In het hart van Den Haag was sluipenderwijs “een onveilig, naar en onherbergzaam gebied ontstaan.” De schop moest er drastisch in en dat gaat nu ook gebeuren. Het centrum wordt voor miljarden verbouwd. De wethouder is tevreden: de tegenstanders hebben ongelijk gekregen. En een strop kan het niet worden, want de kosten worden grotendeels gedragen door het rijk en projectontwikkelaars.
Ook het leegstaande Transistorium - de plompe toren op de plaats van het in 1962 afgebrande Gebouw van Kunsten en Wetenschappen - is gespaard. Rond het skelet verrijzen naar een ontwerp van de Amerikaanse architect Michael Graves twee slanke torens, met spitse daken die tot een hoogte van 104 meter reiken.
De nieuwe toren (die al de bijnaam Twin Peaks heeft gekregen) vormt een van de markante onderdelen van De Resident, de nieuwe wijk met kantoren, winkels, horeca, woningen, een nieuw plein en nieuwe straten tussen het nieuwe stadhuis en het ministerie van Vrom. De Resident vormt de schakel tussen het historische centrum van Den Haag en het nieuwe 'zakendistrict' dat rond het Centraal Station verrijst. Meer dan de helft van de oppervlakte voor kantoren zal over enkele jaren volgens plan worden bezet door ambtenaren van de ministeries van VWS en onderwijs.
Het gebied is op zijn beurt onderdeel van een veel groter project: Den Haag Nieuw Centrum, waarvoor tot het eind van deze eeuw op tientallen plaatsen de schop de grond in gaat. Tot de opmerkelijkste onderdelen behoren onder meer een ruim 1 200 meter lange tramtunnel annex parkeergarage onder de Grote Markstraat, een kantorencomplex rond en over de Utrechtse Baan (de Grotiusplaats), een verkeerstunnel langs het Centraal Station (Rijnstraat/Koningskade), de Spuihof tegenover het stadhuis en een nieuw plein met woningen en winkels achter de Bijenkorf (Bezemplein).
Een aantal projecten is gereed, zoals de theaters en het stadhuis/bibliotheek-complex aan het Spui en de Haagse Poort, het kantoorgebouw over de Utrechtsebaan, of bijna gereed, zoals de nieuwe ingang van het Centraal Station aan de Rijnstraat. Hierdoor ontstaat een (wandel-)route vanaf het station onder het ministerie van VROM door naar de binnenstad. De totale investering in het nieuwe centrum bedraagt 2,6 miljard gulden. Bij de meer dan dertig projecten in het Haagse stadshart zijn 36 Nederlandse en buitenlandse architecten ingeschakeld.
Een jaar of tien, vijftien terug werd duidelijk dat alleen ingrijpende maatregelen de Haagse binnenstad weer uit het slop konden halen. Het liep op drie fronten fout, zegt Peter Noordanus, wethouder ruimtelijke ordening, stadsvernieuwing en volkshuisvesting. Noordanus: “De economie trok de stad uit, kantoren werden gesuburbaniseerd, de koopkracht verdween en het stadshart ging aan allerlei kwalen lijden. Daarnaast werd het centrum steeds minder bereikbaar, zowel met het openbaar vervoer als per auto. In de derde plaats was de binnenstad zwaar geteisterd door veertig jaar verkeerde planning, door verkeersdoorbraken als de Dwarsweg die de oude binnenstad molden, door ruzies tussen gemeente en rijk over de huisvesting, door de komst van gebouwen als het Transistorium en de torens van binnenlandse zaken en justitie. Er was een onveilig, naar en onherbergzaam gebied ontstaan.”
Een werkgroep onder leiding van oud-staatssecretaris Brokx boog zich in het midden van de jaren tachtig over de problematiek van de Haagse binnenstad. Volgens de werkgroep moest onder meer de bereikbaarheid worden vergroot, moest samenwerking tussen de private en publieke sector worden gezocht en moest het Spuikwartier het kloppend hart van de binnenstad worden, met veel hoogwaardige kantoren, woningen, horeca en culturele voorzieningen. Anders zou Den Haag banen en klanten blijven kwijtraken.
