*

 
dossier

Archief

Het 'product' Ritsma

JOHAN WOLDENDORP − 03/02/98, 00:00

Toen Rintje Ritsma debuteerde in de kernploeg allround, was hij uiteraard nog niet de mega-ster waar het schaatsmaffe Nederland op zat te wachten. Op persconferenties zagen de journalisten hem dan ook niet staan. Op verzoek van de verantwoordelijke coach wilde iemand nog wel de beleefdheid opbrengen om de grote blonde anonymus een obligaat vraagje te stellen. Dan zat hij er niet helemaal voor spek en bonen bij. Van de trainer moest hij het ritueel ondergaan, hoe plichtmatig en met welke nietszeggende ogen hij ook achter de tafel zat. Het was een onderdeel van het leerproces.

Die tijd ligt alweer een jaar of zeven achter hem. Ritsma is allang de veelgevraagde blikvanger. Op elke vraag, hoe afwijkend van het onderwerp soms ook is, formuleert hij een pasklaar, houtsnijdend antwoord. Hij dolt, hij doorbreekt stiltes en hij vertelt een verhaal. Altijd en aan iedereen. Tegenover de provocerende vragen stellende interviewer van Playboy voelt hij zich evenzeer op zijn gemak als in een technisch gesprek met de 'vakpers'. Soms lijkt dat laatste wel een college. Hij is gegroeid in al die rollen. Laatst in Helsinki, bij het Europese kampioenschap dat hij met twee vingers in zijn neus won, viel het eigenlijk alle journalisten op: Ritsma is een gentleman én een professional. Wat oneerbiediger, is hij ook een product. Hij draagt een heel commercieel team waaraan tien mensen een hele of een deel van hun boterham verdienen. Het product is zeer gewild en dus veel gevraagd. Maar aan datzelfde product worden ook hoge eisen gesteld. De bekroning moet in Nagano volgen. Hijzelf sluit niet uit dat hij op de Winterspelen drie gouden medailles kan winnen. Zijn directe omgeving knijpt naar buiten uit de handen al dicht bij één. Beklimt hij 'slechts' een keer de top van de Olympus, dan toch graag op de 1500 meter.

Het zou de fantastische bekroning van een in eerste aanleg gewaagde missie zijn. Het was immers Ritsma die als eerste 'commercieel' durfde te gaan. Die bereid was risico's te nemen, rechtszaken trotseerde, goede mensen om zich heen verzamelde en met zijn open mind allerwegen sympathie won.

Op de persconferentie op 21 september 1995, waar het Sanex-team werd voorgesteld, zei Ritsma dat hij na vijf jaar lid te zijn geweest van de kernploeg hard toe was aan een nieuwe uitdaging. Die ambitie had die zomer een gezicht gekregen op een terras aan de Amstel, in Ouderkerk, onder de rook van Amsterdam. Het was zijn verhaal, benadrukt zijn manager Patrick Wouters van den Oudenweijer van het sportmarketingbureau TSM. “Rintje, Maarten de Vos (ook van voornoemd bureau - red.) en ik waren met zijn drieën gaan eten om het seizoen te evalueren. Maarten vroeg aan Rintje: 'Wat wil je nu eigenlijk?' Hij zag het niet zitten om nog drie jaar door te gaan in hetzelfde patroon. Hij wilde graag mensen om zich heen die trainingstechnisch volledig op hem gericht waren. En hij wilde vooral geen concessies doen aan wat anderen wilden.”

Sanex was toen nog niet in beeld. Wouters, die de belangen van Ritsma al voor de overstap naar een 'fabrieksploeg' behartigde, stapte naar zijn zeggen op een trein die niet meer viel te stoppen. “Het was geen commercieel idee van ons”, benadrukt hij. “Het is mede het verhaal van Rintje. Wij vinden het heel belangrijk dat een sporter altijd het idee heeft dat hij bepaalt wat er gebeurt. Tot op het laatste moment hebben we daarom ook tegen hem gezegd: 'Jij bepaalt het. Jij moet er een goed gevoel bij hebben.' Ook al zou er nog zoveel geregeld zijn, wanneer Rintje het ineens niet meer zou zien zitten, zouden we desnoods op het allerlaatste moment de zaak afblazen.”

