*

 
dossier

Archief

Iraakse dictator gunt eer van vrijlating Jordaniërs aan een vijand van de koning

Door: redactie − 20/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Het leek een fantastisch gebaar, maar er zit een adder onder het gras. Met de bebeloofde vrijlating van Jordaniërs die in Irak gevangen zitten, heeft de Iraakse president Saddam Hoessein de Jordaanse koning Hoessein een hak gezet.

Saddam Hoessein maakte zijn besluit bekend aan een Jordaanse opposant, Lait Sjoebailat, voorzitter van de Jordaanse beroepsorganisatie van ingenieurs. Sjoebailat geldt als een verklaard tegenstander van koning Hoessein. Door de eer van de vrijlating te gunnen aan Sjoebailat ondermijnt Saddam Hoessein de positie van koning Hoessein, zo zeggen ingewijden in de Jordaanse hoofdstad Amman. Maar er is ook een andere uitleg mogelijk, dat Hoessein Sjoebailat juist naar Irak gestuurd heeft, om voor elkaar te krijgen wat voor de koning zelf op dit ogenblik moeilijk was.

Vanwege de verkilde betrekkingen lag het weinig voor de hand dat Saddam zou reageren op officiële Jordaanse pogingen om de gevangenen vrij te krijgen. Anderzijds moest de dictator met een gebaar komen omdat het Jordaanse publiek, vroeger zijn grote bondgenoot en bewonderaar, woedend was over de executie in december van vier Jordaanse smokkelaartjes. Vandaar de tussenkomst van Sjoebailat.

Tussen Sjoebailat en koning Hoessein bestaat een wonderlijke verhouding. Sjoebailat kreeg in 1993 de doodstraf wegens een vermeend moordcomplot tegen het leven van koning Hoessein. Een dag later was hij al weer vrij. Koning Hoessein had hem gratie geschonken, op uitdrukkelijk verzoek van Soebailats bedoeienenclan, die massaal naar het koninklijk paleis was getrokken, met het geweer in de aanslag.

In 1996 belandde Sjoebailat nog eens kort in de gevangenis, vanwege zijn hevige kritiek op de koning en diens vredespolitiek met Israël. Ook toen was hij snel vrij, nu op voorspraak van zijn moeder, die binnen de 'dorpsgemeenschap' van Jordanië ook als een tweede moeder voor de koning geldt.

Vroeger was Sjoebailat een fundamentalistisch parlementslid. Hij is altijd een warm pleitbezorger geweest voor Saddam Hoessein. Daarmee vertolkte hij de gevoelens van de meeste Jordaniërs. Tijdens de oorlog om Koeweit in 1991 stonden die pal achter Saddam, soms uit liefde voor de dictator, soms uit boosheid over Westerse onverschilligheid jegens de Palestijnen.

Koning Hoessein maakte zich razend populair in zijn eigen land door ver te gaan in zijn steun aan Saddam. Maar toen de kans gloorde van een vergelijk met Israël veranderde hij zijn Iraakse politiek. In de zomer van 1995 brak hij met Saddam door asiel te verlenen aan diens twee schoonzoons.

De triomf voor Sjoebailat krijgt nog meer relief doordat de vrijgelaten gevangenen in een door hem aangevoerd konvooi Irak zullen verlaten. Overigens bestaat er onenigheid over het aantal Jordaniërs dat in Irak gevangen zit. Volgens Irak zijn dat er 66, volgens Jordaanse bronnen minstens 140. Er klinken ook nog veel hogere getallen. Dat past in een patroon, want er raken wel vaker gevangenen 'zoek' in Irak. Zo ontkent Irak al sinds 1991 het bestaan van ruim zeshonderd Koeweitiërs, die aan het einde van de oorlog om Koeweit zijn ontvoerd naar Irak als gijzelaars. Van 'zoekgeraakte' Iraakse gevangenen bestaan geen betrouwbare aantallen.

Over de toedracht van de schietpartij dit weekeinde in Irak, waarbij zes Irakezen en twee Egyptenaren omkwamen, was er gisteren nog geen duidelijkheid. Een van de slachtoffers was de Iraakse zaakgelastigde Hikmat Al-Hadjoe. Volgens de uitgeweken Iraakse generaal Wafik Al-Samarai was was Al-Hadjoe hoofd van een bureau van een belangrijke Iraakse geheime dienst in Koeweit, in de periode voor de Iraakse invasie van dat land in augustus 1990.

Butler

Richard Butler, het hoofd van VN-organisatie Unscom die toezicht houdt op de ontmanteling van de Iraakse vernietigingswapens, vindt dat de huidige ruzie tussen de Veiligheidsraad en de Iraakse regering ernstig van aard is. Butler, die gisteren op weg ging naar Irak, zei tegen de Britse omroep BBC dat hem een zware tijd wachtte. Hij zei een harde boodschap van de Veiligheidsraad bij zich te hebben voor het Iraakse bewind.

Het Iraakse parlement wil dat Unscom binnen vier maanden definitief vertrekt uit Irak. Saddam zegt te overwegen die aanbeveiling op te volgen. Zijn vice-president Taha Ramadan riep een 'heilige strijd' uit tegen Unscom. Over dit Iraakse gedrag bestaan twee theorieën. Volgens de ene voelt Irak zich gesterkt door slappe reacties van de Veiligheidsraad op eerdere pesterijen tegen Unscom. Volgens de andere theorie creëert het regime geregeld spanningen om de plaatselijke koers van de dollar te beïnvloeden en zo geld te kunnen verdienen met deviezenspeculatie. Vorige week belette Irak een door Amerikanen geleid Unscom-team om zijn werk te doen. Irak zegt dat er teveel Britten en Amerikanen in Unscom zitten. Van Irak mag Unscom alleen maar blijven werken als er een einde komt aan het verbod op olie-uitvoer. Maar de Veiligheidsraad wil dat verbod pas opheffen als Unscom met een overtuigend bewijs komt dat de Iraakse industrie van vernietigingswapens geheel ontmanteld is.

mailIcon print |