*

 
dossier

Archief

De Hakkelaar

Door: redactie − 08/02/97, 00:00

Ook al heeft de Amsterdamse rechtbank in het proces tegen de Hakkelaar en companen geen expliciete uitspraak gedaan over het inzetten van zogeheten kroongetuigen, met de gisteren uitgesproken veroordelingen is het door de IRT-affaire zo geschonden blazoen van het openbaar ministerie tenminste wat opgepoetst. Dat is maar goed ook. Als het niet tot deze uitspraak was gekomen, was er erg weinig reden overgebleven om te vertrouwen in politie en justitie bij de strijd tegen de zware criminaliteit.

Bovendien heeft de rechtbank een handreiking gedaan aan minister Sorgdrager voor het toekomstig 'gebruik' van criminele getuigen. De rechtbank heeft de deals met de belangrijkste getuigen getoetst aan een groot aantal eisen van zorgvuldigheid. Daar bleek in de ogen van de rechter aan te zijn voldaan: het ingezette middel was verantwoord in relatie tot de omvang van deze criminaliteit. Daarnaast waren beide gewaande kroongetuigen door de afspraken met justitie niet volledig gevrijwaard van bestraffing voor een deel van hun misdaden.

Met boeven vang je boeven, luidt een oud gezegde. Dat is nog eens aangetoond. De winst zit 'm echter vooral in het gegeven dat we weten hoe we binnen onze rechtspleging met alle boeven, deals of geen deals, omspringen.

Wel zouden we er de voorkeur aan geven indien deze kwestie in het onvermijdelijke hoger beroep met iets meer sereniteit en iets minder show omgeven zou zijn. Het openbaar ministerie heeft aan die show het zijne bijgedragen - maar er stond na de IRT-affaire dan ook wel iets op het spel. De verdedigers van de verdachten hebben meer dan hun deel genomen, met uitspraken waarbij het soms volstrekt onhelder was of zij als zaakwaarnemer van een verdachte spraken of als kenner van de juristerij. Het zou bijdragen aan het klimaat waarin de rechtspraak plaatsvindt, indien zij hun verbale geweld tot de rechtszaal zouden beperken.

mailIcon print |