*

 
dossier

Archief

Rijenaar na aanrijding al drie jaar in conflict met Poolse justitie en Nederlandse verzekeraar

IVO LANDMAN − 29/07/95, 00:00

RIJEN - “De eerste keer dat ik in het gerechtsgebouw kwam, stond de klok stil op tien voor zeven. De laatste keer nog steeds. Al jaren staat de tijd daar stil”, verzucht Emile Strous. Hij kijkt afwezig voor zich uit terwijl hij de woorden zacht herhaalt: “Altijd tien voor zeven . . .”

De 39-jarige Rijenaar weet niet meer of hij er om moet lachen of huilen. Sinds hij drie jaar geleden in Polen een bromfietser aanreed, weet hij zich vervolgd door de Poolse justitie. Ruim tienduizend gulden kostte hem het reizen naar de zittingen tot nu toe. De verzekering wil niet meer voorschieten en het eind is nog lang niet in zicht. “Ik heb er geen woorden meer voor, ik weet niet meer wat ik moet doen.”

Een stapel volgestempelde Poolse documenten ploft op tafel als hij zijn verhaal begint. In de jaren '70 ging Emile Strous voor het eerst naar Polen, en leerde daar zijn vrouw Teresa kennen. Na de bruiloft gingen Emile en Teresa in Nederland wonen. ze reisden regelmatig naar familie in de Oosteuropese republiek. “We hebben de tijden van het ijzeren gordijn nog meegemaakt. Je krijgt een kijk op wat je wel en niet moet doen. Geld onder tafel bijvoorbeeld, dat werkt nog steeds.” Achteraf heeft Emile er spijt van dat hij de politie en procureur geen smeergeld heeft betaald. “Ze lieten ons voelen dat ze de rechtsgang konden beïnvloeden.”

Op 9 mei 1992 reden Emile Strous en zijn vrouw in centraal Polen een bejaarde bromfietser aan. De man reed vijftien meter voor de Nissan van het echtpaar en sloeg plotseling linksaf. Emile, die de plaatselijke maximumsnelheid van 90 kilometer per uur aanhield zoals de remsporen later zouden uitwijzen, ging bovenop de rem staan en probeerde de bromfietser te ontwijken. Het was niet genoeg. “Het was een verschrikkelijke klap. Hij vloog door de lucht en raakte zwaar gewond. Ik dacht dat hij dood was.” Op het videofilmpje dat Emile vlak na het ongeluk maakte is de 70-jarige man al weggebracht. Op de hoofdweg naar Warschau - het lijkt een provincieweg in de Flevopolder - ligt de brommer nog, met aan het stuur een eivormige helm.

Het viel mee, bleek later. De Poolse man zou volledig herstellen. Intussen werden de Rijenaar en zijn vrouw belaagd door de politie. “Ze gingen tekeer. Ik zou veel te hard gereden hebben en ik moest mee naar het bureau in Kutno. Ze dreigden me vast te houden.” Strous moest zijn paspoort inleveren. Pas als een borgsom betaald werd van 125 miljoen zloty, toen nog 15 000 gulden, mocht hij het land verlaten.

De Zwolsche Algemeene, waarbij het paar was verzekerd, weigerde aanvankelijk de de borg voor te schieten en rechtsbijstand te vergoeden, aldus Strous. Pas na inschakeling van de ambassade kwam de verzekeraar over de brug. Na twee weken kreeg Emile Strous zijn pas terug en konden de twee naar huis.

Even voor de terugreis raadde de aanklager het echtpaar nog aan schuld te bekennen. Dan zou de borg worden teruggestort en de straf beperkt blijven tot één à twee jaar voorwaardelijk en de proceskosten. “Als u toch wilt doorzetten kan het jaren duren”, voorspelde de aanklager.” De Zwolsche Algemeene, even overtuigd van Strous' onschuld als hijzelf, vond dat hij vol moest houden, aldus Emile. Hij volgde het Zwolsche advies. “Achteraf heb ik daar spijt van”, bekent hij drie jaar en zeven ritten naar de Poolse rechtbank later.

Driemaal reisde Emile Strous vergeefs naar de bedompte rechtbank in Kutno. Want een briefje op de deur meldde dat de rechter ziek was. Of de getuigen van de tegenpartij verschenen niet. Toch moest Strous steeds komen om zijn kans de borg van 15 000 gulden terug te krijgen, niet te verspelen. Pas bij de vierde oproep in april 1993 ging de zitting daadwerkelijk door. De Poolse advocaat Kopiec, die door het echtpaar met de zaak was belast, vond echter zoveel vormfouten in de aanklacht dat de zaak weer werd opgeschoven, naar september. “In Polen wordt je bij vormfouten niet vrijgesproken.”