Het casco van het huis stond er. In zijn enthousiasme sleepte Ritsma een hele sliert mensen mee, voor wie het leven in een aantal gevallen op slag veranderde. “Je moet een beetje gek zijn om dit te doen”, vertelt Patrick Wouters. “Je bent er dag en nacht mee bezig. Het is niet iets waar je 's ochtends mee begint en 's avonds mee ophoudt.” De inrichting van het huis, zeg maar: de personele invulling, was snel geregeld. “Rintje en Wopke de Vegt passen als personen goed bij elkaar. Dat moet ook, want ze zitten 220 dagen per jaar op elkaars lip.” De Vegt, zojuist ontslagen als allround- en sprintcoach van de KNSB, was al bezig met een beter betaalde baan buiten het schaatsen, maar hoefde amper na te denken over het eervolle aanbod. De Fries ziet de latere successen niet als een afrekening richting bond. “En ik geil ook niet op publiciteit. Ik heb puur met de mens Ritsma te maken. Er zal nooit meer iemand zijn die mij met een trap in de rug kan laten verdwijnen.”

De rest van het Team Ritsma was snel geformeerd. Naast 'regelaar' Egbert van 't Oever, een arts, een fysiotherapeut, iemand voor de kleding, een tweede schaatser (André Vreugdenhil) en een tweede trainer (oud-sprinter Geert Kuiper) behoren ook nog een jurist en een buitenstaander als onderhandelaar in moeilijke kwesties (de kledingaffaire met de KNSB, die tot twee kort gedingen leidde) tot de 'makers' van het goedlopende 'product'.

Sanex maakte het succesverhaal compleet. “Dat Sanex hoofdsponsor werd, was toevallig”, merkt Wouters op. “Dat merk wilde zich meer onder mannen profileren. Het gezondheidsaspect dat zij propageerden, paste heel goed bij de persoon Ritsma. Binnen tien dagen was het bekeken. We hadden immers alles al staan.” Het bedrijf moest zich buiten de internationale toernooien om zien te profileren. Want wanneer de televisiecamera's begonnen te snorren, moet Ritsma onvoorwaardelijk in het Aegonpak. Subtiel nam Sanex wraak. Toen het gezondheidsboegbeeld in 1996 in Thialf Europees kampioen werd, kwam het van pas dat aan alle toeschouwers Sanex-sjaaltjes waren uitgedeeld. Er deinde, op het nummer van Queen, We are the champions, spontaan een blauwe zee over de tribunes. “Dát hadden wij niet georganiseerd. Maar het was wel het mooiste moment van het jaar”, glundert Wouters.

Ritsma had geen EK's en WK's nodig om zijn sponsor te behagen. De begeerde vrijgezel en favoriete schoonzoon dook in een bad met ijsblokjes, knuffelde een fraaie dame en werd windsurfend op Hawaï gefilmd. Het ogenschijnlijke nadeel: het legde een behoorlijke tijdsbeslag op hem. Met name vorig jaar bestond bij menigeen de indruk dat het schaatsen te vaak ondergeschikt was gemaakt aan lintknipperijen en andere lucratieve commerciële activiteiten. Formeel was Ritsma in het voorseizoen van de winter 1996-'97 ziekelijk, moest hij desondanks van de bond hoogdravende selectiewedstrijden als de IJsselcup rijden om aan de World Cup deel te kunnen nemen en miste hij door overtraindheid de Europese en wereldtitel. Op de WK afstanden in Warschau werd met twee titels het seizoen nog enigzins gered. In februari wilde hij na het mondiale titeltoernooi in de M-Wave van Nagano ontgoocheld een streep onder het schaatsseizoen zetten. De Vegt bracht hem op andere gedachten: “Ik zei: we laden de wagen in, gaan met zijn tweeën naar Inzell en nemen de klapschaats mee. Een schaatser moet zichzelf zijn.”

En passant leerde hij in Zuid-Duitsland, ver weg van het gewoel, de ooit verfoeide 'klapper' als een goede vriend kennen. De Vegt erkent dat ziekte en overtraindheid niet de enige redenen van het sportieve deficiet waren. “Daarom hebben we nu ook minder commerciële activiteiten toegelaten dan vorig jaar. Dat heeft hem geld gekost. Ik weet wat ervoor staat. Je hebt ook en vooral te maken met de heilige driehoek training, ontspanning en rust. Daarnaast zijn er privé dingen die je moet doen. Maar er is vorig jaar zoveel beslag op hem gelegd dat er maar een piepklein sociaal leven overbleef. Zonder sturing zou dat er nu ook bij inschieten.”

