EMMEN - Het Nederlands Handbalverbond (NHV) gaat iets nieuws doen en dus is iedereen op zijn hoede. Met name de clubs hebben ontstemd gereageerd op het plan om met ingang van komend seizoen de internationals uit de competitie te nemen. In de ogen van vrouwenbondscoach Bert Bouwer is dat de weg om aansluiting te vinden met de internationale top, maar volgens de clubtrainers is het NHV-Oranjeplan niet gestoeld op realiteitszin.
Frans van Ierssel (Volewijckers), George Dekeling (Swift), Gabri Rietbroek (V en L) en Harrie Weerman (ex-E en O) hebben het plan van Bouwer bestempeld als een absurd idee. De vier oefenmeesters zijn ervan overtuigd dat de bondscoach een doodlopende weg inslaat. De argumenten zijn eensluidend: de competitie bloedt dood, de clubs gaan kapot, de aandacht van de media neemt af en de sponsors lopen weg. De meest getroffen club is het Emmense E en O, dat vanaf 1 mei acht speelsters naar de 'sekte' van Bouwer ziet vertrekken. Ergernis en Onvrede uiteraard over het plan, dat de volle steun geniet van het NHV.
Niet alleen in Drenthe is de scepsis groot. Er zijn in het verleden al zoveel plannen gemaakt en mislukt, dat de vraagtekens bij het NHV-Oranjeplan gerechtvaardigd lijken. Het volleybalmodel geldt als voorbeeld, maar het NHV heeft wel een ultrakort traject uitgestippeld. Door de speelsters weg te halen bij de clubs, door het opvoeren van het aantal trainingsuren en door het opbouwen van wedstrijdervaring hoopt Bouwer dat Oranje zich plaatst voor de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. De eerste halte is het Europees kampioenschap van volgend jaar in Nederland, met als tussenstation het WK van 1999. In drie jaar van niets naar alles, zo luidt ongeveer het motto.
Het NHV-Oranjeplan doet denken aan het plan dat in de beginjaren negentig werd ontwikkeld voor de nationale mannenploeg van Guus Cantelberg. Spelers werden vrijgekocht van hun werkgever (keeper Jac Josten als de eerste full-time handballer) en niets leek onmogelijk. 'De Oranje-trein gaat denderen', luidde de slogan, maar bij het eerste station ontspoorde de boemel. Nadat de ploeg zich in april 1992 in Oostenrijk niet wist te plaatsen voor het A-WK in Zweden, stortte het plan als een kaartenhuis in elkaar. Na die klap speelde Oranje in acht maanden nog drie (!) interlands, waarna Cantelberg gedesillusioneerd afhaakte.
Harrie Weerman (49) was destijds de assistent en later de opvolger van Cantelberg. “Het plan van toen was net zo geforceerd als het huidige Oranjeplan”, zegt de Emmenaar, die bijna zeker weet dat het plan van Bouwer eenzelfde lot wacht. Hoe gaat het verder als Nederland straks faalt op het EK in Nederland? “Ik ben ervan overtuigd dat een aantal speelsters buiten de boot valt”, voorspelt Weerman. “Die trainen zich anderhalf jaar rot en spelen geen minuut op het EK. Dan wordt het een kwalijk verhaal. Hoe zit het dan bijvoorbeeld met de studies? Hoe komen die speelsters uit dit plan? Het is allemaal zo onduidelijk.”
Met kromme tenen zat Weerman voor de televisie, toen hij de nieuwe manager van de vrouwen, Van Lith de Jeude, eerder deze maand hoorde roepen dat Oranje in Sydney 'voor goud ging'. Met die opmerking verdween voor hem het laatste restje geloofwaardigheid van het plan. “Op die manier maak je je sport belachelijk”, vindt Weerman. “Het is natuurlijk een utopie, dat Nederland goud wint op welke Spelen dan ook. Misschien als we vijftien jaar verder zijn en als we dan beginnen met het opleiden van speelsters van twaalf of dertien jaar. Maar ik denk dat heel Nederland er qua cultuur niet geschikt voor is.”
