concern-financieringsmaatschappijen is ondergebracht”, staat in de concepttekst van de memorie van toelichting bij de wetswijziging. In het belang van de positie van Nederland als internationaal financieel centrum “is het noodzakelijk deze ontwikkeling te stuiten en zo mogelijk terug te draaien”.
- Vervolg op pagina 4
Maas dicht, dan ook de belasting lager VERVOLG VAN PAGINA 1
Bij het ontwijken van de belasting door bedrijven gaat het vooral om financiƫle constructies die uitsluitend gemaakt worden om de aanspraken van de fiscus te ontgaan.
Dan koopt bijvoorbeeld een multinational een Nederlands bedrijf via een tussengeschoven Nederlandse holding. Die holding leent het daarvoor benodigde geld van de moeder of de financieringsmaatschappij van die moeder in een ander land. De rente die over die lening moet worden betaald, kan echter fiscaal verrekend worden met de Nederlandse winst. De opbrengst wordt zo verschoven naar het vestigingsland van de financieringsmaatschappij; meestal een land met een comfortabeler fiscaal klimaat.
Vermeend kiest er niet voor de zogenaamde overnameholdings aan te pakken door voorschriften ten aanzien van de verhouding tussen vreemd vermogen (geleend geld) en eigen vermogen (aandelen). Zulke regels zouden 'serieuze' overnames met behulp van veel geleend geld moeilijker maken. Daarom kiest hij voor beperking van de mogelijkheden om via zo'n constructie de rente te verrekenen.
Verder maakt hij korte metten met een recent ontstaan, groot lek waardoor in het buitenland opgebouwde verliescompensatie ook mag worden benut in Nederland. Een uitspraak van de Hoge Raad heeft volgens de toelichting in de concept-tekst “ongekende mogelijkheden tot verrekening van allerlei buitenlanse aanspraken geopend.”
Lekken
De 'lekken' in de vennootschapsbelasting hollen de belastingsgrondslag uit, zo stelt Vermeend. Want steeds meer winst blijft via de 'schuiftruc' buiten de Nederlandse belasting. Door daar een einde aan te maken, kan de belastingopbrengst van Nederland stijgen. Vermeend schat met zo'n 50 miljoen gulden per jaar.
Met dat geld wil de staatssecretaris het vestigingsklimaat in Nederland voor grote concerns verbeteren. Zo is het de bedoeling om ruimere mogelijkheden te scheppen om af te schrijven op verlieslijdende deelnemingen. Ook mogen concerns voortaan de winst berekenen in hun eigen valuta. Dat scheelt veel omreken-kosten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.