In diezelfde tijd, in mei 1986, kreeg de net aangetreden wethouder Adri Duivesteijn zijn befaamde brainwave: waarom geen streep gezet door de plannen om het bestaande stadhuis, dat ruim buiten het centrum ligt, uit te breiden en in plaats daarvan een nieuw stadhuis aan het Spui te bouwen? Het werd het begin van een periode waarin de gemoederen hoog opliepen, zowel binnen het eerste linkse college van B & W als in de stad en tot ver daarbuiten. Uiteindelijk sneuvelden twee PvdA-wethouders, Duivesteijn en zijn tegenstrever Van Otterloo (als wethouder van financiën vond hij het veel te duur en de financiering slecht onderbouwd), maar de witte schepping van Richard Meier staat tòch aan het Spui. Deze maand hebben de laatste ambtenaren hun nieuwe onderkomen betrokken; op 8 september wordt het officieel door koningin Beatrix geopend.
Noordanus: “De gedachte was: begin zelf als gemeente te investeren, zie het stadhuis als een hefboom om anderen aan de slag te krijgen. Geef geld uit in een gebied waar dat nodig is, en dat is het Spuikwartier, dan krijg je de bal aan het rollen. Dat is gelukt. Eerst kwamen de culturele voorzieningen aan het Spui, het muziek- en danstheater, daarna het theater aan de overzijde, met daarboven woningen. Er ontstaat weer een stukje stad, met de noodzakelijke verscheidenheid aan woningen, cultuur, bibliotheek.”
Het stadhuis is dus niet geworden wat de tegenstanders vreesden: een bodemloze put, een blok aan de nek van de Haagse burgers of een tweede Stopera. Noordanus: “Het is naar voor de tegenstanders, maar hun vrees is niet bewaarheid. Het stadhuis is redelijk binnen de financiële kaders ontwikkeld. We hebben geen spijt de zaak aan een professionele ontwikkelaar (het ABP) te hebben overgelaten en als simpele huurder aan de slag te zijn gegaan. Dankzij een meevallend tijdsperspectief en gezien de huidige rente-ontwikkeling hebben we het complex uiteindelijk eind vorig jaar kunnen kopen. Niks bodemloze put, niks lastenverzwaring - het geld is goed ingezet op een strategische plek.”
De activiteiten van de gemeente hebben anderen geïnspireerd ook in het centrum aan de slag te gaan, meent Noordanus: “De economie trekt weer de stad in, er is een beweging terug naar de binnenstad ontstaan. Het ministerie van Vrom is teruggekeerd, het ministerie van VWS en de top van onderwijs komen naar De Resident, evenals de levenverzekeringsmaatschappij Zürich. De broederschap der notarissen heeft in het Spuikwartier gebouwd. De Bijenkorf is drastisch aan het (ver-)bouwen. In de Spuihof tegenover de bibliotheek komen naast winkels ook woningen, enzovoort.”
Volgens wethouder Noordanus is het van belang in de nieuwbouwplannen de (plannings-)fouten uit het verleden te herstellen: “Dat zie je bijvoorbeeld in De Resident. Daar is de structuur van de oude stad doorgetrokken, nieuwe straten sluiten aan bij de historische binnenstad, er komt een hoefijzervormig plein dat dit deel van de stad repareert. Voorts is het van belang dat de openbare ruimte drastisch wordt opgeknapt. Dat doen we met het project De Kern Gezond. Kijk naar de Grote Markt, die hebben we opgeknapt, we hebben de lelijke kiosken weggehaald en je ziet dat ondernemers aan de slag gaan. Het is nu een aardig plein met volle terrassen.”
Er is echter één 'maar', benadrukt Noordanus, en dat is dat de stad weer bereikbaar moet worden, zowel met het openbaar vervoer als met de fiets en de auto. Noordanus: “Daarom is die tramtunnel onder de Grote Marktstraat nodig. Daarom ook is er een parkeerroute langs de parkeergarages gekomen en moet je een binnen- en buitenruit rond het stadhart hebben. Daarin past weer de verkeerstunnel langs het Centraal Station. Omdat rond Den Haag nieuwe wijken als Wateringse Veld, Ypenburg en Leidschenveen worden gebouwd, moet je ook het openbaar vervoer regionaliseren. Vandaar ook een nieuwe tramtunnel bij het Hollands Spoor.”
