Eerst komt het eten, dan het huis, dan de gezondheid. Kleding daarentegen vinden Nederlanders steeds minder van belang en eindigt op een lijstje met eerste levensbehoeften dan ook op een steeds lagere plaats, onder de auto, onder de vakantie.
“En dat is een van de belangrijke trends die ertoe leidt dat de kledingverkoop in Nederland stagneert,” zegt Joke Geldhof, woordvoerster van Fenecon, de belangenorganisatie voor de kledingindustrie in Nederland. De cijfers van de beste verkoopmaand, december, zijn weliswaar nog niet binnen, maar de betrokkenen weten al dat de verkoop in 1994 niet best verlopen is.
Zowel de kleine winkeltjes als de grotere kledingbedrijven (bijvoorbeeld C & A) en de warenhuizen (zoals de Bijenkorf en V & D) hebben last van de afname van belangstelling voor kleren. Peek & Cloppenburg (ruim 1600 werknemers) kondigde onlangs zelfs reorganisaties mét gedwongen ontslagen aan, met als hoofdreden stagnerende verkoop. P & C heeft de winstverwachting voor 1994 al twee keer naar beneden moeten bijstellen en rekent voor 1994 op een verlies van 7 miljoen gulden. In het vorige boekjaar behaalde P & C nog een winst van 8,3 miljoen gulden.
K. Cornelése van het Economisch Instituut voor het midden-en kleinbedrijf (EIM) schat dat er vorig jaar tussen de vijf à tien procent minder is verkocht aan kleding dan in 1993. Dat was ook al geen topjaar. “De daling van de verkopen is ingezet in 1992. Vanaf midden jaren tachtig tot 1991 was er een gemiddelde stijging van zo'n 2 procent en 1991 was zelfs een heel goed jaar met een stijging van vijf procent. In 1992 dalen de verkoopcijfers licht met een procentje. Sindsdien is het eigenlijk bergafwaarts gegaan. Met ja, vorig jaar, als grootste dieptepunt.”
Volgens Cornelése is het weer een van de redenen van de diepte van de val. “1994 was wel heel extreem. Een te koud voorjaar, een te hete zomer en een te warm najaar, dat zorgt voor een vervlakking in het kledingbeeld. Trouwens, ook de mode draagt daartoe bij: er is de laatste jaren weinig afwisseling geweest.” Je kunt eigenlijk steeds ongeveer hetzelfde aan. “Ja, de kleuren zijn nauwelijks veranderd: het is al tijden beige, écru en bruin, wat de klok slaat.”
De overkoepelende kleding organisatie Fenecon wijt de verkoopcrisis vooral aan de gevolgen van loonmatiging aan de ene kant en groeiende vaste lasten aan de andere. “Het vrij besteedbare inkomen van veel mensen loopt terug. De huren worden hoger, de gezondheidszorg duurder, kijk maar naar de tandartskosten die nu buiten het ziekenfonds gaan vallen. Of neem het WAO-gat, nu ja, voorbeelden te over. De lonen stijgen niet zo hard mee. En dan bezuinigen mensen tegenwoordig al snel op hun kleding.”
De dalende verkoop is eigenlijk het zoveelste hoofdstuk van de treurige geschiedenis van de Nederlandse kledingindustrie sinds de jaren zestig. Toen bloeide de Nederlandse kledingindustrie nog, en werd nog vrijwel alle kleding hier ontworpen, in elkaar gezet en verkocht. Belangrijke oorzaken van de teloorgang die toen inzette zijn de invoering van het minimumloon en de liberalisering van de kledingimporten uit lage-lonenlanden. Faillissementen en reorganisaties van kledingfabrieken in Nederland hebben ertoe geleid dat de werkgelegenheid in deze branche terugliep van 80 000 in 1960 tot 10 000 nu.
In de jaren tachtig kwam daar nog bij dat de houding van de consument tegenover kleding veranderde. Men ging veel meer tijd besteden aan kleding, wisselde het ene kledingstuk snel in voor het andere. Er was weer behoefte aan produktie dicht bij huis, maar wel snel en het liefst goedkoop. Het gevolg is de opkomst van de illegale naaiateliers geweest. Werknemers werken er onder slechte omstandigheden, te lang, voor te lage lonen. De legale kledingindustrie, gebonden aan een CAO, kan daar maar moeilijk tegenop concurreren.
Een kwart van de kleding die in Nederlandse winkels wordt aangeboden komt tegenwoordig nog van legale Nederlandse kledingbedrijven, die vaak het naaiwerk hebben uitbesteed aan een lage-lonenland in Noord-Afrika, Oost-Europa of Zuidoost-Azië. Overigens, zo meldt Fenecon, is het faillissement van Bendien Smits een uitzondering. “Het verlies dat de meeste bedrijven lijden in de Nederlandse handel, wordt ruimschoots goedgemaakt door de groeiende export.”
Directeur J. Burgers van Mitex, de vereniging van ondernemers in de modedetailhandel, ziet nog andere trends die de problemen in Nederland, waaraan Bendien Smits ten onder ging, veroorzaken.
Uit cijfers van de bedrijfsvereniging, waar iedere kledingwinkel die personeel in dienst heeft, zich aanmeldt, blijkt een snelle toename van het aantal winkels, van 6500 nog slechts enkele jaren geleden tot zo'n 8000 nu. Er werken in de kledingwinkels zo'n 85 000 mensen. Burgers: “Een continue toename van het aantal winkels en tegelijk een stagnerende verkoop, dat geeft wel aan dat het niet fantastisch gaat.”
De gevolgen zijn ook voor het winkelend publiek merkbaar. Wie regelmatig de winkelstraten van Nederlandse steden bezoekt, zal het opgevallen zijn dat de uitverkoop steeds vaker plaatsvindt en steeds langer duurt. Burgers: “De afzet stagneert en winkeliers doen er dus alles aan om de verkoop te stimuleren”.
Ook Fenecon erkent deze ontwikkeling. “Er wordt veel afgeprijsd, ja,” zegt woordvoerster Geldhof. “Dat heeft negatieve gevolgen voor het gevoel dat mensen hebben bij kwalitatief goede en dure kleding. Het gebeurt natuurlijk dat je de ene week een winterjas ziet hangen voor 700 gulden en diezelfde jas drie weken later voor de helft van het geld te koop is. De meeste mensen wachten langer met een dure aankoop om te kijken of de prijs niet zakt. En als je vervolgens iets duurs aanhebt, heb je niet meer zo erg het gevoel dat die waarde in de kleding zit. Het waardegevoel van kleding is afgenomen, dat constateren wij.”
Zowel Fenecon als Mitex verwijzen verder naar de conjuncturele dip, waar Nederland nu langzaam uitklimt. Burgers van Mitex: “Iedereen weet dat de voordelen voor de detailhandel vaak achter de opleving aanhuppelen.”
Tot een toename van faillissementen van kleine ondernemers heeft dat overigens nog niet geleid, zegt hij. “En wij hopen natuurlijk dat het ook niet zo ver zal komen. Maar de winstmarges worden wel steeds kleiner op deze manier. Wij hopen daarom dat de kledingverkoop met de rest van de economie weer gaat aantrekken. Directe bewijzen daarvan kan ik u nog niet geven. Dat is afwachten, ik ben geen paragnost.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.