*

 
dossier

Archief

Het imperialisme van junkies en dealers

KOEN KOCH − 12/09/98, 00:00

Plotseling waren ze er niet meer. Plotseling waren ze er niet meer, de dertig luidruchtige junkies, hoeren en dealers die al jarenlang 's ochtends de doorgang tussen het metrostation en het Amsterdamse Centraal Station als hun sociëteit en markt en als plaats voor een snelle beroving of een intimiderende bedelactie gebruikten. Plotseling waren ze er niet meer en dat was een hele opluchting. Dan merk je hoe prettig het is om even niet op je hoede te hoeven zijn, de tas stevig tegen je aangeklemd, de portefeuille goed opgeborgen, een kordate pas omdat aarzeling zwakheid lijkt en een berovingsactie uitlokt.

Vertel me niet dat ik me de gevaren maar inbeeld, of dat ik de verkeerde kranten lees. Als elke reiziger heb ik de criminele ellende van de Amsterdamse stations aan den lijve ondervonden. Laatst nog bij terugkeer van vakantie werd mijn boekentas bijna door een kwartet Marokkaanse treinrovers op Station Sloterdijk gepikt. Welkom in Amsterdam. De Spoorwegpolitie was allerbeleefdst. Zijn ze er weer, meneer? We zullen er een koppeltje agenten heen sturen. Niet dat het echt helpt, maar dan weten ze toch dat we er zijn. De agenten moesten geloof ik uit Amersfoort komen.

Sommige reizigers hebben hun ergernis over de onveiligheid van de stations omgezet in een filosofische aanvaarding ervan. De roverijen en intimidaties horen nu eenmaal bij de grote stad, zeggen ze. En zij gaan er prat op dag in dag uit die gevaren te trotseren. Kleine helden van deze tijd. Zo zit ik niet in elkaar. Nog steeds word ik woedend wanneer ik denk aan de allereerste fiets die mij ontstolen is. Ik heb me met dit verlies nooit verzoend. Ook in Amsterdam horen fietsen niet gestolen te worden en ook in Amsterdam hoort men op veilige wijze van het openbaar vervoer gebruik te kunnen maken.

Op de actie om de reizigers op het Centraal Station van criminele overlast te vrijwaren kwamen de te verwachten reacties. Naast vreugde en opluchting (zie boven) en scepsis (hoelang zal de politie dit volhouden) was er het commentaar van zogenaamde hulpverleners: 'Zo'n actie lost niets op, de junkies zullen op een andere plaats in de stad weer opduiken.'

Een dergelijk standpunt komt neer op verzet tegen elke poging om de publieke ruimte, en knooppunten van openbaar vervoer zijn dat bij uitstek, terug te winnen op het imperialisme van junkies en dealers. Het is feitelijk een pleidooi om zulke essentiële publieke ruimten tot no-go areas te verklaren, waar de burger slechts op eigen risico, zonder de steun van zijn hulpverleners (politie, bewakingspersoneel), kan vertoeven. In dergelijke no-go areas kunnen de drugshulpverleners dan hun zegenrijke arbeid van het verstrekken van soep, brood en schone naalden verrichten. De burger zal zichzelf moeten helpen, de gedachte van een publieke ruimte waar men veilig kan verblijven is opgegeven.

Ik verzet me tegen de gedachte dat de Centraal-Stationactie niets zou oplossen. Mocht die actie een succes worden, dan is een belangrijke stap bij het terugwinnen van de publieke ruimte gezet. Dat de beveiliging van het Centraal Station en de metrostations een enorme inzet aan personeel vereist (en daarom wellicht uiteindelijk geen succes zal worden), wijst erop dat al te lang onze politici te weinig de publieke ruimte tegen de aanslagen van junkies en dealers hebben verdedigd. Zij lijken zich nu te gaan bevrijden uit de houdgreep van drugshulpverleners die noch de samenleving, noch hun cliënten, maar vooral zichzelf hebben geholpen. Het werd tijd.

mailIcon print |