De komende vijf jaar gaat er nogal wat op de schop in Den Haag en bij winkeliers en bewoners leeft de vrees dat het centrum één grote, onbereikbare bouwput wordt. Noordanus: “Er vinden nogal wat ingrepen tegelijkertijd plaats, zodat er onvermijdelijk problemen ontstaan. Maar de verkoop moet doorgaan, dat is duidelijk. Daarom hebben we een meerjarenplan voor de bereikbaarheid opgesteld. Je moet goed plannen wanneer je iets doet dat de openbare ruimte belast. Daarom wordt het gebruik van de openbare ruimte gebonden aan vergunningen. De naleving van de voorwaarden wordt streng gecontroleerd. Ook komt er een ploeg van zo'n zestig mensen die ondersteuning verlenen bij verkeersproblemen, bij mensen die moeite hebben de weg te vinden.”
De enorme investeringen komen op zijn zachtst gezegd wat paradoxaal over in een gemeente die grote financiële problemen heeft en de status van artikel 12-gemeente (dat wil zeggen: onder curatele van het rijk) heeft aangevraagd. Noordanus: “Het is een ambitieus project waarmee een groot bedrag is gemoeid, maar het beslag op de gemeentelijke begroting is erg beperkt omdat het merendeel van het geld door de andere partijen, zoals het rijk en projectontwikkelaars, op tafel wordt gelegd. De tram- en autotunnel wordt grotendeels gefinancierd uit gelden die het ministerie van verkeer en waterstaat ter beschikking stelt voor verbetering van de infrastructuur. De gemeente zelf investeert vooral in de kwaliteit van de openbare ruimte.”
Het project 'Den Haag Nieuw Centrum' roept in de stad ook weerstanden op. Zo is er een actiegroep De Kern Gewond en verzetten buurt- en belangengroepen als Rover zich tegen de tramtunnel, die in hun ogen onveilig, onnodig en te duur is. Noordanus deelt hun kritiek niet: “De kritiek gaat voorbij aan de noodzaak tot regionalisering van het openbaar vervoer; Nederlandse steden lopen achter wat betreft de ontwikkeling van een regionaal vervoersstelsel. Vandaar ook dat Amsterdam bouwt aan de Noord-Zuid-lijn. De Grote Marktstraat is een knoop in dat vervoerstelsel die moet worden opgelost. Ook de tegenwerping dat de tunnel onveilig zou zijn, deel ik niet. Het ontwerp van Rem Koolhaas is ook op dat punt erg doordacht, er is goed naar zichtlijnen gekeken, er zijn deskundigen ingeschakeld.”
Volgens een recent onderzoek dat de Haagsche Courant heeft laten uitvoeren, kan de gemeente rekenen op steun van de bevolking voor de tramtunnel: 46 procent is voor, 17 procent tegen, 26 maakt het niets uit en 11 procent weet het niet. Noordanus: “Hoe sterk hecht je geloof aan dergelijke onderzoeken? Laat ik zeggen: het resultaat viel me niet tegen, maar je mag het wel wat relativeren.”
Een ander knelpunt kan de conjunctuurgevoeligheid van sommige elementen van het project vormen. Als de markt stagneert, kan de voortgang in gevaar komen. Dat blijkt bijvoorbeeld bij de bouw van De Centrale, een opvallend kantorencomplex naast het ministerie van Vrom. De bouw is nog niet begonnen, omdat nog geen toekomstige gebruiker is gevonden. Volgens Noordanus zijn deze effecten beperkt, omdat veel kantoren die nog moeten worden gebouwd, reeds vooraf zijn verhuurd. Zo is van de 114 000 vierkante meter kantoor in De Resident nog maar 27 000 vierkante meter voor de markt beschikbaar. Ook van de Grotiusplaats (rond de Utrechtse Baan) is de eerste poot over de in een tunnelbak aangelegde weg reeds verhuurd. Noordanus: “De Haagse Poort, het grote kantoorgebouw over de Utrechtse Baan, is een echte blikvanger die belangstellenden aantrekt. Los van wat er staat en is gepland, zitten daar nog meer gebouwen in de pen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.