*

 
dossier

Archief

De pers als onzorgvuldig boodschapper

DR. J.A. VAN KEMENADE − 11/01/97, 00:00

In zijn gisteren uitgesproken nieuwjaarsrede verwijt de commissaris van de koningin in de provincie Noord-Holland de pers gebrekkig, onzorgvuldig of onvolledig functioneren. Politiek, volksvertegenwoordigers, bestuurders, worden bijvoorbeeld systematisch geridiculiseerd en het beeld wordt gevestigd dat de democratie slechts een circus is van nitwitten en hansworsten of op z'n best van vermakelijk struikelende clowns. Dit is een verkorte weergave van de nieuwjaarsrede die de commissaris van de koningin in de provincie Noord-Holland gisteren in het provinciehuis in Haarlem heeft uitgesproken.

Zonder de vrije pers die kritisch en onafhankelijk van de overheid en van commerciële belangen die functies vervult, kan de politieke democratie in onze gecompliceerde samenleving niet goed functioneren, omdat openbaarheid, kennis, inzicht, informatie en publieke verantwoording de basisvoorwaarden zijn voor een democratische samenleving.

Die democratie leidt dan ook schade als de vrije pers die functie niet, niet goed of niet voldoende vervult. En dat is telkens het geval als de informatie gebrekkig, onzorgvuldig of onvolledig is.

Als aansprekende incidenten en aandachttrekkende primeurs de overhand krijgen boven de analyse van achtergronden, standpunten, motieven en afwegingen.

Als de democratie en de overheid worden afgeschilderd als één pot nat, zonder dat aandacht wordt geschonken aan de schakeringen, de verschillen in opvattingen, de politieke stellingnamen en afwegingen, die essentieel zijn voor het democratisch besluitvormingsproces, dat aan het overheidsbeleid ten grondslag ligt.

Als bestuurders of politici door de publiciteit al worden veroordeeld en gekruisigd voordat de schuldvraag beantwoord is en een eventueel andersluidend oordeel hooguit goed is voor een alinea op pagina 21, 5e kolom, omdat een toch bekwame of integere overheid immers geen nieuws is en niet zo smakelijk herkenbaar voor de inmiddels mede daardoor gegroeide beeldvorming over politiek en openbaar bestuur.

Als luidkeels schande wordt gesproken over overheidsvoorzieningen en overheidsbeleid of als lichtvaardig adhesie wordt betuigd aan het protest daartegen, zonder de consequenties van de gewenste verbeteringen of alternatieven te vermelden voor het milieu, de werkgelegenheid of de belasting- en premiedruk, zodat het beeld ontstaat dat het in de politiek meer gaat om onnavolgbare willekeur dan om kiezen en afwegen van opvattingen, belangen en gevolgen.

Als de toonhoogte, het misbaar of de persoonlijke tegenstellingen in het politieke debat meer bepalend zijn voor de nieuwswaarde dan de inhoud van de opvattingen en beschouwingen, zodat de gele of rode kaarten de samenvatting van de wedstrijd domineren, de spelers weten dat je alleen nog zó de aandacht trekt en het publiek de indruk krijgt dat politiek ook oorlog is of een oorlogsspelletje van tinnen soldaatjes.

Als de politiek of de volksvertegenwoordigers en bestuurders systematisch worden geridiculiseerd, zodat het beeld gevestigd of bevestigd wordt dat de democratie slechts een circus is van nitwitten en hansworsten of op z'n best van vermakelijk struikelende clowns.

Als de analyse van de oorzaken en de oplossingen van de noodzakelijke verbetering van ingewikkelde processen in complexe organisaties, overigens vaak in navolging van de politiek, gemakshalve worden verengd tot de vraag of barbertje moet hangen.

Als de overheid of de politiek worden gereduceerd tot een achterbaks spel van personen die uit zijn op eigen eer, glorie of gewin, als een strijd tussen gladiatoren in plaats van tussen visies op de publieke zaak.

Maar ook als partijen of politici niet of niet voldoende worden uitgedaagd hun afwegingen en hun redenen voor een gesloten compromis toe te lichten en te verdedigen of als de politiek als zoete koek wordt doorgegeven en niet tegen het licht wordt gehouden van uitgangspunten, eerdere standpunten, ingenomen posities en de dagelijkse werkelijkheid.

Als dat gebeurt en dat is, zeker bij de een meer dan bij de ander, bepaald geen uitzondering, bewijst ook de pers de democratie geen goede dienst en draagt ook zij, naast en soms in combine met de politiek, bij aan de uitholling van de waardering voor de democratie en aan de vervreemding van de burgers ten opzichte van de overheid.

Daarmee pleit ik uiteraard niet voor een onderdanige pers of voor publiciteit die de democratie, de politiek en het openbaar bestuur mooier maken dan zij zijn. Integendeel, een pers die de politiek of de overheid naar de mond praat of die de gebreken en het falen van de democratie en het openbaar bestuur niet bloot legt, vervult haar essentiële publieke taak niet en doet geen recht aan een democratische samenleving. Maar dat is evenzeer het geval wanneer de pers het publiek naar de mond praat door een gemakzuchtige beeldvorming over de politiek en een populaire karikatuur van de overheid te bevestigen en te versterken.

Ik weet dat de voor de hand liggende reactie op dergelijke verwijten is dat, zoals in de Griekse oudheid, ook nu nog de boodschapper om zijn slechte of onaangename boodschap blijkbaar moet worden onthoofd. Ik verwijt de boodschapper echter niet dat hij waar nodig een slechte boodschap brengt, maar dat hij zijn boodschap niet zelden slecht brengt. En ook dat moet in het belang van de democratie gezegd kunnen worden, zonder daarvoor aanstonds onthoofd te worden.

In dat, wellicht vermetel, vertrouwen en mij overigens bewust van het feit dat veel ballen terug te kaatsen zijn, heb ik ook dit aspect van ons democratisch functioneren aan het begin van dit nieuwe jaar en op persoonlijke titel weer eens aan de orde willen stellen. Want wie zwijgt stemt toe en wie spreekt geeft tenminste aanleiding tot debat, bezinning en tegenspraak, die noodzakelijk zijn voor de kwaliteit van onze democratie.

mailIcon print |