Het is gemakkelijk om haar af te doen als een simpele huistut, als een dingbat - zoals Archie Bunker zijn vrouw Edith altijd toebeet -, een niemandalletje, wier plaats achter het aanrecht en de stofzuiger is. Een wat bedeesdere uitgave, kortom, van Mien Dobbelsteen.
Norma Major, echtgenote van de Britse Conservatieve eerste minister John Major, geeft daar overigens zelf nog geregeld alle aanleiding toe. Zoals vorige maand in een interview in The Daily Mail, de tabloid van de Tories, waarin ze - hoewel geen overdreven fan van het fornuis - uitgebreid inging op het culinaire nut van oude stukjes kaas. “Kaas kun je uitstekend invriezen. Als je wat rottige stukjes over hebt, maal je ze en doe je ze in een doos in de vriezer.”
Maar, zo verklapte ze, ze heeft nu een nieuwe vrieskist en, och arm, daar past de doos met geraspte kaas niet meer in. Dus is ze op zoek naar een nieuwe passende bewaardoos. En verder gebruikt ze een theezakje áltijd twee keer.
Dijenkletsers voorwaar. En dankbaar materiaal voor satirische beschouwingen over de bloedstollende belevenissen in huize 10 Downing Street, de ambtswoning van de Britse premier.
Toch is de 54-jarige Norma Major, geboren Wagstaff, ook de auteur en samenstelster van een gedegen en geprezen, 'geautoriseerde' biografie over sopraan en operadiva Joan Sutherland. In haar genre zelfs iets van een bestseller, er is zowaar een Amerikaanse editie verschenen. En ze heeft zojuist een al even doortimmerd boek laten verschijnen over 'Chequers', sinds 1921 het officiële buitenverblijf van de Britse regeringsleiders.
Daaraan verdient ze overigens geen penny. Al de verdiensten van haar schrijverij gaan naar MenCap, de Britse vereniging voor geestelijk gehandicapten, die ze al zo'n dertig jaar steunt. Ze zou van haar royalties rustig kunnen leven, nu ontvangt MenCap dankzij haar een miljoen gulden per jaar. En toen echtgenoot John nog gewoon Lagerhuis-lid was, zette Norma in zijn kieskring de voedselhulpdienst 'Eten per fiets' op poten.
Nee, Norma Major bekommert zich hoe dan ook niet om weelde of uiterlijk vertoon. Of om haar status als Britse first lady. In 1992 weigerde ze mee te gaan met haar man naar de top van de de zeven belangrijkste industriestaten. “Vrouwen van regeringsleiders hebben daar niks te zoeken”, constateerde ze, “en waarom zou ik dan op kosten van de belastingbetaler daar naar toe reizen?”
En zo lijkt Norma Major every inch een doorsnee Britse huisvrouw. En dat slaat aan bij de Britse middle class. Bij het legioen der Britse huisvrouwen vooral, die na de vele teleurstellende schandaalverhalen over dat Sodom en Gomorra op Buckingham Palace, het Britse hof - met name van de kant van de schoondochters, voor wie ze nog met de Union Jack langs kant van de weg hebben staan zwaaien - nu eindelijk weer iemand getroffen hebben die hun waarden en normen deelt, én interesses. “Ik ben geen feminist”, zegt ze. “Die hebben erg veel kwaad gedaan, omdat je je bijna schuldig bent gaan voelen aangezien je plezier beleeft aan je gezin en aan koken.” Een houvast in wankele tijden, kortom, een monument van vertrouwde middelmatigheid.
Gewoon iemand die zegt nooit en te nimmer speeches te zullen houden, omdat daar toch niemand in is geïnteresseerd. Daarentegen: “Ik mag dan saai zijn, ik ben geen grijze muis”, zei ze ooit van zichzelf.
Norma Christina Elizabeth Wagstaff stamt uit Wenlock Edge, in Shropshire. Haar vader, Norman, was militair en kwam om bij een auto-ongeluk in België, een week nadat de Tweede Wereldoorlog was geeindigd. Norma was toen drie jaar oud, en een jaar later al werd ze naar een kostschool in Bexhill-on-Sea gezonden. Daar verbleef ze tot haar achttiende, zonder dat dit grimmige sporen bij haar achterliet. Integendeel, Norma heeft alleen maar happy memories aan al haar dagen daar.
Nadien was ze lerares handwerken en huishouden aan de huishoudschool van Battersea. Dat was voordat ze nanny werd in het gezin van June Bromfield, een operazangeres, waar ze haar passie voor opera nog extra kon voeden. John Major ontmoette ze - 28 jaar oud, hij een jaar jonger - in 1970 op een verkiezingsbijeenkomst van de Conservatieven. Nog geen jaar later waren ze getrouwd. Weer een jaar verder werd hun dochter Elizabeth geboren, in 1975 gevolgd door hun zoon James.
De schuchter Norma Major schuwde als het maar even kon het politieke publieke leven van haar echtgenoot. Ze gruwde ervan. Toen John na een razendsnelle loopbaan binnen de Tory-partij in 1989 door premier Margaret Thatcher tot minister van buitenlandse zaken werd benoemd, voelde ze zich 'lichamelijk ziek van angst'. En dat werd er een jaar later, toen John de strijd won om de opvolging van Thatcher, zeker niet beter op.
Deze Norma Major, die de politieke raketcarrière van haar gemaal omschreef als dieptepunt in haar persoonlijk leven, is nu door eega John zelf gelanceerd als 'geheim wapen'. Als laatste redmidel om, in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van volgend voorjaar, de bijna peilloze kloof tussen John Major en zijn Labour-uitdager Tony Blair te overbruggen.
Norma Major heeft nu een eigen pr-manager, en een adviseuse die haar coacht bij de keuze van kleding en kapsel. En Norma Major weet nu ook van zich af te bijten. Laaiend was ze dat haar in de mond gelegd werd dat ze een Tory-zege, volgend jaar, bepaald niet ziet gloren. Enkel en alleen omdat ze had geantwoord op de vraag of ze nog een advies had voor Cherie Blair, de vrouw van Labour-leider Tony Blair, dat ieder voor zich van deze baan maar het beste moet maken. “Zij zal het op haar manier doen”, zei Norma, en dat werd gelezen als een afscheid van Downing Street 10.
Met het pistool op de borst gaat ze nu de barricaden op voor een voor zijn laatste kansen vechtende echtgenoot. 'Stormin' Norma' heet ze nu, analoog aan de koosnaam voor Norman Schwarzkopf, de robuuste Amerikaanse opperbevelhebber in de Golfoorlog. Met zijn eigen vrouw als veldheer moet John Major zijn verblijf in Downing Street zien te rekken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.