De aanklacht was fors, herinneren Emile en Teresa zich. “Onvoorzichtig gedrag op een kruising, overtreding van verkeersregels, te hard rijden. Volgens de aanklager had ik de bromfietser willen inhalen.” Dat was dan de eerste keer dat iemand remmend ging inhalen, smaalde de advocaat.

De zitting in september werd een schijnvertoning, zegt Emile. Het inmiddels herstelde slachtoffer van het ongeluk liet weten dat hij te dik gekleed was geweest op zijn brommer om te kunnen omkijken. “Een getuige die net na het ongeluk in een auto passeerde, wist niet al te veel meer. Hij was zo ongeloofwaardig dat de rechter zich kwaad maakte en naar die man begon te schreeuwen. De volgende getuige, een vrouw, durfde toen niets meer te zeggen.” Ook de volgens de adovocaat onkundige experts kregen ruzie.

In december datzelfde jaar, de zesde rit naar Polen, riep de aanklager een nieuwe getuige op, een politieman. “De politie was opeens alle gegevens kwijt. Maar die moeten er gewoon zijn.” In maart vorig jaar volgde eindelijk de uitspraak. Strous werd vrijgesproken. “Hij huilde van blijdschap”, vertelt zijn vrouw.

Te vroeg, zou blijken. De aanklager ging in hoger beroep - daar hoefde Strous niet bij te zijn - en kreeg alsnog zijn zin. De rechter verwees de zaak in maart 1995 terug naar de lagere rechtbank.

Emile en Teresa wachten nu met lood in de schoenen de oproep voor de volgende serie zittingen af. Bang zijn ze dat ze de ritten naar en het verblijf in Polen niet meer kunnen betalen. De vakantiedagen zijn op en Strous' baas in een Rijense offsetdrukkerij dreigde al een keer met ontslag vanwege de opgenomen vrije dagen. Advocaat Kopiec heeft er met zijn bescheiden vergoeding van totaal 400 gulden ook niet veel zin meer in, liet hij onlangs weten. De Rijenaars noemen Kopiec een fantastische verdediger, zonder wie de zaak zeker verloren is.

Het lijkt vreemd, maar het echtpaar is niet eens zo kwaad op de Poolse justitie. Het is de verzekering, de Zwolsche Algemeene, die hen dwars zit. De Zwolsche heeft de borgsom voorgeschoten, de schade aan de auto en de rechtsbijstand en een deel van de reis- en verblijfkosten vergoed. Niet genoeg, vinden Emile en Teresa, die hun grieven in een brief aan de ombudsman schreven. Van de ruim 10 000 gulden die de zaak hun kostte, zagen ze er slechts 9 000 terug, en de 15 000 gulden borgsom wil de verzekeraar in Nieuwegein zo langzamerhand ook wel eens terugzien, is het niet uit Polen, dan wel van de familie Strous.

“Alles wat ik van ze hoor is: wij willen die 15 000 gulden terug. Maar die 125 miljoen zloty's zijn nog maar 7 000 gulden waard. Ze willen steeds de meest onmogelijke specificaties. Dat bewijst voor mij dat ze totaal geen kijk hebben op de situatie in Polen. Dat ik onschuldig ben is voor mij nu een bijzaak, niet eens een schrale troost.” Zijn vrouw is nog stelliger: “Het is niet in ons belang deze zaak te winnen, wel in het belang van de Zwolsche. Wij willen alleen dat het zo kort mogelijk duurt. Doordat we ons best hebben gedaan deze rechtszaak te winnen is onze schadepost alleen maar groter geworden en zijn we dus gestraft.”

Coördinator afdeling buitenland J. Meurs van de Zwolsche Algemeene vindt dat de verzekeraar Emile Strous zeer soepel heeft behandeld. “Bij de ANWB hebben mensen zo'n borgsom in drie maanden moeten betalen. We wachten nu drie jaar. Hij kan wel huizenhoge claims indienen, maar hij hoeft er niet beter van te worden. We hebben een redelijke vergoeding betaald. Ik kan niets doen aan de eventueel slechte financiële situatie van een verzekerde, we zijn geen sociale instelling”, aldus Meurs.

Emile Strous zegt dat de verzekering hem te verstaan heeft gegeven de reis- en verblijfkosten voor een nieuwe serie zittingen niet meer te willen voorschieten. “Ze denken zeker dat die reisjes voor mijn vakantie zijn.” Hij glimlacht cynisch. “Nee, niet naar Polen. Ik hoef niet meer.”

mailIcon print |