*

 
dossier

Archief

Nederlander is steeds drukker/Onderzoek: volwassene besteedt meer tijd aan werk, huishouden en studie

BARBARA BERGER − 13/01/97, 00:00

DEN HAAG - Iedere volwassen Nederlander besteedt gemiddeld per week 43 uur aan betaald werk, huishouden en onderwijs. Dat is drie uur meer dan in 1985. Tweeverdieners springen eruit omdat zij het ontzettend druk hebben. Zij zijn elk meer dan 56 uur bezig. En wie het druk heeft, besteedt meer uit. Eénverdieners en alleenstaanden laten een tiende van de huishoudelijke zorg betaald door anderen doen. Bij tweeverdieners loopt dit op tot een derde.

Dat blijkt uit cijfers van het Sociaal en cultureel planbureau (SCP) die SCP-onderzoeker Joep de Hart voor een nog te verschijnen artikel in het blad Economisch-Statistische Berichten op een rij zette. Het vijfjaarlijkse onderzoek naar tijdsbesteding gaat over 1995.

De urentoename is te verklaren doordat veel meer vrouwen zijn gaan werken en beide seksen meer onderwijs volgen. Bovendien leiden de kleinere huishoudens ertoe, dat er meer tijd aan zorg wordt besteed.

Huisvrouwen met een werkende man hebben het in vergelijking met tien jaar geleden iets rustiger met huishouden, kinderzorg en het volgen van onderwijs gekregen, met nu 42 uur per week tegen vroeger 43 uur. Hun betaald werkende partners hebben het juist veel drukker gekregen: ze zijn nu ruim 54 uur per week in de weer, tegen tien jaar geleden 51 uur. Volgens De Hart wordt dit verschil vooral verklaard door het extra onderwijs dat deze mannen volgen, niet door extra inspanningen in het huishouden.

Alleenstaande betaald werkende vrouwen hebben het even druk als alleenstaande werkende mannen (beiden 53 uur per week), terwijl alleenstaande niet werkende mannen met 46 uur per week huishouden en onderwijs veel drukker zijn dan alleenstaande huisvrouwen met 32 uur per week. Ook daar zit het verschil vooral in het volgen van onderwijs en niet in het huishouden, want alleenstaande niet-werkende mannen halen bijvoorbeeld hun eten dubbel zo vaak van restaurant of snelservice dan alleenstaande huisvrouwen.

De drukke tweeverdieners besteden steeds meer huishoudelijke zorg uit, zo blijkt uit het onderzoek van De Hart. Tien jaar geleden had nog maar tien procent een huishoudelijke hulp, nu is dat aantal gegroeid tot 25 procent. De alleenstaande werkende man maakt weliswaar het meest gebruik van restaurant en afhaalchinees (bijna negentig procent haalt minimaal eéén keer per maand het warme eten), maar de tweeverdiener komt er meteen achteraan met 75 procent. Het restaurantbezoek is in de afgelopen tien jaar voor alle bevolkingscategorieën gestegen met gemiddeld zo'n vijf procent (bijna 40 procent van de bevolking gaat nu minimaal één keer per maand uit eten) waarbij opvalt dat de huisvrouw met een werkende man het minst in het restaurant komt en de alleenstaande werkende vrouw of man en de vrouwelijke tweeverdiener het meest.

- Vervolg op pagina 3

Niemand lapt nog elke week de ramen VERVOLG VAN PAGINA 1

Uit een onderzoek van het SCP uit '94 naar taakverdeling tussen de seksen bleek al dat werkende vrouwen steeds minder tijd aan huishoudelijke klussen besteden, terwijl mannen gemiddeld iets meer doen maar de teruggang zeker niet opvangen. Die trend zet ook door in de cijfers van 1995. De Hart: “Er blijft in Nederland nu een heleboel huishoudelijk werk liggen. Kijk maar om je heen: niemand zit meer z'n stoep te boenen, of elke week de ramen te lappen. Mannen en vrouwen besteden wel beiden meer tijd aan hun kinderen dan vroeger, dat past in de trend van bewust ouderschap. Toch zullen mannen altijd sneller met hun kroost een pizza halen of naar McDonalds gaan dan vrouwen. Mannen combineren tijd met kinderen eerder met leuke dingen en vrouwen vaak met huishoudelijke karweitjes.”

Naast de zogenaamde 'monetarisering' van het huishouden (betaald uitbesteden van klussen en eten), constateert De Hart ook een toenemende 'mechanisering'. Het aantal bezitters van wasdrogers, diepvriezers en magnetrons is de afgelopen tien jaar met grote sprongen - berekend in percentages van alle huishoudens - gestegen van respectievelijk 14 naar 34 procent (wasdrogers), 48 naar 58 procent (diepvriezers) en 16 (in 1990 voor het eerst gemeten) naar 38 procent. Het aantal vaatwassers blijft relatief laag in Nederland: niet meer dan 14 procent wil of kan het dagelijkse afwassen missen. De elektrische naaimachine is een vast onderdeel van het Nederlandse huishouden: al twintig jaar heeft tweederde er één thuis. Ruim een derde bezit een computer, tegen 7 procent in 1985.

Degenen onder de vijftig jaar hebben het in de afgelopen decennia veel drukker gekregen. De huishoudens bestaan steeds meer uit één of twee personen, uit éénoudergezinnen of gezinnen met een klein aantal kinderen. De Hart: “Je krijgt op die manier twee ontwikkelingen. Aan de ene kant betekenen de kleinere huishoudens dat de leden ervan afzonderlijk relatief méér tijd kwijt zijn aan huishoudelijke klussen. Of je nou het eten kookt voor drie of zes personen maakt wat tijdsbesteding immers nauwelijks uit. Ook kan het werk minder worden verdeeld. Aan de andere kant is het aantal studerende en werkende vrouwen sterk gestegen sinds de jaren zeventig. Deze vrouwen vinden het niet langer vanzelfsprekend dat hun vrije tijd volledig opgaat aan huishoudelijke en gezinstaken. De vrije uren zijn een kostbaar goed geworden waaruit men zoveel mogelijk rendement tracht te halen met als gevolg dat huishoudelijk werk steeds minder tijd en steeds meer geld gaat kosten.”

mailIcon print |