De verhoorkamer voor kinderen in Amsterdam is aan een opknapbeurt toe. De gordijnen zijn wel fleurig en de muurdecoratie oogt wel vrolijk, maar in het tafelblad zit een scheur en het tapijt is versleten. Het is de oudste verhoorkamer in Nederland. Eigenlijk is het een studio, want achter de grote glaswand zit een regiekamer van waaruit de vier camera's aan het plafond worden bediend.
Sinds deze studio in 1989 door de politie in Amsterdam in gebruik is genomen zijn er elders in Nederland nog tien verhoorstudio's voor kinderen bijgekomen. De teksten van de video-opnamen worden letterlijk uitgeschreven en opgenomen in een proces-verbaal. Die tekst kan als bewijsmiddel dienen voor de rechtbank.
Vorige week leek het er op dat de rechtbank in Alkmaar ook de video-opnamen als bewijs beschouwde in een zedenzaak. Het was voor het eerst dat een officier van justitie tijdens de zitting, begin januari, de videoverhoren als bewijs naar voren schoof. De rechtbank bekeek de banden achter gesloten deuren.
Vier jonge kinderen - nu tussen de negen en dertien jaar - vertellen op die video's over het seksueel misbruik door hun ouders en de latere vriend van hun moeder. De beelden waren schokkend, aldus deskundigen die met de rechtbank meekeken om een oordeel te geven over de betrouwbaarheid van de kinderverhalen. “Je ziet ze bij de verhoren kokhalzen als ze praten over het sperma dat ze moesten doorslikken.”
De Alkmaarse rechtbank veroordeelde vorige week de 28-jarige vriend van de moeder tot vier jaar cel. De uitspraak tegen de ouders werd aangehouden, omdat er nog psychiatrisch onderzoek wordt verricht. Maar bij dit tussenvonnis vond de rechtbank het nodig zich ook uit te spreken over de betekenis van de video-opnamen.
Anders dan de officier van justitie, zo schijft de president van de strafkamer, mr J. Westdorp, vindt de rechtbank dat de video-opnamen níet als bewijsmiddel kunnen worden beschouwd.
In het Wetboek van strafvordering worden vijf bewijsmiddelen genoemd. De verklaringen van verdachten, van getuigen en van deskundigen, de eigen waarneming van de rechter en schriftelijk bewijs. Videoverhoren vallen daar niet onder. De uitgeschreven tekst van het videoverhoor valt is weer wel wettig bewijsmiddel. Welke waarde heeft het dan een videoband te zien, waar bovendien maar een beperkt deel van het soms urenlange verhoor op staat?
“De beelden”, zegt Westdorp, “dragen bij aan de overtuiging van de rechter dat de schriftelijke neerslag van de verhoren (het proces-verbaal) een betrouwbaar bewijsmiddel is. Daarbij hecht de rechtbank veel waarde aan de verklaringen en rapporten van deskundigen die de videobanden in hun geheel hebben bekeken en die de verhoren en de verklaringen van de kinderen op hun kwaliteit hebben beoordeeld.”
Prof H. Baartman, hoogleraar psychologie aan de VU en een veel geraadpleegd expert als het gaat om kindermishandeling, was een van de twee deskundigen die bij de Alkmaarse zedenzaak is betrokken waren. Meer nog dan op de verhalen van de ondervraagde kinderen let hij op de manier waarop de interviewers - meestal mensen van de jeugd- en zedenpolitie - het verhoor aanpakken. Hoe worden de vragen gesteld? Worden kinderen dingen in de mond gelegd?
“Dat is om twee redenen enorm belangrijk”, zegt Baartman. “Als er, door wat een kind in de mond is gelegd, ten onrechte gedacht wordt dat er sprake is geweest van seksueel misbruik, dan heeft dat voor alle betrokkenen nare consequenties. Anderzijds: stel dat er daadwerkelijk sprake is geweest van misbruik, maar dat uit het verhoor blijkt dat er suggestieve vragen zijn gesteld, dan kan de advocaat van de verdachte terecht de betrouwbaarheid van het verhoor in twijfel trekken. Het risico is dan dat er ten onrechte geen geloof wordt gehecht aan de verklaring van het kind.”
Baartman kijkt verder naar de manier waarop de interviewer het kind op zijn gemak stelt. Al is de verhoorstudio nog zo kindvriendelijk (er is volop speelgoed aanwezig voor alle leeftijden, van knuffels tot gezelschapsspellen), een kind weet dat het op een politiebureau is. En dat kan een belemmering zijn om dingen te vertellen.
“Je kunt een kind op zijn gemak stellen door de keuze van je taalgebruik. En door het heel goed uit te leggen wat er gebeurt. Een volwassene die door een rechercheur wordt verhoord kent de regels van het spel. Een kind niet. Een rechercheur vraagt door om feiten boven water te halen. Een kind kan denken: 'Ik heb misschien geen goed antwoord gegeven', 'Hij vindt me dom' of 'Ik ben een kluns'. Een kind kan heel geloofwaardige dingen zeggen, maar als het verhoor niet deugt, dan kun je met de inhoud van een kinderverhaal niet zoveel meer.”
Bij de komst van de eerste verhoorstudio voor kinderen in 1989 is de politie in Amsterdam begonnen met een speciale cursus voor interviewers van de jeugd- en zedenpolitie. In 1991 heeft de Rechercheschool in Zutphen de opleiding overgenomen. Het verhoor van kinderen van vier tot twaalf jaar wordt door de gespecialiseerde politiemensen afgenomen. Kinderen jonger dan vier jaar en kinderen met een verstandelijke handicap worden bevraagd door orthopedagogen.
Het gebruik van video-opnamen bij verhoren van kinderen is in Nederland vooral ontwikkeld om het verhoor van een kind tot een maal te beperken, weet de rechtspsycholoog S. J. Eden. Hij publiceerde vorig jaar de literatuurstudie 'Kinderen als getuigen'. Met een video-opname, zegt hij, is de gang van zaken tijdens het verhoor bovendien controleerbaar voor de rechter en de verdediging. En ook gedragsdeskundigen kunnen, zo nodig, door het bekijken van de band een oordeel geven over de persoonlijkheidsstructuur van een kind.
Of het kinderverhaal geloofwaardig is blijkt, volgens hoogleraar Baartman, zowel uit het non-verbale verdrag tijdens het verhoor als uit de inhoud van het verhaal. “Is het helder, consistent, logisch? En, heel belangrijk, worden er gevoelens weergegeven? Feiten kunnen verzonnen worden, maar het is voor kinderen lastig gevoelens te verzinnen. Die moeten ze hebben meegemaakt om erover te kunnen vertellen. Een kind zegt bijvoorbeeld: 'Ik wilde wel weglopen, maar was bang dat hij me weer te pakken zou nemen' of 'Ik deed mijn ogen dicht en pas weer open als het voorbij was, net als bij de tandarts'. Zulke uitspraken wijzen erop dat een kind dit heeft meegemaakt.”
Eden pleit voor systematisch onderzoek naar de ervaringen met het gebruik van video-opnamen in gerechtelijke procedures. Het was in Alkmaar niet de eerste keer dat een rechtbank videoverhoren bekeek. Elders in het land hebben rechters daar meer ervaring mee. Maar de status van het videoverhoor is nergens vastgelegd. Aan de hand van onderzoek, vindt Eden, zouden er nadere regels moeten komen. Misschien ook wel voor het gebruik van video-opnamen als bewijsmiddel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.