Laat de Tweede Kamer, inclusief de linkse fracties, inzake het mestbeleid de oren te veel hangen naar de protesterende boeren? GroenLinks ontkent dat. De auteurs zijn resp. lid van en beleidsmedewerker bij de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks.
De politiek heeft de onrust voor een belangrijk deel over zichzelf afgeroepen door jarenlang een beleid van pappen en nathouden te voeren. Verder vooruitschuiven van maatregelen is daarom ongeloofwaardig.
Al jarenlang wordt van alle kanten (inclusief de landbouw) aangedrongen op invoering van een mineralen boekhouding, zodat boeren, aangepast aan de bijzondere omstandigheden op hun bedrijf, kunnen werken aan een effectievere bemesting. Maar het kabinetsvoorstel dat een mineralenaangiftesysteem (Minas) nu wettelijk wil regelen heeft van het platteland een storm van protest doen opstijgen.
Een belangrijke oorzaak hiervan is dat boekhoudbureaus en landbouwkundige onderzoeksinstellingen de rekenmachine hebben losgelaten op de in het wetsvoorstel genoemde heffingen die betaald zouden moeten worden wanneer de toegestane mineralenverliezen worden overschreden. Daar rolden mogelijke boetes van enkele honderden tot vele duizenden guldens per hectare per jaar uit. Onder aanvoering van de onlangs gekozen voorzitters van de vakgroepen varkenshouderij en melkveehouderij van LTO, Van den Brink en Vogelaar, scherpen de boeren daarom de rieken.
De laatste weken druppelen er ook onderzoeksresultaten naar buiten waaruit blijkt dat - dikwijls door eenvoudige èn kostenbesparende maatregelen - fors op (met name) stikstof bespaard kan worden en dat zeker de eerste jaren zeer goed en zonder economische rampspoed aan de eisen kan worden voldaan. Maar het kwaad is inmiddels geschied en de Kamerfracties zijn naarstig op zoek gegaan naar aanpassingen die de voorstellen voor de boeren verteerbaar moeten maken.
Toch behoeft het beeld dat de invloed van de milieubeweging tanende is nuancering. In werkelijkheid lopen de posities sterk uiteen tussen fracties die de normen willen versoepelen (bijv. CDA) of slechts voor een beperkte periode willen vastleggen (bijv. SGP), de heffingen de eerste jaren willen opschorten (bijv. VVD) of sterk willen verlagen (bijv. D66), tot partijen die in meer (PvdA) of mindere (GroenLinks) mate bereid zijn te bekijken of door bepaalde aanpassingen wat van de weerstand bij de boeren kan worden weggenomen zonder de essentie van het mineralenboekhouding aan te tasten. Voor de uitvoering van het beleid, en daarmee voor de in te boeken milieuwinst, ligt hier immers wel degelijk een probleem. Wanneer de hoogte van de heffing per kilo te veel verloren fosfaat zodanig wordt vastgesteld dat de sturende werking ervan behouden blijft, maar tegelijk de doemscenario's van de accountants in rook opgaan, is redelijkerwijs veel gewonnen.
De mineralenboekhouding (wat ons betreft met effectieve heffingen én met premies, om goed beleid te belonen) is het belangrijkste instrument waarmee op bedrijfsniveau sturing kan worden gegeven aan het efficiënter maken van het mestbeheer. Maar om onze nationale mineralenbalans in evenwicht te krijgen is meer nodig. Vooral in bepaalde regio's en op gronden die fosfaatverzadigd zijn en daardoor het grond- en oppervlaktewater ernstig vervuilen, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Dat het standpunt van GroenLinks in het mestdebat dichter bij dat van 'de traditionele agrarische clubs' dan bij dat van de milieuorganisaties ligt, zoals in Trouw van 24 januari wordt gesuggereerd, is een opvatting die door LTO-Nederland vermoedelijk niet wordt gedeeld. In elk geval is de stelling van Dolf Logemann van Natuur en milieu niet houdbaar dat 'de' Kamer geen oog heeft voor de pleidooien van natuur- en milieuorganisaties, waterschappen, etc. om ernst te maken met een milieuverantwoord mestbeleid.
Het gaat er nu om de boeren te overtuigen dat de doelen haalbaar en betaalbaar zijn. Voor de nu voorgestelde normen kan dat geen punt van discussie zijn. De politiek mag daar ook geen twijfel over laten bestaan. Voor het bereiken van de gewenste milieukwaliteit zijn deze normen namelijk al aan de zuinige kant. Voor wie daar niet aan wil meewerken, valt ergens aan het begin van de volgende eeuw onvermijdelijk het doek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.