Uiteraard is er, zeker in een olympisch jaar, de druk van de media. Patrick Wouters denkt het juiste evenwicht te hebben gevonden. “Het fantastische van de schaatssport is dat er in Nederland een grote belangstelling voor bestaat. Die belangstelling richt zich voor een groot deel op hem. Het is mijn taak Rintje af te schermen voor al te veel aandacht, maar als dat in goed overleg gaat met de pers, is dat geen probleem. In het verleden zijn er wel eens disussies over betalingen voor interviews geweest. Laat ik stellen dat Ritsma voor iedereen bereikbaar is. Iemand die drie vragen aan hem wil stellen, ontmoet geen problemen op zijn weg. Voor bladen en kranten die op sportjournalistieke wijze de sport volgen, is Rintje gratis beschikbaar. Dat is part of the job. Maar er valt buiten die categorie ook een aantal bladen, dat voor een goed verhaal van een sporter vraagt dat hij er twee, drie uur voor gaat zitten. Dan vinden wij het gepast om een vergoeding te vragen.”

De zaakwaarnemer heeft een diep respect voor Ritsma. Voor de wijze waarop hij tegen alle stromen in zichzelf bleef. Voor het pionierswerk waar uiteindelijk alle schaatsers beter van werden, omdat KNSB-sponsor Aegon, die hem met lede ogen zag vertrekken en de bond te verstaan gaf dat 'dit eens was en nooit weer', de portefeuille opentrok voor betere beloningen en premiestelsels voor de kernploegleden. “Toen we begonnen, wisten we dat het hele project stond en viel met het sportieve succes”, kijkt Wouters nog eens terug. “Ik heb bewondering voor Rintje: a) omdat hij de stap heeft gezet, en b) het vervolgens ook waar heeft gemaakt. Hij werd prompt Europees en wereldkampioen. In het eerste jaar is dat een heel belangrijke factor. Dat maakt hem tot een groot sportman. Aan de andere kant kon hij terugvallen op een aantal mensen om zich heen dat hem door dik en dun steunde. Dat gaf Rintje veel vertrouwen. Het hield hem rustig. Hij heeft trouwens toch het vermogen om dingen die hij niet direct kan beïnvloeden, verhoudingsgewijs gemakkelijk naast zich neer te leggen. Terwijl wij in de beginperiode vrij heftig met de KNSB aan het onderhandelen waren, was hij rustig aan het surfen op het IJsselmeer.”

Cijfers wil Patrick Wouters van den Oudenweijer niet noemen, maar het is duidelijk dat Ritsma hard op weg is de eerste Nederlandse schaatsmiljonair te worden, als hij het al niet is. De verruiming van het sponsorreglement, waardoor schaatsers op één plek op het pak reclame voor een persoonlijke weldoener mogen maken, kan voor veel toppers tot een verdere verhoging van hun inkomsten leiden. In stilte hoopt Aegon dat dat het einde van de privéploegen bespoedigt. De verzekeraar heeft elk kernploeglid een basiscontract aangeboden. “Ik weet niet of de verruiming van de sponsorregeling het einde van de privéploegen betekent”, zegt Wouters. “Ik denk het niet. De basis van een privéploeg is trouwens niet het logo of de financiële waardering van het logo. De basis is de ploeg die je om de sporter heen zoekt. Niet iedereen is daar geschikt voor. De sporter moet er als persoon bij passen. Het is niet zo dat je iedereen zomaar ergens kunt wegplukken en er een sticker van ploeg X opplakt.”

Om die reden zal Sanex nooit trachten Ids Postma over te halen één team met zijn provinciegenoot te vormen. Al was het alleen maar omdat de regerend wereldkampioen zijn hart aan de bondssponsor - zelfs meer aan Aegon dan aan de bond - heeft verpand. De toekomst van het team na het afscheid van Ritsma (dat overigens nog niet aanstaande is) laat zich nog raden. “Als Rintje stopt is het Sanex-project afgelopen”, zegt Wouters. “Dat wil niet zeggen dat wij niets meer met schaatsen gaan doen. Maar we zullen in de toekomst waarschijnlijk niet meer een ploeg rond één persoon bouwen.” Door oud-Jong Oranjerijder André Vreugdenhil (vorig jaar achter Jelmer Beulenkamp tweede op de WK junioren) een contract aan te bieden, maakt Sanex volgens Wouters duidelijk niet een goedkope 'stuntsponsor' te zijn die slechts goede sier maakt met door de KNSB opgeleide vedettes. “Ik vind dat privésponsors ook verantwoorlijk zijn voor de opleiding van nieuwe Ritsma's en Postma's. Met de KNSB moeten we bekijken hoe we dat gaan invullen. Dat kan door zelf de jeugd er bij te betrekken,...maar ook door een bijdrage aan de jeugdopleiding van de KNSB te geven.”

mailIcon print |