Bij de haalbaarheid van het NHV-Oranjeplan zijn al vele vraagtekens gezet. De achterstand met de top van Europa is niet in één, twee jaar weg te poetsen. Zeker niet, zo meent Weerman, met de groep die zich bij bondscoach Bouwer heeft aangesloten. “Niet de beste speelsters van Nederland zijn geselecteerd”, zegt Weerman. “Bouwer gaat werken met alleen maar meiden die willen. Er zitten acht speelsters van E en O bij, maar dat zijn niet allemaal echte internationals. Die meiden kennen hun eigen beperkingen niet.”
Het NHV-Oranjeplan voorziet in een opvoering van het aantal trainingsuren per week van tien op dit moment, naar 25 vanaf 1 mei aanstaande. In gesprekken met een paar collega-trainers uit Duitsland kreeg Weerman te horen, wat hijzelf ook al wist: veel te veel. “Als ik hoor dat Martine Hekman in Emmen mag blijven studeren. Die moet dan vier dagen op en neer rijden van Emmen naar de centrale trainingen, misschien in Zeist. Met de wedstrijden erbij is zij continu op pad. Hetzelfde geldt voor Gea Kregmeijer. Laat die meiden wonen en studeren in de plaats waar ze trainen, maar laat ze niet het hele land door crossen. Dat is pure roofbouw qua reistijd en tevens kunnen zij hun studie vergeten.”
In het jaar dat hij vijftig wordt, weet Weerman waar hij in ieder geval de mosterd niet moet halen. Niet bij Bert Bouwer, met wie hij op voet van oorlog leeft en ook niet bij de bestuurders van het NHV, die de clubs voor een voldongen feit plaatsten. Het zit Weerman hoog dat de clubs niet zijn betrokken bij de totstandkoming van het plan. De bondscoach, de bond en zelfs de speelsters hielden hun mond. “Alles is intern geregeld”, luidt de grootste grief van Weerman. “Het is een goeroe-achtig gedrag. Je wordt voortdurend geconfronteerd met zaken waar je niets meer aan kunt doen. Dat neem ik vooral de bond kwalijk.”
De geheimzinnigheid rond het NHV-Oranjeplan vormde voor Weerman de druppel, die de emmer echter nog net niet deed overlopen. Hij twijfelde lange tijd of het wel zinvol was door te gaan als coach van het vrouwenteam van E en O, de club die hij ruim drie decennia trouw was. Aan die twijfel kwam een einde, nadat hij zich eerder deze maand verraden voelde door de speelsters van E en O. In een gesprek met Bouwer hadden zij het niet opgenomen voor hun ploeggenote Saskia Mulder, een van de grootste talenten van Nederland die met ingang van komend seizoen in de Bundesliga speelt en om die reden niet meer in aanmerking kwam voor een plaats in Oranje.
“Ik moest nota bene van speelsters van Swift horen dat Saskia niet mocht meedoen”, verzucht Weerman, sinds september vorig jaar mede-eigenaar van sport- en gezondheidscentrum 2000 in Emmen ('Het Papendal van het noorden'). “Toen was de maat vol en de vertrouwensbasis verdwenen. Voor de tweede keer hadden ze de club belazerd. We zouden hier drie jaar bij elkaar blijven en na twee jaar stappen ze op.” Verraad in Emmen, met de club en Saskia Mulder in de rol van slachtoffers. Weerman: “Ik weet zeker dat Saskia straks wordt opgeroepen voor het EK, omdat zij in Duitsland alleen maar beter wordt. Ze mag wel bij Jong Oranje blijven. Waarom? Omdat anders heel Jong Oranje instort. Vorig jaar kon Saskia via Bouwer naar een Zweedse club. Nu wordt ze gestraft omdat ze naar een Duitse club gaat. Dat is toch raar.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.